Hoofdmenu openen

Vermicella annulata

soort uit het geslacht Vermicella

Vermicella annulata is een slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae). Er is nog geen Nederlandse naam voor deze soort, die in het Engels bekendstaat als bandy-bandy. De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door John Edward Gray in 1841. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Calamaria annulata gebruikt.

Vermicella annulata
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2018)
Natural history of Victoria (Pl. 52) (5998816804).jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Serpentes (Slangen)
Superfamilie:Colubroidea
Familie:Elapidae (Koraalslangachtigen)
Onderfamilie:Hydrophiinae (Zeeslangen)
Geslacht:Vermicella
Soort
Vermicella annulata
Gray, 1841
Afbeeldingen Vermicella annulata op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Vermicella annulata op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Inhoud

Uiterlijke kenmerkenBewerken

De slang is eenvoudig te herkennen aan de duidelijk afstekende zwarte en witte banden over het hele lichaam, inclusief de buikzijde. De kop is klein en onopvallend, de staartpunt is stomp. In de nek en voor de snuitpunt zijn dunne banden aanwezig, de snuitpunt is altijd zwart. De maximale lengte is ongeveer 75 centimeter, maar gemiddeld blijven de vrouwtjes rond 50 cm, mannetjes blijven nog kleiner tot ongeveer 40 cm.

Vermicella annulata is een van de opmerkelijkst gekleurde slangen van Australië, een andere soort die hier leeft en een sterk zwart-wit bandenpatroon heeft is Laticauda colubrina. Deze in zee levende slang heeft echter net als alle Laticauda- soorten een zijdelings afgeplatte staart die bij Vermicella annulata ontbreekt.

VoedselBewerken

De soort is ophifaag ofwel slangen-etend, op het menu staan echter uitsluitend wormslangen uit het geslacht Ramphotyphlops, die eveneens ondergronds leven. De prooi is soms bijna net zo lang als de slang zelf. De slang is zo sterk gespecialiseerd dat geursporen van andere gravende reptielen, zoals andere slangen of skinken, worden genegeerd. Zoals alle Elapidae is ook deze soort giftig, maar vanwege de geringe lengte en voorkeur voor meer onherbergzame gebieden wordt de slang niet als gevaarlijk beschouwd.

AlgemeenBewerken

De soort komt voor in grote delen van Australië, en leeft in diverse biotopen van meer droge schrale gebieden tot bosachtige streken. De slang wordt zelden gezien, dit komt doordat het dier 's nachts actief is en bovendien een gravende levenswijze heeft. Ondanks de afstekende banden valt de slang weg in zijn natuurlijke omgeving. Bij bedreiging graaft de slang zich snel in of neemt een dreighouding aan door het lichaam te verheffen. Als de slang bedreigd wordt, worden al kronkelend lussen in het lichaam gemaakt, dit zorgt door het sterk afstekende bandenpatroon waarschijnlijk voor verwarring bij de vijand omdat de kop en de staart nauwelijks meer te onderscheiden zijn. Een belangrijke vijand is de uil.

BronvermeldingBewerken