Veestapel

Een veestapel is de hoeveelheid vee in een bepaald gebied of op een bepaald boerenbedrijf. Het woorddeel '-stapel' betekent in deze context 'een verzameling gelijksoortige zaken'.[1]

De grootte van de veestapel is onder andere relevant voor de economie,[2] de milieu-impact van de uitstoot van broeikasgassen[3] en het waarborgen van het dierenwelzijn.[4]

NederlandBewerken

Veestapel Nederland 2019[5][6]
diersoort aantal
kippen 97 miljoen
varkens 12 miljoen
runderen 3,9 miljoen
geiten 0,6 miljoen

Nederland heeft al sinds de 16e eeuw een relatief grote veestapel vergeleken met andere landen. Dit komt met name doordat graan een onrendabel product werd voor de Nederlandse boer. Granen werden volop in het buitenland verbouwd en via Nederland verhandeld. De Nederlandse boer kon niet concurreren met de grote buitenlandse arealen en stapte steeds meer over op het houden van vee[7].

MestproductieBewerken

Tussen 1980 en 2015 nam de mestproductie van vee geleidelijk af, met name doordat er minder melkkoeien gehouden werden en meer kleine dieren werden gehouden die minder mest produceren, zoals geiten en kalveren. In 2015 werd het melkquotum afgeschaft, waarna er weer meer koeien werden aangehouden door melkveehouders. Hiermee nam de mestproductie en daarmee de mestproductie weer licht toe. Het aantal geiten neemt als enige diersoort in de veestapel nog steeds toe. De andere soorten laten over de decennia genomen nog steeds af.

MethaanuitstootBewerken

Hoewel de veestapel methaan uitstoot, is het vooral het gebruik van fossiele brandstof en vrijkomende methaan bij het ontdooien van permafrost, en ook bijvoorbeeld moerasgebieden als veengronden, dat bijdraagt aan klimaatverandering, zo blijkt het het klimaatrapport van IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change). Als de methaanuitstoot door techniek en vermindering van de rundveestapel gereduceerd wordt, heeft dit een snel effect op het broeikasgaseffect. Het IPCC-rapport laat ten onrechte de biogene koolstofcyclus buiten beschouwing, zoals onderzocht door de universiteit van Oxford en Californië[8]. Het methaan dat door dieren wordt uitgestoten, dat na 10 tot 12 jaar in CO2 transformeert en vervolgens weer opgenomen wordt door planten, die op hun beurt weer dienen als veevoer voor runderen en andere landbouwhuisdieren. Deze cyclus bestaat al eeuwenlang en zolang de wereldwijde rundveestapel niet verder toeneemt, is er geen additionele uitstoot van methaan.

Partijstandpunten en onderzoeken (2017–2018)Bewerken

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen 2017 lieten zeven partijen hun plannen doorberekenen door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De VVD en de Vrijzinnige Partij wilden de veestapel ongewijzigd laten, de andere vijf wilden de veestapel laten krimpen. Wat betreft de melkveestapel voorzag de ChristenUnie een reductie van 10%, de PvdA en SP een reductie van 20%, D66 25% en GroenLinks 30%. CU wilde geen krimp in de intensieve sectoren, de andere vier partijen wel. De Partij voor de Dieren (PvdD), de PVV en de zogenaamde 'boerenpartijen' CDA en SGP lieten hun plannen niet doorberekenen.[9] Overigens wilde de PvdD de veestapel wel met 70% inkrimpen.[10]

De landbouw stootte anno 2018 jaarlijks zo’n 26 megaton aan broeikasgassen uit, wat neerkomt op circa 10% van de totale emissie van Nederland. Volgens het Klimaatakkoord van Parijs (2015) moet dit in 2030 met 3,5 megaton lager zijn. Onder meer de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (april 2018),[3] het Planbureau voor de Leefomgeving en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid kwamen daarom eind jaren 2010 in adviezen aan de regering tot de conclusie dat in Nederland minder dieren gehouden zouden moeten worden en Nederlanders minder vlees zouden moeten eten.[11]

Uit onderzoek van het Kieskompas en Greenpeace bleek in oktober 2018 dat 54% van de Nederlanders het eens was met de stelling ‘Om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen moet het aantal koeien, varkens en kippen in de veehouderij worden verminderd’, terwijl 25% het oneens was en 21% neutraal. Een nog veel groter aandeel van de geënquêteerden, namelijk 67%, was bereid om minder vlees te eten om schade aan het milieu te beperken. Met uitzondering van aanhangers van de PVV en de SGP, vond de meerderheid van kiezers van alle partijen dat Nederlandse veestapel moest worden gereduceerd.[11]

Voorstel tot halvering vanwege stikstofcrisis (2019)Bewerken

  Zie ook het artikel stikstofcrisis.

Op 29 mei 2019 werd het Programma Aanpak Stikstof van de overheid ongeldig verklaard door de Raad van State, omdat dit in strijd was met Europese rechtsgeldige normen om de milieuschade veroorzaakt door stikstof te verminderen. Dit veroorzaakte de stikstofcrisis: sindsdien lagen allerlei projecten stil, vooral in de woningbouw, en zocht de regering-Rutte III naar een oplossing.[5] Op 9 september 2019 kwam Kamerlid Tjeerd de Groot van regeringspartij D66 met het radicale voorstel om de veestapel van Nederland te halveren om zo de vereiste stikstofvermindering te halen.[6] Hij wees erop dat 70% van de binnenlandse stikstofuitstoot uit de landbouw komt en daarbinnen vooral de intensieve veehouderij (volgens Nieuwsuur 45% van alle stikstofemissies), terwijl die minder dan 1% van de Nederlandse economie bedraagt.[5] De Groot stelde in plaats daarvan dat veel veeboeren de keuze zullen moeten maken om over te gaan op kringlooplandbouw of om met hun bedrijf te stoppen; in beide gevallen zou de overheid de boeren moeten helpen.[6]

Het voorstel werd niet gesteund door coalitiepartners VVD, CDA en CU en vormde de directe aanleiding voor het boerenprotest op 1 oktober 2019.[12] Tijdens dat protest sprak Minister van Landbouw Carola Schouten (ChristenUnie) de boeren toe en zei daarbij: 'Zo lang als ik minister van Landbouw ben, betekent dat, dat er wat mij betreft geen halvering van de veestapel komt'. In de speech die haar ministerie later online zette, stond echter 'geen gedwongen halvering', ook al sprak Schouten het woord 'gedwongen' niet uit. Een woordvoerder van Schouten stelde dat het verschil irrelevant was: 'Die halvering van de veestapel gaat er niet komen, gedwongen of niet.'[13]

Niettemin presenteerde de commissie-Remkes op 25 september haar rapport waarin er bij de regering werd aangedrongen op noodmaatregelen om zo snel mogelijk de stikstofuitstoot in met name de veehouderij, het verkeer, de bouw en de industrie drastisch te reduceren.[14] Op 30 september waren het kabinet en de coalitiepartijen druk aan het onderhandelen over hoe er naar aanleiding van het rapport van de commissie-Remkes, wier hoofdlijnen zij onderschreven, beleidsmaatregelen moesten worden genomen. Door de complexiteit van de kwestie werd verwacht dat het nog wel weken zou duren voordat er overeenstemming over oplossingen zou worden bereikt.[15]

In juli 2021 stelde het CDA, van oudsher een 'boerenpartij', in een nieuwe landbouwvisie voor het eerst voor om de veestapel in te krimpen om zo tegen 2030 de stikstofuitstoot te halveren (ambitieuzer dan demissionair kabinet-Rutte III, dat tegen 2030 een stikstofreductie van 26% had afgesproken). Daarbij werd niet gerept van een inkrimpingspercentage en ook benadrukt dat er geen boeren mochten worden gedwongen om te stoppen, maar dat er wel meer geld moest worden besteed aan het uitkopen van boeren die dat wilden en aan het stimuleren van de overblijvende boeren om natuurvriendelijker te opereren.[16]

Zie ookBewerken

  Zoek veestapel op in het WikiWoordenboek.