Hoofdmenu openen

Frederik Carel List

Nederlands politicus (1784-1868)

Frederik Carel List (Breda, 5 februari 1784Wageningen, 22 november 1868) was een Nederlands generaal en politicus.

Frederik Carel List
Frederik Carel List
Frederik Carel List
Geboren 5 februari 1784
Breda
Overleden 22 november 1868
Wageningen
Land/zijde Vlag van Nederland Nederland
Onderdeel Nederlands leger en Franse leger
Dienstjaren 1797 - 1848
Rang Luitenant-generaal der artillerie[1]
Eenheid Artillerie
Slagen/oorlogen Napoleontische oorlogen, Belgische Opstand en de Tiendaagse Veldtocht
Onderscheidingen Zie onderscheidingen
Ander werk Politicus

FamilieBewerken

List was een zoon van Ernst Frederik List en Jeanne Charlotte Pitsch. Hij trouwde met Augustina Nering Bögel met wie hij twee zonen en drie dochters kreeg. Een van zijn dochters, Françoise Christine Marianne List (-1849), trouwde met minister Reuther (1819-1889). Zijn zoon, generaal C.L. Scheidler List (1824-1908) gaf zijn herinneringen uit; Scheidler List was getrouwd met Gesina Rica Couperus (1822-1892), tante van de schrijver Louis Couperus (1863-1923). Een andere zoon, Carel Johan Reinhart List (-1862), was kapiteint-adjudant van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Een dochter, Johanna Charlotta Martha List, trouwde met de kunstschilder Christien (Christiaan) Immerzeel (1808-1886). Dochter Georgine Wolpheline Françoise List (1811-1868) trouwde in 1840 met Willem Wijnaendts (1802-1879), burgemeester van Overschie en lid van de familie Wijnaendts. Een dochter, Carolina Frederica Augustina List (1833-1915) trouwde in 1854 met generaal-majoor Adrianus Jacobus Pels Rijcken (1815-1886), broer van de minister van Marine Gerhard Christiaan Coenraad Pels Rijcken.

LoopbaanBewerken

Vroege loopbaanBewerken

 
List als jong officier

List trad op 24 juni 1797 als cadet bij de tweede halve brigade in dienst. Op 23 februari 1800 werd hij bevorderd tot cadet-élève bij het tweede bataljon artillerie en op 5 juli 1802 werd hij benoemd tot tweede luitenant. Bij de oprichting van de garde van de raadpensionaris Schimmelpenninck ging hij op 5 juli 1805 over bij de artillerie te voet en op 5 juli 1806 bij de rijdende artillerie. Op 17 augustus 1808 werd hij bevorderd tot eerste luitenant[1] bij de garde rijdende artillerie. Bij de vereniging van Holland met Frankrijk op 1 oktober 1810 ging hij over in Franse dienst en werd hij à la suite geplaatst bij de garde-artillerie. Hij trad op 6 mei 1811 in dienst bij de garde der rijdende artillerie en werd op 29 januari 1812 benoemd tot tweede kapitein. Op 19 maart 1813 verkreeg hij de rang van chef d'escadron bij de linie en op 27 maart van datzelfde jaar werd hij benoemd tot kapitein-adjudant-majoor bij de garde-artillerie.

List werd op 2 april 1814 benoemd tot kapitein-commandant en verliet op 24 juni 1814 de Franse dienst; hij werd nu in de rang van oudste kapitein in Nederlandse dienst geplaatst bij het vierde bataljon artillerie. Op 2 november 1814 werd hij bevorderd tot majoor bij het korps rijdende artillerie en op 8 december 1815 benoemd tot luitenant-kolonel[1]. Hij werd op 20 december 1826 bevorderd tot kolonel[1] en in deze rang op 23 december 1829 benoemd tot commandant der tweede artillerie-inspectie. Op last van de admiraal en kolonel-generaal werd hij op 9 september 1830 belast met het commando over de artillerie te velde en gaf hij het commando over de tweede artillerie-inspectie over aan de commandant der eerste artillerie-inspectie.

In de avond van de 25 augustus dreigde een oproer te Brussel en dit was aanleiding om een legermacht te vormen. Onder prins Frederik werd te Antwerpen een krijgsmacht bijeen gebracht, waarin List aan het hoofd van de artillerie te velde werd geplaatst. Op 29 juli 1831 droeg prins Frederik het opperbevel van deze gehele krijgsmacht over aan de prins van Oranje. Het opperbevel over de artillerie te velde werd opgedragen aan majoor H.R. Trip, het onmiddellijke bevel aan List.

Latere loopbaanBewerken

Op 13 februari 1834 werd List bevorderd tot generaal-majoor[1]; in deze rang werd hij op 4 juli 1839 uit de vervulde inspectie en hogere leiding der artillerie te velde eervol ontslagen en op 16 april 1840 benoemd tot lid en voorzitter voor het wapen der artillerie bij de commissie van inspectie over het militair onderwijs aan de Koninklijke Militaire Academie. Nadat de oplossing van de Belgische kwestie in 1839 naderde werd het noodzakelijk een nieuwe functieverdeling op te zetten. Prins Frederik achtte een éénhoofdige leiding onder de prins van Oranje de enige oplossing en verzocht de koning de opperdirectie van het oorlogsbestuur aan het opperbevel over de krijgsmacht te verbinden. Bij Koninklijk Besluit van 6 juli 1839 nummer 43 werd de prins van Oranje belast met de opperdirectie van het Department van Oorlog. Bij besluit van dezelfde datum, nummer 44, werd aan prins Frederik eervol ontslag verleend uit die betrekking en werd hij benoemd tot generaal der artillerie en grootmeester van dat wapen. Op 1 oktober 1840 werd hij tevens van zijn taak bij de vloot ontheven met behoud van de titel van admiraal.

List werd op 8 oktober 1840 benoemd tot adjudant van de koning in buitengewone dienst en op 1 november 1840 benoemd tot directeur-generaal van Oorlog; hij nam ontslag uit deze betrekking op 18 juni 1843, toen hij tot minister werd benoemd. List werd op 13 maart 1843 bevorderd tot luitenant-generaal[1]. Als minister bepleitte hij in 1844 voor het instellen van een Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier, dat in dat jaar tot stand kwam. Hij trad op 25 maart 1848 af als minister, nadat de koning buiten de ministers om de Tweede-Kamervoorzitter had gevraagd de in de Tweede Kamer levende wensen voor een Grondwetsherziening kenbaar te maken. Op 16 mei 1848 werd hij gepensioneerd en verkreeg bij Koninklijk Besluit van 16 mei 1848 nummer 58, krachtens de wet op de burgerlijke pensioenen van 9 mei 1846, een pensioen verleend van 5.000 gulden.[2]

BibliografieBewerken

  • Herinneringen van den luitenant-generaal Frederic Carel List. Uit zijn nagelaten papieren samengesteld door zijn zoon C. L. Scheidler List. 's-Gravenhage, [1889]

OnderscheidingenBewerken

Voorganger:
A. Schuurman
Minister van Oorlog
1840-1848
Opvolger:
Ch. Nepveu