Index van de menselijke ontwikkeling

maat van ontwikkeling per land

De index van de menselijke ontwikkeling (ontwikkelingsindex), VN-index (welzijnsindex) of Human Development Index (HDI) van de Verenigde Naties meet voornamelijk armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting in een bepaald land of gebied. De index werd in 1990 ontwikkeld door de Pakistaanse econoom Mahbub ul Haq en wordt sinds 1993 door de UNDP gebruikt in haar jaarlijkse rapport.

Wereldkaart van de index van de menselijke ontwikkeling (2020)
 0.800–1.000 (zeer hoog)
 0.700–0.799 (hoog)
 0.550–0.699 (matig)
 0.350–0.549 (laag)
 Data niet beschikbaar

De index meet de gemiddelde prestaties van een land, opgedeeld in drie categorieën:

De landen met de hoogste HDI liggen in Noord-Amerika, zuidelijk Latijns-Amerika, Europa, Oost-Azië (Japan, Zuid-Korea, Taiwan), Oceanië (Australië en Nieuw-Zeeland) en de Golfstaten (Saoedi-Arabië, Qatar, Bahrein, Oman, VAE, Koeweit).

Berekening Human Development Index (sinds 2010)Bewerken

Er worden drie genormaliseerde indices gebruikt:

  1. Levensverwachtingsindex (Life Expectancy Index):  
    LE: Levensverwachting bij de geboorte (Life Expectancy)
  2. Onderwijsindex (Education Index)  
    Gemiddelde scholingsjarenindex (Mean Years of Schooling Index):  [1]
    MYS Gemiddeld aantal jaren scholing voor een 25-jarige (Mean Years of Schooling)
    Verwachte scholingsjarenindex (Expected Years of Schooling Index)  [2]
    EYS Verwacht aantal jaren scholing voor een 5-jarige (Expected years of Schooling)
  3. Inkomensindex (Income Index)  
    GNIpc: Bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking (Gross national income at purchasing power parity per capita)

De uiteindelijke index is het meetkundig gemiddelde van de drie genormaliseerde indices:

 

KritiekBewerken

Sedert de eerste publicatie van het rapport in 1990 zijn een aantal wetenschappelijke kritieken gerezen, die vooral verband houden met de keuze en de weging van de gebruikte indicatoren. In 2011 publiceerde het UNDP zelf een overzicht van de kritieken, met aansluitend voorstellen tot verbetering van de Index.[3]

HDI rapportenBewerken

HDI rapport 2020 (met data uit 2019)Bewerken

Het rapport vraagt zich af of een “terugkeer naar normaal”, na de coronapandemie, wenselijk of zelfs mogelijk is. Bij een geforceerde “terugkeer naar normaal”, dreigt onze toekomst te verzanden in eindeloos crisisbeheer in plaats van menselijke ontwikkeling.[4]:p. 4

De top 10 van het vorige rapport (2019) vertoont slechts minieme verschuivingen, Grootste stijgers zijn Oekraïne, Azerbeidzjan, Palestina en Kirgizië. De grootste dalers in de hele reeks zijn Hongkong, Singapore, Panama, Brazilië, Suriname, Zuid-Afrika, en de Comoren.

HDI rapport 2019 (met data uit 2018)Bewerken

Noorwegen staat net als in de voorgaande jaren op de eerste plaats, gevolgd door Zwitserland en Ierland. In totaal hebben 62 landen een score van 0,800 of hoger en vallen daarmee in de categorie met een zeer hoge ontwikkelingsindex. De dertig landen bovenaan de lijst:

  1.   Noorwegen
  2.   Zwitserland
  3.   Ierland
  4.   Duitsland
  5.   Hongkong
  6.   Australië
  7.   IJsland
  8.   Zweden
  9.   Singapore
  10.   Nederland
  1.   Denemarken
  2.   Finland
  3.   Canada
  4.   Nieuw-Zeeland
  5.   Verenigd Koninkrijk
  6.   Verenigde Staten
  7.   België
  8.   Liechtenstein
  9.   Japan
  10.   Oostenrijk
  1.   Luxemburg
  2.   Israël
  3.   Zuid-Korea
  4.   Slovenië
  5.   Spanje
  6.   Tsjechië
  7.   Frankrijk
  8.   Malta
  9.   Italië
  10.   Estland

Van de twintig landen die het slechtst uit het rapport kwamen, liggen er 19 in Afrika. Alleen Jemen op plaats 177 ligt niet in Afrika. De HDI toont onderaan grote overeenkomsten met de lijst van minst ontwikkelde landen. De tien landen onder aan de lijst van de UNDP waren:

  1.   Mozambique
  2.   Sierra Leone
  3.   Burkina Faso
  4.   Eritrea
  5.   Mali
  6.   Burundi
  7.   Zuid-Soedan
  8.   Tsjaad
  9.   Centraal-Afrikaanse Republiek
  10.   Niger

HDI rapport 2016 (met data uit 2015)Bewerken

De dertig landen die bovenaan de lijst hebben gestaan:

  1.   Noorwegen
  2.   Australië
  3.   Zwitserland
  4.   Duitsland
  5.   Denemarken
  6.   Singapore
  7.   Nederland
  8.   Ierland
  9.   IJsland
  10.   Canada
  1.   Verenigde Staten
  2.   Hongkong
  3.   Nieuw-Zeeland
  4.   Zweden
  5.   Liechtenstein
  6.   Verenigd Koninkrijk
  7.   Japan
  8.   Zuid-Korea
  9.   Israël
  10.   Luxemburg
  1.   Frankrijk
  2.   België
  3.   Finland
  4.   Oostenrijk
  5.   Slovenië
  6.   Italië
  7.   Spanje
  8.   Tsjechië
  9.   Griekenland
  10.   Brunei

Van de twintig landen die het slechtst uit het rapport van 2016 kwamen, liggen er 19 in Afrika (alleen Afghanistan niet). De tien landen onder aan de lijst van de UNDP waren:

  1.   Eritrea
  2.   Sierra Leone
  3.   Mozambique
  4.   Zuid-Soedan
  5.   Guinee
  6.   Burundi
  7.   Burkina Faso
  8.   Tsjaad
  9.   Niger
  10.   Centraal-Afrikaanse Republiek

HDI rapport 2014 (met data uit 2013)Bewerken

De dertig landen die bovenaan de lijst hebben gestaan:

  1.   Noorwegen
  2.   Australië
  3.   Zwitserland
  4.   Nederland
  5.   Verenigde Staten
  6.   Duitsland
  7.   Nieuw-Zeeland
  8.   Canada
  9.   Singapore
  10.   Denemarken
  1.   Ierland
  2.   Zweden
  3.   IJsland
  4.   Verenigd Koninkrijk
  5.   Hongkong
  6.   Zuid-Korea
  7.   Japan
  8.   Liechtenstein
  9.   Israël
  10.   Frankrijk
  1.   Oostenrijk
  2.   België
  3.   Luxemburg
  4.   Finland
  5.   Slovenië
  6.   Italië
  7.   Spanje
  8.   Tsjechië
  9.   Griekenland
  10.   Brunei

De tien landen onder aan de 2014 lijst van de UNDP waren:

  1.   Mozambique
  2.   Guinee
  3.   Burundi
  4.   Burkina Faso
  5.   Eritrea
  6.   Sierra Leone
  7.   Tsjaad
  8.   Centraal-Afrikaanse Republiek
  9.   Congo-Kinshasa
  10.   Niger

HDI rapport 2004Bewerken

De voor het rapport van 2004 gebruikte cijfers zijn voornamelijk afkomstig uit 2001 en 2002. De dertig landen die bovenaan de lijst hebben gestaan:

  1.   Noorwegen
  2.   Zweden
  3.   Australië
  4.   Canada
  5.   Nederland
  6.   België
  7.   IJsland
  8.   Verenigde Staten
  9.   Japan
  10.   Ierland
  1.   Zwitserland
  2.   Verenigd Koninkrijk
  3.   Finland
  4.   Oostenrijk
  5.   Luxemburg
  6.   Frankrijk
  7.   Denemarken
  8.   Nieuw-Zeeland
  9.   Duitsland
  10.   Spanje
  1.   Italië
  2.   Israël
  3.   Hongkong
  4.   Griekenland
  5.   Singapore
  6.   Portugal
  7.   Slovenië
  8.   Zuid-Korea
  9.   Barbados
  10.   Cyprus

De tien landen onder aan de 2004 lijst van de UNDP waren:

  1.   Congo-Kinshasa
  2.   Centraal-Afrikaanse Republiek
  3.   Ethiopië
  4.   Mozambique
  5.   Guinee-Bissau
  6.   Burundi
  7.   Mali
  8.   Burkina Faso
  9.   Niger
  10.   Sierra Leone

Human Sustainable Development Index (HSDI)Bewerken

In de huidige HDI worden ontwikkelde en olierijke landen bovenaan geplaatst, zonder rekening te houden met de kostprijs en de gevaren van hun ontwikkeling voor de planeet en de toekomst van de mens. Men gaat ervan uit dat natuurlijke hulpbronnen ongelimiteerd zijn, en er wordt nauwelijks aandacht besteed aan de fundamentele verschuivingen in de fysische, biologische en chemische processen van de Aarde, die het resultaat zijn van die ontwikkeling.

Een aangepaste index moet rekening houden met de per capita koolstofemissies van elk land, om te komen tot een “Index van duurzame menselijke ontwikkeling” (Human Sustainable Development Index, HSDI).[5]

Voerde men over 2010 een herberekening uit volgens deze HSDI (dus de HDI plus koolstofemissies per capita), dan vallen vooral landen als de Verenigde Staten, Australië, Canada en de Golfstaten terug op veel lagere posities van ontwikkeling. Voor Nederland en België veranderden de scores weinig, Noorwegen bleef aan de top.[6] Volgens bepaalde inschattingen zou Cuba naar voren komen als een duurzaam ontwikkeld land.[7]

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken