Hoofdmenu openen

Psilotaceae

familie uit de orde Psilotales

Naamgeving en etymologieBewerken

De familie Psilotaceae is vernoemd naar het geslacht Psilotum.

KenmerkenBewerken

Psilotaceae worden gekenmerkt door de afwezigheid van echte wortels, zij hechten zich vast met rhizoïden, die voedselstoffen opnemen met behulp van een mycorrhiza, een symbiose van wortels en schimmels. Ze bezitten ook geen echte bladeren, maar schubachtige structuren zonder nerven.

De sporendoosjes of sporangia staan in groepjes van twee of drie gefuseerd in een synangium, sterk gereduceerde vertakkingen van de steel. De sporen zijn niervormig en voorzien van een dik tapetum, dat de ontwikkelende spore van voedsel oorziet.

De gametofyten groeien ondergronds, zijn eveneens mycoheterotroof, en lijken op een stukje van de sporofyt, maar produceren antheridia and archegonia.

Verder zijn de twee geslachten die de familie vormen, Psilotum en Tmesipteris, zoal qua habitus, habitat als verspreiding zeer verschillend.

Habitat en verspreidingBewerken

Psilotum zijn kleine, kruidachtige terrestrische planten uit droge subtropische en tropische gebieden rond de wereld, terwijl Tmesipteris epifytische planten zijn uit de regenwouden van Australië, Nieuw-Zeeland en Nieuw-Caledonië.

TaxonomieBewerken

Er is lange tijd discussie geweest over juiste plaatsing van Psilotaceae, waarbij ze door sommige auteurs als echte varens beschouwd werden, en door anderen als afstammelingen van de eerste vaatplanten, de Psilophyta uit het Devoon.

In de recente taxonomische beschrijving van Smith et al. (2006), gebaseerd op DNA-onderzoek, worden de Psilotaceae als enige in een aparte orde Psilotales onder de klasse Psilotopsida geplaatst, als zustergroep van de andere varens[1].

De familie omvat twee geslachten:

De familie telt in totaal 17 soorten.