Imam is een van oorsprong Arabisch woord waarmee een zeker leiderschap wordt aangeduid, voornamelijk binnen de islam. Er bestaan verschillende opvattingen over de rol en betekenis van de imam.

De imam is in eerste instantie een voorganger in het gebed (de salat). Veelal wordt gedacht, dat een imam een speciaal beroep is, of dat hij een specifieke opleiding moet hebben genoten, maar het voorgaan in het gebed is traditioneel het enige criterium om imam te zijn.

Imam moet niet verward worden met Iman, een ander islamitisch begrip, dat geloof betekent, en verwijst naar zowel het verstandelijke als naar het emotionele aspect.

De term 'imam' verwijst tevens naar het beroep van geestelijk verzorger vanuit de islamitische levensbeschouwing.

Imam als leiderBewerken

Imam kan ook gezien worden als een spirituele leider zoals beschreven in verschillende verzen van de Koran. Hij (Allah) zei (tot hem): “Waarlijk, Ik zal jou voor de mensheid tot een leider maken.”[1] 'En Wij stelden onder hen leiders aan'[2]

Sjiitische moslims geloven in twaalf imams als leiders van de islamitische gemeenschap of ummah na de profeet. Sjiieten beschouwen de term alleen van toepassing op de leden van Ahl al-Bayt, de specifieke familieleden van de islamitische profeet Mohammed, die door sjiieten als onfeilbaar worden beschouwd. De eerste imam is Imam Ali ibn Aboe Talib. Het verschil met de soennitische leer is dat de soennieten niet geloven dat de imam of khalifa gekozen wordt door God.

De sjiieten geloven dat er twaalf imams zijn geweest en dat de huidige tijd ook een imam kent maar in occultatie is. De komst van deze imam (al Mahdi) zal de wereld verlossen van alle ellende en onrechtvaardigheid.

Alleen de isma'iliten kennen ook een imam in de huidige tijd, namelijk de Aga Khan in Frankrijk

Zie ookBewerken

Zie de categorie Imams van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.