Kosmologie van de Bijbel

beschrijving van kosmos in het jodendom en christendom
Zie artikel Zie ook het artikel over Kosmologie

De kosmologie van de Bijbel onderscheidt een driedelig wereldbeeld, met de hemelen erboven, de aarde in het midden en de onderwereld hieronder. Dit kosmosbeeld dateert uit een periode dat de sterrenkunde nog tot ontwikkeling moest komen en men niet beschikte over telescopen en satellieten. De hier beschreven zienswijzen worden ook door christenen (vrijwel) niet meer aangehangen, mede door de toegenomen toepassing van de historisch-kritische exegese door theologen. Dit laatste is een proces dat al eeuwen gaande is en tot steeds verdere acceptatie is gekomen. Beschrijvingen in de Bijbel worden daardoor meer gezien als tijdsbepaald, of als product van een joodse verhaalwijze.

"Oud Hebreeuwse concept van het Universum". The White and Blue. Vol XIII # 11, Dec. 24 1909. pp. 84-88
Een illustratie van een platte aarde, Gleason's new standard map of the world (1892).

In de Bijbel staat niets vermeld over de aarde als planeet of als bol.[1] Het idee dat de aarde een bol was, werd ontwikkeld door de Grieken in de 6e eeuw voor onze jaartelling.[2] In de 3e eeuw voor Christus werd dit algemeen aanvaard door ontwikkelde Romeinen en Grieken en zelfs door sommige joden.[3] De auteur van het boek Openbaring zag in zijn visioen een platte aarde; andere bijbelteksten laten de vorm in het midden.[4][5] Er lijkt geen relatie te zijn met aanhangers van het platte aarde-idee in de 19e of 20e eeuw n. Chr.

ScheppingBewerken

Het scheppingsverhaal in Genesis 1 vertoont meerdere overeenkomsten met het oudere Babylonische scheppingsverhaal Enoema Elisj, dus daaruit kunnen gedeelten zijn overgenomen of ze hebben een gemeenschappelijke oerbron. Beide verhalen zijn een mythe waarmee de schrijver(s) de wereld probeerden te verklaren aan de hand van toenmalige ideeën en formuleringen.[6] De aarde van voor de schepping wordt voorgesteld als woest en leeg en de duisternis lag over de watervloed. De driedelige wereld van hemel, aarde en onderwereld dreef in Tehom, de mythologische kosmische oceaan, die de aarde bedekte totdat God het uitspansel op de tweede dag geschapen zou hebben om het water in hogere en lagere delen te verdelen. In Genesis 2 wordt nogmaals iets over de schepping verteld, maar met andere woorden en in een andere volgorde dan in Genesis 1.

HemelBewerken

 
De hemel door Francesco Botticini

Aan de hemelkoepel, het firmament , zijn de sterren zichtbaar; we noemen dit de hemel. Boven het firmament is de hemel der hemelen. De hemel (der hemelen) wordt in Deuteronomium beschreven als woonplaats van God.[7][8] In de hemel woont ook God's hofhouding, de engelen; zij staan met duizenden voor Hem.[9] Marcus en de apostel Paulus schrijven dat Jezus in de hemel zit aan de rechterhand van God.[10] Dat de hemel zich boven de aarde bevindt zou ook blijken uit Jesaja 64:1. De hemel kan geduid worden als de sfeer of orde waar God onweersproken en zonder beperking regeert. In het gebed onze Vader wordt God aangesproken als onze Vader die in de hemelen zijt. Vanuit de hemel werd de Zoon gezonden en de Heilige Geest over de mensen uitgestort. De hemel kan daarom volgens gelovigen functioneren als de plaats waar ze na hun dood definitief in de nabijheid van God zijn.[11][12]

Water boven en onder het gewelfBewerken

De dampkring werd opgevat als een gewelf dat scheiding maakt tussen water en water.[13] God maakte scheiding tussen water dat onder het gewelf en water dat boven het gewelf is. Een gewelf is een gebogen schaalvormige constructie. God noemde het uitspansel hemel. Het uitspansel scheidde de watervoorraden van de hemel en van het water beneden op de aarde. Nu het water binnen zijn perken was teruggedrongen, kon het droog geworden land planten en bomen voortbrengen.[14] De wateren strekten zich uit tot beneden de aarde, die rustte op pilaren die in de wateren waren verzonken, en in de onderwereld was Sheol, de verblijfplaats van de doden.[15] Het boek Exodus zegt dat afgodsbeelden niet gemaakt mogen worden "in de hemel", "beneden op aarde" of "in het water onder de aarde".[16]

Hemelkoepel (Firmament)Bewerken

 
De zon, sterren en engelen binnen het firmament. Woodcut anno 1475.

Het woord 'Firmament' is vertaald vanuit rāqîa' (רָקִ֫יעַ), een woord dat in de Hebreeuwse Bijbel wordt gebruikt. Het is afgeleid van de wortel raqqə' (רָקַע), wat "dun slaan of uitspreiden" betekent, maar de vertaling is onzeker.[17]

Het firmament is de structuur boven de atmosfeer van de aarde, opgevat als een stevige koepel.[18] Het firmament is volgens Genesis gemaakt op de tweede dag van de schepping, op de vierde dag zijn de hemellichamen erin gezet; het is een solide koepel die de aarde beneden scheidt van de hemelen daarboven, zoals in het Egyptische en Mesopotamische geloof van dezelfde tijdperk werd aangenomen.[19] In Genesis 1:17 staan de sterren in de raqia '; in de Babylonische zienswijze werden de hemelen gemaakt van verschillende edelstenen. In Exodus 24:10 is God op de saffiervloer van de hemel te zien, met de sterren in hun oppervlak gegraveerd.[20] Het firmament is als een onmetelijk koepeldak.[21][22]

Aurelius Augustinus heeft getracht de opbouw van de kosmos, zoals de Bijbel die beschrijft, te behandelen in Boek 12 van zijn Belijdenissen. Hij was nog niet zover dat dit alles symbolisch kon worden opgevat, maar erkende dat er verschillende uitleggingen mogelijk zijn. In hetzelfde deel probeert hij het begrip "tijd" te verklaren.[23]

HemellichamenBewerken

In het vierde tijdvak van de schepping wordt de taal van "heersen" geïntroduceerd: de Hemellichamen zullen dag en nacht "regeren" en jaren, seizoenen en dagen markeren (dit is van cruciaal belang voor de priesters, aangezien religieuze feesten werden georganiseerd rond de cycli van de zon en maan).[24] In het bijzonder creëert God, of ontstaat, het 'grotere licht', het 'kleinere licht' en de sterren.[25] Later in periode zes van de schepping komt de mens in beeld om te heersen over de schepping als rentmeester.[26]

 
Jozua commandeert om de zon stil te laten staan boven Gideon. (John Martin, 1816)

AardeBewerken

 
Illustratie van de aarde als schijf, omringd door bergen of zee

Aarde als een schijfBewerken

De aarde wordt in dit kosmosbeeld gezien als een landmassa omringd door de oceaan met als uiterste grenzen de einden van de aarde.[27][28] In Jesaja 40:21-22 staat: "Hebt u niet gelet op de fundamenten van de aarde? Hij is het die troont boven de cirkel van de aarde, ...". Het Hebreeuwse woord חוג, ḥūḡ wordt hier met "cirkel" vertaald, maar sommige moderne vertalingen vertalen het met "gewelf" (Willibrordvertaling) of "schijf" (NBV).[29] Het zelfde woordje ḥūḡ wordt gebruikt in Spreuken 8:27. "....toen Hij een cirkel trok over het oppervlak van de watervloed".

Vast staat de aardeBewerken

In zowel psalmen als Kronieken staat dat de aarde vaststaat en niet zal wankelen.[30] De auteur van het boek 1 Samuel voegt daarbij toe dat de aarde is gegrondvest op fundamenten.[31]

Dat bijbelschrijvers tot deze woordkeus zijn gekomen is begrijpelijk. Door de strikte regelmaat van de aardbeweging om haar as en om de zon, leek het voor de toenmalige mensheid dat de aarde stilstond en het middelpunt van alles was.

Hoeken van de aardeBewerken

 
Orlando Ferguson-1885 platte aarde kaart

Orlando Ferguson heeft in 1893 voordat Antarctica werd bezocht, een plattegrond van de aarde gemaakt met 4 hoeken. Ondanks de ontdekkingen van Copernicus en Galilei beweerde hij dat volgens een groot aantal teksten in de Bijbel, de aarde geen bol is die door de ruimte vliegt. Op zijn kaart staan aan de zijkanten van de aarde een aantal eilanden afgebeeld. Een van deze eilanden is Adélieland. Er staan 4 engelen op de hoeken van de aarde gepositioneerd. Hier wordt gerefereerd aan Openbaring 7:1 "Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde". Uit een bijbelboek met bij uitstek veel symboliek, filterde hij enkele woorden die hem goed passen, en nam ze letterlijk.

OnderwereldBewerken

De onderwereld wordt in het Bijbelse kosmosbeeld gezien als een land van duisternis en van de dood.[32] Een plaats van pijn, een vurige oven, waar gejammer is en tandengeknars.[33] Deze plaats is bestemd voor de duivel en zijn engelen. De duivel wordt in het nieuwe testament als vader van de leugen bestempeld.[34]

In de Griekse Septuagint werd het Hebreeuwse woord Sheol vertaald als Hades, de naam voor de onderwereld en de verblijfplaats van de doden in de Griekse mythologie. De bijbel spreekt over verschillende delen van de onderwereld. Een daarvan, de Abysses (afgrond), is een soort gevangenis voor de gevallen engelen, daarin zal de satan ook zelf worden opgesloten.[35] In het latere jodendom en in het nieuwe testament wordt dit dodenrijk tot de strafplaats voor verdoemden en wel onder de de naam Gehenna.[36]

Anderstalige WikipediabronnenBewerken