Hoofdmenu openen

ToponymieBewerken

Volgens de gangbare verklaring is Linter een samenstelling uit lind + ter, met de betekenis "lindeboom". Deze verklaring is onhoudbaar. In plaatsnamen met Lind/Lint, die Gysseling in zijn Toponymisch Woordenboek (1960) opgeeft, gaat het telkens over een plaats "bij een linde of een lindenbos". Deze plaats kan zijn: vruchtbaar aangeslibd land zoals in Lindau, een bosje op hoge zandgrond zoals in Lindelo, een woeste vlakte zoals in Lindveld, een hofstede zoals in Lindweiler, enz. "Lindeboom" komt echter nergens als plaatsnaam voor. Daarom moeten we Linter eerder verbinden met Lintaruurde (uu=w), een onbekende plaats in Friesland, te verklaren als "voorde in de beek genoemd Lintara". Lintara was de oude naam van de Genovevabeek. Het voorvoegsel Op heeft de betekenis opwaarts, naar boven. De dorpsnaam Oplinter betekent aldus "de stroomopwaartse nederzetting bij de Lintara". Zo werd de waternaam een dorpsnaam.

GeschiedenisBewerken

In een oorkonde van 1159 wordt reeds gesproken over ‘de kerk van Oplinter’, wat er op wijst dat het dorp toen al lang bestond. Tot in de dertiende eeuw werd Oplinter gedeeld door drie heren die er elk een kasteel hadden. Het kasteel Broekhem stond bij het Tiens broek in Utsenaken en was het bezit van de heren van Crainhem, een machtige Brabantse riddersfamilie. Het kasteel Oppenhem (van de heren van Heverlee) stond op het hoogst gelegen deel van het dorp nabij Houtem en het kasteel Nederhem van de heren van Wezemaal en Oplinter stond aan de Gete. De eigendommen van deze laatste heerlijkheid werden door Arnoldus bij de stichting van de abdij Maagdendaal aan de kloosterlingen afgestaan (begin dertiende eeuw), de voorrechten gingen naar de twee andere heerlijkheden. Deze bleven in Oplinter bestaan - ze benoemden de schepenen en de pastoors en genoten van hun heerlijke rechten - tot aan de afschaffing van de heerlijkheden in 1796, zoals wordt aangetoond door een oorkonde van 1440 en een archiefstuk van 1791.

De vermaarde abdij Maagdendaal, in Oplinter gesticht in 1215, bracht voorspoed in de streek. Ook bedevaarders, die vanaf 1219 in groten getale naar de Sint-Genovevakerk van Oplinter kwamen om er verlost te worden van het ‘heilig vuur’ (gangreen?), maakten het dorp welvarend. De verdubbeling van het aantal haardsteden (288 in 1435) en de bouw van de monumentale kerk in de veertiende eeuw getuigen van deze rijkdom.

Vanaf het einde van de vijftiende eeuw volgden driehonderd jaren van rampspoed. In 1489 stuurde Maximiliaan van Oostenrijk zijn leger uit om de opstandige graafschappen Vlaanderen en Holland en het hertogdom Brabant terug te onderwerpen en te straffen. Tienen en verscheidene buurtgemeenten, waaronder Oplinter, werden ingenomen en geplunderd, de inwoners mishandeld. De Sint-Genovevakerk van Oplinter werd verwoest. In 1507 trok het leger van Karel van Egmont, hertog van Gelder, te vuur en te zwaard door het Hageland, ook door Oplinter. Hoe groot de vernielingen waren mag blijken uit de telling van 1526: Oplinter had nog slechts 119 bewoonde huizen, minder dan de helft van vóór 1489. De oorlogstoestand bleef. Tijdens de godsdienstoorlogen en de strijd tegen de geuzen werd Oplinter nog dikwijls bezet door vreemde troepen, onder andere in 1578 door Don Juan van Oostenrijk, en in 1591. Besmettelijke ziekten als de pest en de rode loop (dysenterie) eisten ondertussen een hoge tol. Zo stierven in 1741 in drie maanden tijd 48 personen in Oplinter (normaal 8 à 10 per jaar). De oorlogen van Maria Theresia van Oostenrijk tegen Lodewijk XV van Frankrijk ruïneerden de gemeente verder door de verplichte leveringen van graan, stro, hout, gras en hooi. Om aan de oorlogslasten te kunnen voldoen moest de gemeente zelfs een lening aangaan bij de abdij (6 april 1747). In 1794 werd de parochiekerk door Franse soldaten geplunderd. Op 10 december 1796 werden de nonnen door het Franse regime uit het klooster gezet, de abdij werd vernietigd. Ook nog na de Belgische Omwenteling, in 1831, werd Oplinter tijdens de slag van Boutersem door Nederlandse troepen bezet. Te hulp geroepen Franse legers verdreven het (Nederlandse) regeringsleger.

Na de Belgische onafhankelijkheid begon het dorp zich langzaam te herstellen. De Eerste Wereldoorlog zou Oplinter echter zwaar treffen. De ‘Slag van Sint-Margriete-Houtem’ werd vooral op het grondgebied van Oplinter uitgevochten. Honderdtwintig Belgische soldaten sneuvelden er. De Duitse verliezen konden niet geteld worden omdat de Duitsers hun gesneuvelden meenamen en verbrandden in Wommersom. In Oplinter staken Ulanen een tiental huizen in brand en er werden ook burgers doodgeschoten.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de Getevallei tussen Tienen en Diest opzettelijk onder water gezet om zo de Duitse opmars te vertragen. De twee bruggen over de Gete in Oplinter werden om dezelfde reden opgeblazen.

GeografieBewerken

LiggingBewerken

Het dorp grenst aan de west- en noordzijde aan Sint-Margriete-Houtem. In het noorden wordt even Hoeleden geraakt. Aan de oostzijde ligt Neerlinter. In het zuiden grenst het dorp aan de andere Tiense deelgemeenten Wommersom, Hakendover en Tienen.

BezienswaardighedenBewerken

 
Sint-Genovevakerk

CultuurBewerken

LiteratuurBewerken

Het boek Oplinter is een toponymische en geschiedkundige studie door de plaatsnaamkundige dr. fil. Paul Kempeneers over Oplinter.

Bekende inwonersBewerken

Externe linksBewerken