Het Haagsche Lyceum

school in Nederland
Werk aan de winkel Dit artikel staat op een nalooplijst. Als je de inhoud op verifieerbaarheid gecontroleerd hebt, kun je dit sjabloon verwijderen. Bekijk ook de bewerkingsgeschiedenis om te zien of anderen hier al aan gewerkt hebben.
Sophialaan 10
Achterkant Het Haagsche Lyceum met koetshuis

Het Haagsche Lyceum was een school in Den Haag.

De school begon in de Groot Hertoginnelaan 4 en verhuisde in 1936 naar de noordzijde van de Sophialaan 10.

Het gebouwBewerken

Het gebouw heet sinds 1992 de Sophiahof maar werd in 1859 gebouwd als woonhuis van oud-minister van Koloniën Guillaume Baud, die daarvoor aan de huidige Koninginnegracht woonde. Hij woonde op nummer 10, zijn schoonzuster woonde op nummer 12.

Pas in 1859 kreeg de straat de huidige naam, Sophialaan, en werden er gaslantaarns geplaatst en iepen geplant. In 1896 werd er een koetshuis achter het huis gebouwd dat later als gymnastieklokaal diende. Het Haagsche Lyceum bouwde tussen het koetshuis en het huis een entree voor de school.

De tuin

Het pand had in de tijd van Baud een grote tuin met veel fruitbomen, een moestuin en een aantal kippen. Midden in de tuin werd een beuk geplant die er nu nog staat. In een hoek van de tuin staan sinds de jaren zestig van de 20ste eeuw enkele bijenkorven.

Het lyceumBewerken

Het lyceum werd in 1934 opgericht door de 46-jarige ingenieur J.R.M. (Rumold) Keunen. Rumold Keunen werkte daarvoor in Bandoeng als werktuigbouwkundig hoofdingenieur bij de Dienst Staatstoezicht Spoor- en Tramwegen Nederlands-Indië (1922-1934). In 1932 werd hij, als gevolg van de wereldwijde economische crisis, op wachtgeld gezet. Hij besloot naar Nederland terug te keren. Van 1945 tot 1919 was hij gecommitteerde van het Stoomwezen in Nederlands-Indië namens het Commissariaat Indische Zaken.

Toen hij het lyceum oprichtte, had hij slechts 14 leerlingen. Het waren kinderen die individuele begeleiding nodig hadden en werden opgeleid om staatsexamen te doen. Een jaar later had hij al 65 leerlingen. De school moest verhuizen naar een ruimer pand. Hij huurde Sophialaan 10 van Catharina van der Hoop, de dochter van Oncko Wicher Star Numan, zij woonde zelf op de Fraeylemaborg in Slochteren. In die periode waren de iepen van de Sophialaan ziek geworden en verving de gemeente ze door 25-jarige kastanjes.

In 1936 zette Keunen de stichting Het Nieuwe Haagsche Lyceum om in de vereniging Het Haagsche Lyceum en was daarvan de penningmeester tot hij in 1964 overleed.

In 1940 mocht de school eindelijk zelf eindexamens afnemen zowel voor de HBS als het gymnasium. De school groeide tot 135 leerlingen, de serre werd afgebroken en door twee klaslokalen vervangen. Op zolder kwam een tekenlokaal.

Twee weken voor de bevrijding werd het schoolgebouw door de Duitsers gevorderd. Ze kregen enkele dagen de tijd om het gebouw te ontruimen. De kelder, waar het bestuur wijn had opgeslagen, werd door de conciërge dichtgemetseld. Na de oorlog kwamen de Binnenlandse Strijdkrachten in het gebouw, maar ook zij verdwenen na enkele maanden.

In 1947 kon de school het gebouw voor 90.000 gulden kopen. De school had in 1950 al 175 leerlingen en in 1954 zelfs 209 hoewel 185 het maximum was. Bijna iedereen slaagde voor zijn eindexamen.

Overlast

Doordat er steeds meer leerlingen waren werd de overlast voor sommige omwonenden steeds groter. In oktober 1954 werd het gebouw door het Ministerie van Onderwijs ineens afgekeurd, zonder dat staatssecretaris Anna de Waal hiervan wist. Later bleek Johan Willem Beyen hierachter te zitten, hij woonde tegenover de school in de ambtswoning van de minister van Buitenlandse Zaken. Het gebouw werd niet afgekeurd, maar er mochten geen schoolfeesten meer gehouden worden. Joseph Luns was de volgende bewoner was dat pand maar zijn gezin had geen bezwaar tegen het schoollawaai.

Lustrum 1959

Ter viering van het 25-jarig bestaan bood het bestuur aan leerlingen, docenten en personeelsleden een 4-daagse reis aan. Deze stond in het teken van het Nederlandse vorstenhuis en ging naar de deelstaat Hessen in Duitsland, waar onder meer het slot Dillenburg werd bezocht.

Eindexamen 1964

In 1964 moesten tien leerlingen hun schriftelijk examen Duits overdoen. Er waren mogelijke onrechtmatigheden geconstateerd door de examencommissie en de 46-jarige rector Schmitz, die ook hoofd van de examencommissie was, werd van zijn taak ontheven. Kolhorn Visser, leraar Engels, werd waarnemend rector.

Mammoetwet

De intrede van de Mammoetwet betekende in 1972 het einde van Het Haagsche Lyceum. Keunen hoefde dat niet meer mee te maken, hij werd in 1964 begraven op de Algemene Begraafplaats Kerkhoflaan. In 1973 werd het schoolgebouw aan zijn twee kinderen verkocht, waar de oudste drs. J.W.M. Keunen (1919-2013) huisarts in Den Haag was. Zij verhuurden het gebouw in 1973 aan de Nederlandse Hartstichting, waarvan oud-burgemeester Kolfschoten toen voorzitter was. Sinds 2011 is in het gebouw het The Hague Institute for Global Justice gevestigd.

RectorenBewerken

  • Drs. E.Ch. Mulholland (1934-1936)
  • D. Laverman (1936-1937)
  • Dr. P.J. van Loo (1937- vermeld1947), voorheen o.m. directeur van de HBS in Medan en Hengelo
  • P.E. van Bemmel (1951-1957)
  • J.H. Schmitz (1957-1964)
  • B.W. Kolhorn Visser (1964-1966), voorheen o.m. leraar Kennemer Lyceum (o.a. 1947)
  • Dr. A.W.J. Holleman (1967-1972)

Bekende oud-leerlingenBewerken