Hoofdmenu openen

Fraeylemaborg

museum in Slochteren, Nederland
Zie artikel Tot de 18e eeuw stond er bij Losdorp ook een Fraeylemaborg
Fraeylemaborg in Slochteren

De Fraeylemaborg is een Groninger borg in het dorp Slochteren.

De borg is gelegen in een ongeveer 31 hectare groot landgoed, in aanleg hoofdzakelijk daterend uit de 19e eeuw. Het parkbos is in het begin van de 19e eeuw gewijzigd in de romantische Engelse-landschapsstijl. Het tuincomplex wordt gedragen door een lange hoofdas die door de statige oprijlaan extra nadruk krijgt. Op het voorterrein bevindt zich het schathuis, waarin een restaurant gevestigd is. Aan de andere kant staat het koetshuis met paardenstal en oranjerie. De borg wordt bekroond door een toren met twee klokken.[1]

Het beheer van de borg wordt gevoerd door de Stichting Landgoed Fraeylemaborg, waarin deelnemen de provincie Groningen en de Gerrit van Houten Stichting.

Volgens een volksverhaal is de naam afkomstig van een edelvrouwe die Elema of Ailma heette. Een adellijke vrouw werd volgens dit verhaal wel aangeduid met het woordje "ver". Ver Ailma borg zou dan geleid hebben tot Fraeylemaborg. Hiervoor is echter geen enkel bewijs.

In het pand bevindt zich het museum landgoed Fraeylemaborg, wat openbaar is voor het publiek.

GeschiedenisBewerken

OntstaanBewerken

Uit bouwhistorisch onderzoek in 2004 is gebleken dat de huidige borg in elk geval vóór 1300 moet zijn gebouwd als steenhuis, oftewel een versterkt huis naast een herenboerderij. In de kroniek van Bloemhof wordt omstreeks 1290 gesproken over twee adellijke families uit deze omgeving: Snelgera van Scharmer en Haiginga (of Haginga) van Slochteren. De laatste naam kan in verband worden gebracht met de Hoijnga of Heringe clauwe, de buurtschap waar de borg gelegen was. In Hellum woonde toentertijd een geslacht dat Frouwamonna werd genoemd. De eerste zekere vermelding van de Fraeylemaborg dateert uit de tijd rond 1400. In de eerste helft van de 15e eeuw wordt gesproken over de Fralema heert van Remet Fraijlumma (met 6 deimt land inder dijck medt) en over landerijen intha Fralema waldum, in Fralima waldum of butha Fralumma waldum (eigendom van Edze Tuwinga te Ten Post), inda Fralema tijucha, in Fraijkema were, in Fralandt, bij Frama meedt en in de Frama venne.[2] Een groot deel van deze landerijen lag in de buurt van het Schildmeer. De bovengenoemde Remmert Frouwama was in 1444 een der vertegenwoordigers van het Slochterzijlvest; een zekere Lummo Fraijlima te Slochteren wordt genoemd in 1422. Ook de plaatsnaam Froombosch is misschien van de familienaam Fraeylema afgeleid.

Bij de naam Fraeylema gaat het vermoedelijk de Oudgermaanse voornaam *Frauja- 'heer', Oudnederlands *Fra-, die we terugvinden in de godennamen Freyr en Freya, hier in een (mannelijke) verkleinvorm met de uitgang -la of -lin. Bekender is de vrouwelijke vorm Frouwa, in de betekenis van 'voorname vrouw, meesteres, gemalin', met de Friese verkleinvorm Frauk(e), Oudnederlands Frowekin.[3] Aan deze voornaam werd vervolgens de uitgang -ma ('-mannen, familiegroep') verbonden. De achternaam Froma is hiermee vermoedelijk verwant. De taalkundige Jan Naarding wijst op de mogelijkheid dat het om afstammelingen van een frana of schout kan zijn gegaan, die ooit namens de graaf het gezag over Duurswold zou hebben uitgeoefend. Hoewel de etymologie van het woord frana als 'namens de heer, behorend tot de heer' hiertoe enige aanleiding geeft, hebben andere onderzoekers deze gedachte stellig afgewezen.[4]

Mogelijk zijn vier steenhuizen in Slochteren, Ten Post, Godlinze en Losdorp in het bezit van dezelfde familie geweest. De naam Fra(e)yl(e)ma, Frouwama of Fraelma komt in de 15e en 16e eeuw voor op verschillende plekken:

  • de boerderij Fraaimaheerd (Medenweg 5) bij Ten Post (kerspel Wittewierum), vroeger ook Frailmaheerd of Fraylemahuis genoemd en vermoedelijk identiek aan het Eltken steenhuus offte heert in de buurtschap Oldersum en het steenhuis to Aldersum, dat rond 1400 wordt vermeld. De bewoners van dit steenhuis speelden eerder een belangrijke rol in het openbaar bestuur en stamden waarschijnlijk van een leidende familie uit de ontginningstijd af
  • de Lyummenheerd te Siboldeweer (Sybelweer of Sybaldeweer) ten noordwesten van Krewerd (behorend tot de Siboldaklauw in het kerspel Godlinze), genoemd naar Lumme Fraeijlema en achtereenvolgens eigendom van Remmert Fraelma (1446) en Remmert Fraylma (1504; mogelijk grootvader en kleinzoon)
  • de Fraylemaheerd ten noordoosten van de kerk van Losdorp
  • de Frouwemaheerd onder het Eesterrecht te Eenumerhoogte, tot 1499 in het bezit van een zekere Popke Herema, die ook een heerd land in de omgeving van Froombosch bezat
  • het huis Frouwama te Huizinge, dat wordt vermeld in 1371; het is waarschijnlijk identiek met de borg Fraam, vroeger ook wel Feradema of Fradema genoemd. Deze borg gaf ook zijn naam aan het gehucht Fraamklap of Frowingatil. Een zekere Rodolphus Frawama wordt genoemd in 1403
  • de Framaheerd onder Grijssloot bij Leens, vroeger ook Frademaheerd of Olt Frama genoemd, behoorde aan dezelfde familie als de borg Fraam te Huizinge
  • de Froukemaheerd te Ezinge
 
De borg op de kaart van Willem en Frederik Coenders van Helpen (1678)

In 1465 is opnieuw sprake van een edele heerd te Slochteren die de Fraeylemaheerd wordt genoemd. Dat jaar stond Ebbe Sluchtinge de helft van deze heerd af aan Aywet en Duirt Alberda in ruil voor landerijen bij Bierum. Begin 16e eeuw zijn meerdere leden van de familie Fraylema van Berum hoofdeling in Slochteren, waaronder Remmert Fraylma. Het is onduidelijk of de Lumme Fraelmaheerd die in 1504 wordt genoemd als het bezit Remmert Fraylma dezelfde is als de Lyummenheerd in Siboldeweer of dat het om de Fraeylemaborg in Slochteren gaat. In elk geval is de Fraeylemaborg in de 16e eeuw in handen van deze familie Fraylma. Maar niet altijd: In 1500, toen de Gelderse Oorlogen woedden, werd Fraeylema een tijdlang bezet door de stadgroningers. In 1505 liet graaf Edzard I van Oost-Friesland een blokhuis bouwen aan oostzijde van de kerk bij het steenhuis. Deze handelingen hielden verband met het strategisch belang van de plek in Duurswold aan de weg van de stad Groningen naar Appingedam, de beide Oldambten en de Duitse landen (met name Westfalen).

Tussendoor was de eerdergenoemde Remmert Fraylma in 1504 hoofdeling van Slochteren. Hij wordt ook later nog genoemd, tot 1527. In 1538 wordt zijn zoon Oesebrandt genoemd als hoofdeling. Deze bezat ook drie heerden in Bierum. In 1540 wordt hij voor het laatst genoemd. Zijn dochter trouwde met Seino Rengers, waardoor de helft van de borg door vererving in handen kwam van de familie Rengers. De andere helft kochten zij erbij voor 550 Emder gulden.

1548 – 1690 
Seino’s achterkleinzoon Osebrandt Johan Rengers was begin zeventiende eeuw een machtige jonker in de Ommelanden. Beschuldigd van verraad tijdens het Beleg van Groningen kwam hij in de gevangenis. Een schoonzoon van Rengers, Henric Piccardt, wist via Willem III van Oranje een verzoening te bereiken. Rengers werd in ere hersteld maar stierf spoedig daarna. Zijn zoon stierf in 1681 of 1682, waarna de borg overging op zijn broer Evert. Mr Henric Piccardt, die in 1680 was getrouwd met Osebrandts dochter Anna Elisabeth, werd voogd over Evert. Omdat Evert in 1690 zijn bezittingen wegens schulden moest verkopen kocht Piccardt de borg met annexen en landerijen voor 47.000 gulden. Hij had hiervoor geld geleend van de koning-stadhouder in de vorm van een hypotheek op de Fraeylemaborg.
 
Diverse vrijmetselaarssymbolen in de tuin ten tijde van Hendrik de Sandra Veldtman
 
De borg op de kaart van Theodorus Beckeringh (1781)
1690 – 1781 
Financiële moeilijkheden dwongen de familie Piccardt tot verkoop van de Fraeylemaborg in 1781. Koper van de meer dan 30 jaar lang verwaarloosde borg was mr. Hendrik de Sandra Veldtman. Het was de eerste keer in de geschiedenis van de borg, dat zij buiten de familie werd verkocht. De Sandra Veldtman was actief lid van de loge L'Union Provinciale en werd sterk door vrijmetselaarssymboliek aangesproken. Hij liet de tuin aanpassen en bracht diverse vrijmetselaarssymbolen aan; er werden onder andere paden in de vorm van een passer en winkelhaak aangelegd.[5]
1781 – 1972 
Na de dood van zijn eerste vrouw was De Sandra Veldtman in 1786 hertrouwd met de weduwe van de Arnhemse burgemeester Jan Nanning van der Hoop, Adelgonda Christine Wolthers. Samen kregen zij in 1789 een dochter, Hermanna Louise Christina. Zij erfde in 1816 de Fraeylemaborg van haar vader. Na de dood van haar man jhr. Johan Hora Siccama in 1829 hertrouwde zij in 1831 met diens neef jhr. Wiardus Hora Siccama. Na haar overlijden bleef haar man vruchtgebruiker van het landgoed. Na zijn dood in 1867 vererfde de Fraeylemaborg krachtens het testament van Hermanna Louise Christina op de kleinzoon van haar stiefbroer Abraham Johan van der Hoop, mr. Abraham Johan Thomassen à Thuessink van der Hoop. Hij voegde toen van Slochteren aan zijn naam toe. Zijn oudste in 1875 geboren zoon Evert Jan erfde in 1882 de borg. In 1908 trouwde hij met Catharina Cornelia Star Numan. Zij kregen twee kinderen, Jeanne Agatha en Geertruida Hermanna Louisa Christina. In 1952 overleed Evert Jan, die van 1925 tot 1940 tevens burgemeester van Slochteren was geweest. Na het overlijden van mevrouw Van der Hoop in 1965 hebben haar beide dochters nog enige jaren de borg bewoond. De financiële lasten werden echter te zwaar en in 1971 is de rijke inboedel geveild en op 9 januari 1972 werd de borg met het bos verkocht aan de Gerrit van Houten Stichting.

Laatste bewonerBewerken

De laatste telg van het geslacht die de Fraeylemaborg bewoonde, Louise Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren, Douarière Jonkheer drs. François van Panhuys, overleed op 9 juli 2008. Ze werd 92 jaar oud. Zij werd wel de "laatste 'echte' borgvrouwe van Groningen" genoemd. Met haar overlijden kwam symbolisch een einde aan het tijdperk van de landadel in Groningen. Overigens behoort de familie Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren niet tot de Nederlandse adel. De familie behoort wel tot het patriciaat (niet-adellijke geslachten die generaties lang een groot aanzien hadden in de samenleving). Samen met haar drie dochters en haar zuster Jeanne, die overleed in 2002, was Louise van der Hoop de laatste die de Fraeylemaborg in grootse staat bewoonde. Zij werd begraven op het kerkhof van de kerk van Slochteren.[6]

Gerrit van Houten StichtingBewerken

In de borg is ingericht met stijlkamers die een beeld geven van de woonsfeer tot het midden van de 20ste eeuw. Zo wordt een eigen aanvulling gegeven aan het tijdsbeeld van de Menkemaborg (18de eeuw) en borg Verhildersum (19de eeuw). De kerncollectie van de Fraeylemaborg is van de Gerrit van Houten Stichting, die ook permanent kunstwerken toont van Gerrit van Houten (1866-1934). Tevens is bij de Fraeylemaborg de collectie ondergebracht van de Jan Menze van Diepen Stichting, met Aziatische keramiek, Oranje-Nassauprenten, schilderijen en topografische kaarten. Ook wordt de collectie van de Stichting Van der Wijck-de Kempenaer hier bewaard. In het Koetshuis worden regelmatig wisselexposities gehouden. De borg is, als museum, het gehele jaar door geopend.

Het SlochterbosBewerken

 
landschapspark van de Fraeylemaborg

Achter de borg ligt een park van ongeveer 20 hectare, dat ook wel het Slochterbos wordt genoemd.

Rond 1700 werd het park in navolging van de mode van die tijd met als voorbeeld het Kasteel van Versailles de tuin en het bos volgens wiskundige figuren inrichten. Doorkijkjes vonden een rustpunt in beelden en vazen. Van deze opzet resteert nog de middenlaan van eiken en beuken met een lengte van 1165 meter, die gericht is op de as van het huis. Ook is een schuine zichtas bewaard gebleven. Als men in de uitbouw van de grote zaal staat, kan men naar achteren tot aan het Florabeeld aan het eind van de middenlaan zien en naar voren langs de oprijlaan 1000 meter tot het einde van de laan door het overbos aan de overkant van de Hoofdweg, de nieuwe provinciale weg en de haven. Vanaf 1785 werd het park omgevormd tot een romantisch park in de Engelse landschapsstijl. Er werden slingerpaden aangelegd, onregelmatig gevormde vijvers gegraven en met de vrijkomende grond een berg gemaakt. Voor het middendeel van het langgerekte park maakte tuinarchitect Johan David Zocher Sr. een ontwerp, gedateerd 1802. Het achterste deel van het park is ontworpen door Georg Anton Blum, van wie twee ontwerptekeningen bewaard zijn gebleven. Deze fase was voor 1821 gerealiseerd. Rond 1840 maakte Lucas Pieters Roodbaard een plantekening voor het achterste deel van het park, waaraan in die tijd een uitbreiding was toegevoegd. Van deze plantekening is weinig terug te vinden in de huidige situatie. De trots van het bos was een stokoude beuk, de Dikke Boom, die zes meter in omvang was en in 1963 omwaaide.

TriviaBewerken

  • Fraijlemaborg is een straatnaam in Amsterdam-Zuidoost

VolksgeloofBewerken

  • Na een diefstal in het kasteel (het kamermeisje had het gedaan) is een onschuldige jongen in haar plaats opgehangen. Hij is nog steeds te horen in het bos.
  • Henry Piccardt, een van de bewoners van de borg, verdiende zijn geld in de straten van Parijs door liederen te zingen. Toen men hier achter kwam moest hij terug naar Slochteren. Af en toe horen mensen hem zingen en harp spelen.
  • Twee kinderen die op het landgoed speelden verdronken in het veen vlak buiten het landgoed. Als er kinderen langs de plek komen kan men de overleden kinderen horen lachen.

FotogalerijBewerken

Externe linksBewerken