Handeling (letterkunde)

Zie Handeling (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Handeling.

Met handeling (actie) wordt in de letterkunde bedoeld de door de personages in een verhaal veroorzaakte en gewilde gebeurtenissen, de acties of het doen daarvan in drama en epiek (verhalende literatuur).

VerhalenBewerken

In verhalen zijn er de personages te onderscheiden, een handelingenverloop en gebeurtenissen die zich afspelen in een bepaalde ruimte en tijd, en motieven. In de narratologie spreekt men van gebeurtenissen als deze niet veroorzaakt of gewild zijn door de personages in het verhaal. De structuur van verhalen bestaat uit de onderlinge relaties tussen de personages met hun handelingen of acties, en de motieven en thema's; de omstandigheden, gevormd door de ruimte waarin het verhaal speelt, en de tijd waarin het verhaal speelt, tijdsverlopen, de tijdstippen, perioden; en de gebeurtenissen, niet door personages veroorzaakt of gewild. Personages raken betrokken bij gebeurtenissen, doordat ze die waarnemen, ze veroorzaken, of ze juist ondergaan, en er nadeel of voordeel van hebben. In verhalen zijn er de personages te onderscheiden, een handelingenverloop en gebeurtenissen die zich afspelen in een bepaalde ruimte en tijd, en motieven.

De structuur van verhalen bestaat dus uit:

  • de motieven en thema's.
  • de onderlinge relaties tussen de personages met hun handelingen of acties.
  • de de omstandigheden, gevormd door de ruimte en de tijd waarin het verhaal speelt, tijdsverlopen, de tijdstippen, perioden.
  • de niet door personages veroorzaakte of gewilde gebeurtenissen.
Genres epiek en tekstsoort:anekdote · ballade · broodjeaapverhaal · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · literair genre · mythe · novelle · overlevering · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · sterk verhaal · tekstsoort · thriller · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn:catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina · drie-actstructuur · epiloog · expositie · fabel · gebeurtenis · handeling · plot · plotpoint · proloog · rode draad · scène · setup · startplotscène · synopsis · verhaallijn
Begin en einde:ab ovo · in medias res · incipit · openingsscène · openingszin · terminus
Personage:aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · personage · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning:cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en -instantie:afwisselend perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetisch · heterodiëgetisch · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · rhema · voice-over
Motief & thema:abstract en concreet motief · isotopie · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte:eenheidsconventie · flashback · flashforward · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · parallel universum · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl & verteltechniek:directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenario:premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode:middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie:communicatiemodel · driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse