Communicatiemodel

Communicatiemodel
(referentiële functie)
(metalinguale functie)
(expressieve
 functie)

zender
 
 
 → 
(poëtische functie)   (appellatieve functie)
ontvanger
 
 
 

Het communicatiemodel is een model uit de taalkunde waarin de relaties tussen zender, bericht en ontvanger schematisch worden voorgesteld.

Opdat het bericht dat men uitzendt effectief zou zijn, moet volgens Roman Jakobson aan de volgende voorwaarden voldaan zijn:

  • het bericht moet context hebben waarnaar verwezen kan worden en die begrijpelijk is voor de ontvanger
  • het bericht moet opgesteld zijn in c.q. gebruikmaken van een code die volledig of gedeeltelijk gemeenschappelijk is aan de zender en de ontvanger
  • er dient een contactkanaal te bestaan dat zender en ontvanger in staat stelt om in communicatie te treden

Zie ookBewerken

  Zie ook de Roman Jakobson enTaalfunctie voor de 6 verschillende taalfuncties die Jakobson onderscheidt
  Zie ook de Model voor narratieve communicatie voor het gebruik van het communicatiemodel in de narratologie
Genres epiek en tekstsoort:anekdote · ballade · broodjeaapverhaal · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · literair genre · mythe · novelle · overlevering · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · sterk verhaal · tekstsoort · thriller · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn:catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina · drie-actstructuur · epiloog · expositie · fabel · plot · plotpoint · proloog · rode draad · scène · setup · startplotscène · synopsis · verhaallijn
Begin en einde:ab ovo · in medias res · incipit · openingsscène · openingszin · terminus
Personage:aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · personage · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning:cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en -instantie:afwisselend perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetisch · heterodiëgetisch · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · rhema · voice-over
Motief & thema:abstract en concreet motief · isotopie · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte:eenheidsconventie · flashback · flashforward · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · parallel universum · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl & verteltechniek:directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenario:premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode:middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie:communicatiemodel · driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse