Kaspische slijkgarnaal

soort uit het geslacht Chelicorophium

De Kaspische slijkgarnaal (Chelicorophium curvispinum; Synoniem Corophium curvispinum) is een vlokreeftensoort die zich als exoot succesvol heeft weten te vestigen in Nederland en België. De Kaspische slijkgarnaal bereikte Nederland via onder meer het Main-Donaukanaal.[1] De eerste waarnemingen in Nederland en België dateren uit de jaren 1980.[2][3]

Kaspische slijkgarnaal
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Malacostraca (Hogere kreeften)
Orde:Amphipoda (Vlokreeftjes)
Familie:Corophiidae
Geslacht:Chelicorophium
Soort
Chelicorophium curvispinum
(G.O. Sars, 1895)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

In Nederland en België wordt de soort aangetroffen in zoete tot licht brakke wateren. Hier vindt het zijn habitat op harde substraten zoals de stortstenen oevers en kribben van Rijn en Maas. Hier bouwt het van het slib uit het water modderige kokertjes waarin hij zich beschermd weet tegen vijanden. Op deze manier worden grote modderige kolonies gevormd van zo'n 7000 individuen per m2. Met deze hoge dichtheden verdringt het andere bewoners van de stenen oevers zoals de driehoeksmossel en de inheemse slijkgarnaal Apocorophium lacustre[2][3].

De kaspische slijkgarnaal filtert zijn voedsel (algen) uit het water. Door de nog steeds hoge nitraatconcentraties in het water is dit volop aanwezig in het water van Rijn en Maas. Met hierbij een hoge tolerantie tegen vervuiling en lage zuurstofgehalten en het ontbreken van predatoren heeft de soort zich snel in het Rijnsysteem weten te ontwikkelen.[4][5] Met de komst van Pontokaspische vlokreeft lijkt zich echter ook een geduchte predator te hebben gemeld in het Rijnsysteem.