Kritische depositiewaarde

de hoeveelheid stikstofdepositie die een intact ecosysteem over langere tijd kan verdragen zonder dat significante schade optreedt aan de structuur of het functioneren van dat systeem

De kritische depositiewaarde (afgekort KDW) is binnen de stikstofproblematiek de hoeveelheid stikstofdepositie door reactieve stikstof die een intact ecosysteem over langere tijd kan verdragen zonder dat significante schade optreedt aan de structuur of het functioneren van dat systeem.[1]

WetgevingBewerken

De KDW's vormen de wetenschappelijke basis op grond waarvan beleidsmaatregelen worden genomen om te voldoen aan natuurwetgeving zoals de Stikstofwet (Nederland) of de Programmatorische Aanpak Stikstof (Vlaanderen). In tussentijdse beleidsdoelstellingen wordt soms gewerkt met KDW+, een waarde van matige overschrijding, waarbij het depositieniveau van maximaal 2x KDW als indicatie van matige overschrijding wordt gezien.[2]

WaardeBewerken

De depositiewaarde wordt uitgedrukt in kilogram of mol stikstof per hectare per jaar. Er wordt bij depositie soms gerekend met mol omdat een kilo ammoniak niet vergelijkbaar met een kilo stikstofoxide, terwijl met mol deze stoffen die allebei stikstof bevatten en in de natuur neerslaan wel vergelijkbaar zijn.[3] De KDW verschilt per type habitat. Het varieert van 7 kg N/ha j voor actief hoogveen, tot meer dan 34 kg N/ha j voor estuaria, slikwadden en zandplaten en rietlanden.[4] De waardetoekenning aan gebieden vindt plaats in een hexagonaal rooster.[5]

Voor de vaststelling van de kritische waarde wordt gebruik gemaakt van de door UNECE gedefinieerde ecosysteemtypen en de daarbij behorende vastgestelde empirische kritische depositiewaarden.[6]

MetingenBewerken

Om overschrijdingen vast te stellen kan met emissieregistratie gewerkt worden die verwerkt worden in modellen. Ook kunnen metingen worden verricht op de grond en vanuit satellieten. In Nederland worden op verschillende manieren stikstofmetingen verricht.

KritiekBewerken

Vanuit de agrarische sector is er kritiek op de kritische depositiewaarden. Volgens LTO Nederland zijn de waarden onhaalbaar vanwege stikstof afkomstig van onder meer de scheepvaart en vanuit het buitenland.[7] Ook wordt gesteld dat sommige kritische waarden gebaseerd zijn op kasonderzoek en niet op veldonderzoek.[8]