Hoofdmenu openen

Index van de menselijke ontwikkeling

maat van ontwikkeling per land
Wereldkaart van de index van de menselijke ontwikkeling (2013)

 zeer hoog

 laag

 hoog

 onbekend

 gemiddeld

De index van de menselijke ontwikkeling (ontwikkelingsindex), VN-index (welzijnsindex) of Human Development Index (HDI) van de Verenigde Naties meet voornamelijk armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting in een bepaald land of gebied. De index werd in 1990 ontwikkeld door de Pakistaanse econoom Mahbub ul Haq en wordt sinds 1993 door de UNDP gebruikt in haar jaarlijkse rapport.

Noorwegen staat vaak op de eerste plaats. Nederland is in 2014 goed voor een vierde plaats, België is op de 21e plaats te vinden. Onderaan staan de Afrikaanse landen Tsjaad, de Centraal Afrikaanse Republiek, Congo-Kinshasa en Niger.

De index meet de gemiddelde prestaties van een land, opgedeeld in drie categorieën:

Een aantal landen heeft echter geen statistieken aan de UNDP geleverd, waardoor ze niet verwerkt zijn in het rapport. Deze landen zijn voor 2013 Monaco, San Marino, Noord-Korea, Nauru, Tuvalu, de Marshalleilanden, Somalië en Zuid-Soedan.

De huidige (meer) ontwikkelde landen liggen onder andere in Noord-Amerika, Zuidelijk Latijns-Amerika, Europa, Zuidelijk Afrika, Oost-Azië (Japan, Zuid-Korea, Taiwan), Oceanië (Australië en Nieuw-Zeeland) en de Golfstaten (Saoedi-Arabië, Qatar, Bahrein, Oman, VAE, Koeweit).

HDI in 2003Bewerken

  Zie Index van de menselijke ontwikkeling 2004 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De voor het rapport van 2004 gebruikte cijfers zijn voornamelijk afkomstig uit 2001 en 2002. Noorwegen en Zweden voeren de lijst aan, Nederland en België staan op de vijfde en zesde plaats. Van de twintig landen die het slechtst uit het rapport kwamen liggen er negentien in Afrika. De HDI toont onderaan grote overeenkomsten met de lijst van minst ontwikkelde landen.

HDI in 2014Bewerken

HDI in 2016Bewerken

De dertig hoogstgeplaatste landenBewerken

De dertig landen die bovenaan de lijst hebben gestaan:

  1.   Noorwegen
  2.   IJsland
  3.   Australië
  4.   Luxemburg
  5.   België
  6.   Zweden
  7.   Zwitserland
  8.   Ierland
  9.   Nederland
  10.   Verenigde Staten
  1.   Japan
  2.   Canada
  3.   Finland
  4.   Denemarken
  5.   Verenigd Koninkrijk
  6.   Frankrijk
  7.   Oostenrijk
  8.   Italië
  9.   Nieuw-Zeeland
  10.   Duitsland
  1.   Spanje
  2.   Hongkong
  3.   Israël
  4.   Griekenland
  5.   Singapore
  6.   Slovenië
  7.   Portugal
  8.   Zuid-Korea
  9.   Cyprus
  10.   Barbados

De tien laagstgeplaatste landenBewerken

Van de twintig landen die het slechtst uit het rapport kwamen, liggen er 19 in Afrika. De HDI toont onderaan grote overeenkomsten met de lijst van minst ontwikkelde landen. De tien landen onder aan de lijst van de UNDP waren:

  1.   Mozambique
  2.   Burundi
  3.   Ethiopië
  4.   Centraal-Afrikaanse Republiek
  5.   Guinee-Bissau
  6.   Tsjaad
  7.   Mali
  8.   Burkina Faso
  9.   Niger
  10.   Sierra Leone

Berekening Human Development Index (2010)Bewerken

Er worden drie genormaliseerde indices gebruikt:

  1. Levensverwachtingsindex (Life Expectancy Index):  
    LE: Levensverwachting bij de geboorte (Life Expectancy)
  2. Onderwijsindex (Education Index)  
    Gemiddelde scholingsjarenindex (Mean Years of Schooling Index):  [1]
    MYS Gemiddeld aantal jaren scholing voor een 25-jarige (Mean Years of Schooling)
    Verwachte scholingsjarenindex (Expected Years of Schooling Index)  [2]
    EYS Verwacht aantal jaren scholing voor een 5-jarige (Expected years of Schooling)
  3. Inkomensindex (Income Index)  
    GNIpc: Bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking (Gross national income at purchasing power parity per capita)

De uiteindelijke index is het meetkundig gemiddelde van de drie genormaliseerde indices:

 

KritiekBewerken

Sedert de eerste publicatie van het rapport in 1990 zijn een aantal wetenschappelijke kritieken gerezen, die vooral verband houden met de keuze en de weging van de gebruikte indicatoren. In 2011 publiceerde het UNDP zelf een overzicht van de kritieken, met aansluitend voorstellen tot verbetering van de Index.[3]

Human Sustainable Development Index (HSDI)Bewerken

In de huidige HDI worden ontwikkelde en olierijke landen bovenaan geplaatst, zonder rekening te houden met de kostprijs en de gevaren van hun ontwikkeling voor de planeet en de toekomst van de mens. Men gaat ervan uit dat natuurlijke hulpbronnen ongelimiteerd zijn, en er wordt nauwelijks aandacht besteed aan de fundamentele verschuivingen in de fysische, biologische en chemische processen van de Aarde, die het resultaat zijn van die ontwikkeling.

Een aangepaste index moet rekening houden met de per capita koolstofemissies van elk land, om te komen tot een “Index van duurzame menselijke ontwikkeling” (Human Sustainable Development Index, HSDI).[4]

Voerde men over 2010 een herberekening uit volgens deze HSDI (dus de HDI plus koolstofemissies per capita), dan vallen vooral landen als de Verenigde Staten, Australië, Canada en de Golfstaten terug op veel lagere posities van ontwikkeling. Voor Nederland en België veranderden de scores weinig, Noorwegen bleef aan de top.[5] Volgens bepaalde inschattingen zou Cuba naar voren komen als een duurzaam ontwikkeld land.[6]

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken