Hoofdmenu openen

De Oostenrijkse schilling (ATS) was tot de introductie van de euro in 2002 het wettige betaalmiddel in Oostenrijk. De schilling was onderverdeeld in 100 groschen.

Oostenrijkse schilling
Land Flag of Austria.svg Oostenrijk
Verdeling 100 groschen
ISO 4217-code ATS
Afkorting of valutateken S
Voorgaande munteenheid Oostenrijkse kroon
Opvolgende munteenheid Euro
Wisselkoers 1 EUR = 13,7603 schilling (vast)
Actuele wisselkoers (en) XE.com
Biljet 10 Oostenrijkse schilling (1950)
Biljet 10 Oostenrijkse schilling (1950)
Portaal  Portaalicoon   Economie

De beheerder van de schilling was de Österreichische Nationalbank.

GeschiedenisBewerken

De schilling werd in 1924 het wettig betaalmiddel in Oostenrijk. Daarvoor was dat de Oostenrijkse kroon. De waarde van 1 schilling was ten tijde van de invoering 10.000 Oostenrijkse kronen.

De schilling werd bij de Anschluss bij Duitsland in 1938 afgeschaft. De waarde was toen 1 Duitse mark tegen 1,5 Oostenrijkse schilling.

Na de Tweede Wereldoorlog, op 30 november 1945, werd de schilling weer de munt van Oostenrijk. Toen was de omrekenkoers 1 mark = 1 schilling.

Met de nieuwe "Schillingwet" van november 1947 kwamen er nieuwe bankbiljetten.

De euro werd, net als in de andere eurolanden, in 1999 de officiële munt, maar de schilling bleef tot 28 februari 2002 wettig betaalmiddel waarna de munt werd vervangen door de euro, die op 1 januari van dat jaar in omloop was gebracht.

MuntenBewerken

  • 1 groschen (€ 0.00073)
  • 2 groschen (€ 0.00145)
  • 5 groschen (€ 0.0036)
  • 10 groschen (€ 0.0073)
  • 50 groschen (€ 0.036)
  • 1 schilling (€ 0.073)
  • 5 schilling (€ 0.36)
  • 10 schilling (€ 0.73)
  • 20 schilling (€ 1.45)
  • 50 schilling (€ 3.63)

Munten onder de 10 groschen kwamen bijna niet meer voor. Ook munten van 100 schilling gingen niet meer rond.

BiljettenBewerken

Er waren biljetten van:

  • 20 schilling
  • 50 schilling
  • 100 schilling
  • 500 schilling
  • 1000 schilling
  • 5000 schilling

Munten Eerste RepubliekBewerken

Overzicht van Oostenrijkse munten uit de Eerste Republiek van 1 maart 1925 tot 1938
Waarde Doorsnee Gewicht Materiaal Uitgave datum ongeldig vanaf Informatie
1 groschen 1923
    17,0 mm 1,666 g Cu, Sn, Zn 1925
    2 groschen 1924
19,0 mm 3,333 g Cu, Sn, Zn 1925
5 groschen 17,0 mm 3,0 g 75 % Cu 25 % Ni 21 januari 1931
    1/2 schilling 19,0 mm 3,0 g 64 % Ag 36 % Cu 19 september 1925

Munten Tweede RepubliekBewerken

Overzicht Oostenrijkse munten (Tweede Republiek) tot 28 februari 2002
Waarde in Euro Doorsnee Gewicht Materiaal Uitgave datum Ongeldig vanaf Informatie
    1 groschen 0,0007 17,0 mm 1,8 g 100 % Zn 5 april 1948
    2 groschen 0,0015 18,0 mm 0,9 g 98,5 % Al, 1,5 % Mg 15 juli 1950
5 groschen 0,0036 19,0 mm 2,5 g 100 % Zn 17 juni 1948
10 groschen 0,0073 21,0 mm 3,5 g 100 % Zn 1 juli 1947 31 mei 1959
20,0 mm 1,1 g 98,5 % Al, 1,5 % Mg 27 november 1951
    20 groschen 0,0145 22,0 mm 4,5 g 91,5 % Cu, 8,5 % Al 23 december 1950 30 april 1959
    50 groschen 0,0363 22 mm 1,4 g 98,5 % Al, 1,5 % Mg 11 december 1947 2 juni 1961
19,5 mm 3,0 g 91,5 % Cu, 8,5 % Al 1 oktober 1959
1 schilling 0,0727 25,0 mm 2,0 g 98,5 % Al, 1,5 % Mg 11 december 1947 2 mei 1961
22,5 mm 4,2 g 91,5 % Cu, 8,5 % Al 1 september 1959
2 schilling 0,1453 28,0 mm 2,8 g 98,5 % Al, 1,5 % Mg 11 december 1947 29 juni 1957
5 schilling 0,3634 31,0 mm 4,0 g 98,5 % Al, 1,5 % Mg 25 oktober 1952 15 februari 1961
23,5 mm 5,2 g 64 % Ag, 36 % Cu 2 januari 1961 30 september 1969
  23,5 mm 4,8 g 75 % Cu, 25 % Ni 15 januari 1969
    10 schilling 0,7267 27,0 mm 7,5 g 64 % Ag, 36 % Cu 1 juli 1957 31 maart 1975
  26,0 mm 6,2 g 75 % Cu, 25 % Ni 17 april 1974
    20 schilling 1,45 27,7 mm 8,0 g 92 % Cu, 6 % Al, 2 % Ni 10 december 1980 9 Personen, Symbool voor de 9 provincies
  27 april 1982 Joseph Haydn, Burgenland
15 maart 1983 Burg Hochosterwitz (Kärnten)
  20 maart 1984 Grafenegg (Niederösterreich)
  19 maart 1985 200 jaar Bisdom Linz (Oberösterreich)
  30 maart 1986 800 jaar Georgenberger Handfeste (Steiermark)
  17 maart 1987 Graf Thun Salzburg
  6 juni 1989 Tirol
  22 mei 1990 Martinsturm (Vorarlberg)
  15 januari 1991 Franz Grillparzer
16 februari 1994 800 jaar Münze Wien
  2 maart 1995 Krems
  28 februari 1996 Anton Bruckner
  26 februari 1997 850 jaar Wener Stephansdom
4 maart 1998 Michael Pacher
4 maart 1999 Hugo von Hofmannsthal
17 februari 2000 150 jaar Oostenrijkse postzegel
14 februari 2001 Johann Nestroy
50 schilling 3,63 26,5 mm 6,2 g 92 % Cu, 6 % Al, 2 % Ni;
Van binnen 100 % Magnimat 7
1996 zelfde voorkant,
9 verschillende achterkanten
Euro
Hoofdpagina's:euro · euromunten · eurobankbiljetten · eurozone · euroteken · euro-herdenkingsmunt · herdenkingsmunten van € 2 · meerwaardeherdenkingsmunten
Gerelateerde pagina's:ding flof bips · Eonia · Euribor · ECB · Stabiliteits- en Groeipact
Geschiedenis:Europees Monetair Systeem (I: ECU, II: WKM, III: WKM II, IV: EMU) · Europees Monetair Instituut
Eurozone:EU: België · Cyprus · Duitsland · Estland · Finland · Frankrijk · Griekenland · Ierland · Italië · Letland · Litouwen · Luxemburg · Malta · Nederland · Oostenrijk · Portugal · Slovenië · Slowakije · Spanje
Niet-EU (met akkoord): Andorra · Monaco · San Marino · Vaticaanstad
Niet-EU (zonder akkoord): Kosovo · Montenegro
EU-lidstaten die euro gaan invoeren:Bulgarije · Hongarije · Kroatië · Polen · Roemenië · Tsjechië · Zweden
EU-lidstaten met uitzonderingsbepaling:Denemarken · Verenigd Koninkrijk
Pre-euro munteenheden:ECU · Belgische frank · Cypriotisch pond · Duitse mark · Estische kroon · Finse mark · Franse frank · Griekse drachme · Iers pond · Italiaanse lire · Letse lats · Litouwse litas · Luxemburgse frank · Maltese lire · Monegaskische frank · Nederlandse gulden · Oostenrijkse schilling · Portugese escudo · San Marinese lire · Sloveense tolar · Slowaakse kroon · Spaanse peseta · Vaticaanse lire
Resterende munteenheden WKM II: Deense kroon
Resterende munteenheden EU: Brits pond · Bulgaarse lev · Gibraltarees pond · Hongaarse forint · Kroatische kuna · Poolse złoty · Roemeense leu · Tsjechische kroon · Zweedse kroon