Hoofdmenu openen

Armoede

staat waarin men te weinig hulpbronnen heeft om in minimale behoeften te voorzien
Armoede in Jakarta
Arme dorpsvrouw door Gustave Courbet

Armoede of pauperisme is volgens de definitie van de Verenigde Naties het niet kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften, noodzakelijk om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. Primaire levensbehoeften zijn schoon en drinkbaar water, voedsel, kleding, huisvesting en gezondheidszorg. Armoede ontstaat bij een (chronisch) tekort aan betaal- of ruilmiddelen bij bepaalde personen, waardoor de aanschaf van noodzakelijke bestaansmiddelen buiten het bereik van die personen valt. Ook het geen toegang hebben tot secundaire levensbehoeften kan ervaren worden als armoede, vooral als in een samenleving anderen dat wel hebben. Secundaire levensbehoeften zijn bijvoorbeeld de aanschaf van luxe goederen, het maken van reizen en het deelnemen aan onderwijs, sport en andere sociale activiteiten. Het tegengestelde van armoede is rijkdom. De overgang tussen armoede en (relatieve) welstand wordt aangeduid als de armoedegrens. Deze wordt afhankelijk van het welvaartsniveau in elke samenleving anders gedefinieerd.

Tekenen van armoedeBewerken

  • Armoede kent een aantal uiterlijke kenmerken, zoals een slechte voedingstoestand, of inadequate huisvesting. Deze kenmerken zijn niet altijd zichtbaar omdat ze uit schaamte veelal verborgen worden voor de omgeving. Voor arme mensen geldt dat het schaarse inkomen uit werk of bijstand vaak volledig opgaat aan woonkosten, energiekosten en verplichte ziektekosten, waardoor er geen geld meer is voor voedsel en de eerste levensbehoefte niet volledig gedekt zijn.[bron?]
  • Armoede komt het vaakst voor onder langdurig werklozen, chronisch zieken, ouderen, alleenstaande ouders, en mensen met laag betaalde banen.[bron?]
  • Armoede kan toenemen door de groei van de behoeften, het dalen van de koopkracht en het toenemen van schaarste.[bron?]

Individuele armoedeBewerken

Individuele armoede kan het gevolg zijn van langdurige werkloosheid, ziekte, of verslaving aan gokken, kopen, alcohol of drugs. Hierdoor kan iemand van welstand tot armoede vervallen. Een fenomeen van de laatste decennia in vooral westerse landen is het kopen op afbetaling (live now, pay later). Dit kan tot financiële schulden leiden, die de omgeving, gemeentelijke en/of overheidsinstanties dwingen de persoon onder financiële curatele te stellen. Ook bezuinigingen op de sociale zekerheid, huurtoeslag en op de zorg kunnen tot armoede leiden. Verder kunnen ook prijsstijgingen en inflatie armoede in de hand werken, omdat het inkomen hierdoor wordt uitgehold: met hetzelfde inkomen kan men steeds minder kopen. Dit is vooral voor personen die afhankelijk zijn van een vast inkomen en economisch weinig weerbaar zijn (pensioengerechtigden bijvoorbeeld) zeer problematisch.

Individuele armoede heeft tot gevolg dat iemand in een maatschappelijk isolement terecht kan komen. Door een beperkt budget nemen de mogelijkheden af om deel te nemen aan activiteiten, en worden concessies gedaan aan communicatie- en transportmiddelen. Kleding en middelen voor lichaamsverzorging eveneens, waardoor men zich niet langer representatief voelt. De woonsituatie verslechtert en daarmee krijgt men een ander (minder) sociaal aanzien. Psychische gevolgen van een verval tot armoede kunnen schuld en schaamte zijn. Soms versterken mensen daardoor zelf hun sociale isolement. Uit onderzoek blijkt dat armoede een negatieve invloed heeft op intelligentie en kinderen die in armoede opgroeiden, hebben op latere leeftijd meer moeite met het reguleren van hun emoties.[1]

Energie-armoedeBewerken

  Zie voor subsidies het artikel Energiesubsidie.

Energie-armoede is een bijzondere vorm van individuele armoede, veroorzaakt door uitholling van het besteedbaar inkomen door hoge of stijgende energieprijzen. Energie (gas, elektriciteit) is een eerste levensbehoefte maar daardoor ook een kostenpost waar men vrijwel geen controle over heeft en waar vrijwel niet op bezuinigd kan worden. Vooral voor lagere inkomens kunnen energiekosten een relatief hoog percentage van het beschikbaar inkomen opsouperen, waardoor minder bestedingsruimte is voor andere zaken. Oorzaken zijn vaak:

  • Fluctuerende olie- en gasprijzen, waarbij prijsstijgingen direct worden doorberekend maar prijsdalingen trager doorwerken;
  • Het bewonen van goedkopere maar oudere, slechter geïsoleerde woonruimte, waardoor meer gestookt moet worden om de woonruimte op de gewenste temperatuur te houden;
  • Achterstallig onderhoud dat de verhuurder niet wil uitvoeren omdat dat geld kost;
  • Achterstallig onderhoud dat de eigenaar niet kan betalen.

Collectieve armoedeBewerken

Ook een land als geheel kan door een bankroet tot armoede vervallen, zoals dat bijvoorbeeld gebeurde met Argentinië aan het begin van de 21e eeuw.

Gebeurtenissen als de grote beurscrash in 1929 in New York kunnen overal ter wereld mensen en bedrijven in grote financiële problemen brengen. Gevolgen daarvan zijn: algemene economische malaise, werkloosheid en armoede. De financiële crisis in 2008 zorgt voor een nieuwe golf van armoede.

Armoede kan ook het gevolg zijn van

Verder is het mogelijk dat een land een relatief hoog percentage armen heeft ten gevolge van een ongelijke inkomensverdeling. De macro-economische cijfers laten dan vaak een gunstig beeld zien, maar de meeste winst en welvaart belandt bij een beperkt aantal bedrijven en individuen. Dit is echter niet gunstig voor de economische perspectieven op langere termijn.

Armoede is een economisch, maatschappelijk, sociaal en ook politiek probleem. Armoede heeft verschillende negatieve consequenties zoals het afremmen van economische groei, slechte leefomstandigheden, sociale onrust, en emigratie van geschoolden (braindrain).

Vrijwillige armoede: armoede als ideaalBewerken

In verschillende wijsgerige en godsdienstige stromingen wordt het leven in armoede als ideaal gezien omdat men tot grotere wijsheid en godsvrucht zou komen door van materiële goederen af te zien. Een voorbeeld uit de Griekse oudheid is Diogenes van Sinope. Volgens het Nieuwe Testament sprak Jezus vaak ten gunste van het leven in armoede en dit voorbeeld is in het christendom vaak gevolgd. De gelofte van armoede is bijvoorbeeld een van de drie kloostergeloften. Ook in het boeddhisme geldt armoede als een deugd. Hier geldt dat armoede zelfverkozen is.

Zie ookBewerken