Hoofdmenu openen

Henri Imbert des Mottelettes

Belgisch kunstschilder

Charles-François ImbertBewerken

Charles-François Imbert (Brugge, 19 april 1735 - 17 januari 1822), heer van Motelettes, was onder het ancien régime schepen van het Brugse Vrije. Hij trouwde in 1762 met Isabelle Rotsart de Hertaing (1733-1806). Tussen 1763 en 1776 kregen ze negen kinderen.

Hij werd in 1816 in de erfelijke adelstand bevestigd en benoemd in de Ridderschap van de provincie West-Vlaanderen.

Henri ImbertBewerken

Henri Imbert was de tweede in de rij van de negen kinderen, van wie er vijf de volwassen leeftijd bereikten. Alleen hij en een zus trouwden. Tijdens een verblijf in Frankrijk - voor het uitbreken van de Franse Revolutie - werd Imbert enige tijd kapucijn.

Hij trouwde in 1792 met de Brugse Marie-Anne de Stoop (1763-1837), dochter van Jean-Jacques de Stoop en Anne Willems. Hierdoor werd hij de schoonbroer van procureur-generaal Joseph de Stoop (1771-1849), Charles de Brouckère (senior) en Bernard Van Severen. In 1830 kozen de Stoop, de Brouckère en waarschijnlijk ook Imbert voor het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, terwijl Van Severen voor de Belgische Revolutie koos.

Het echtpaar Imbert-de Stoop had een dochter Pauline (1802-1819) en een zoon Charles Imbert (Brugge, 1799 - Sceaux, 1861). Na advocaat te zijn geweest in Brussel, trok hij naar Parijs en verwierf internationale bekendheid als secretaris van de Société d'Ethnologie en van de Société de géographie. Hij bleef ongehuwd en was de laatste Imbert: met hem stierf de familie uit.

Advocaat en rechterBewerken

Imbert was al 28 toen hij zich in 1791 inschreef als advocaat bij de Brugse balie. Hij bleef ingeschreven tot in 1816, ook al werd hij in 1813 tot rechter benoemd, wat hij tot 1830 bleef.

Op het einde van de Franse tijd was hij een paar jaar gemeenteraadslid van Brugge en in 1817 was hij, ook weer korte tijd, lid van de Provinciale Staten van West-Vlaanderen.

In oktober 1830 werd hij bij de eerste gerechtelijke hervorming na de revolutie op rust gesteld en van 1831 tot aan zijn dood was hij opnieuw als advocaat ingeschreven. Hij liet echter aan de stafhouder weten dat dit maar symbolisch was en hij in elk geval geen tijd zou vinden om een taak binnen de balie te aanvaarden.

KunstschilderBewerken

Naast zijn rechtenstudies volgde Imbert ook een opleiding als kunstschilder. Hij volgde in Brugge privélessen bij Jan Garemijn. Hij trok vervolgens naar Parijs waar hij zich bijkomend bekwaamde.

Imbert specialiseerde zich in het kopiëren van oude meesters en in het restaureren van schilderijen. Hij zette zich ook aan het schrijven van een biografisch woordenboek van schilders, een werk dat hij echter niet tot een goed einde bracht.

Imbert was ook kunstliefhebber. Hij had een collectie aangelegd die bij kenners hoger gewaardeerd werd dan het museum van de stad Brugge. In zijn woning 'de la Torre' in de Spanjaardstraat ontving hij de buitenlandse kunstliefhebbers die Brugge bezochten. Hij had ook vriendschappelijke relaties met andere verzamelaars zoals Joseph-Octave Delepierre en John Steinmetz. Op de veiling van de verzameling Imbert in 1838 kocht Steinmetz heel wat etsen en tekeningen, die langs hem in de collectie van de stad Brugge zijn terechtgekomen.

GenealogieBewerken

  • Nicolas Imbert, heer van Fallecq, schepen van Rijsel, geadeld in 1609 door de aartshertogen Albrecht en Isabella.
    • Etienne Imbert, heer van Spiere, x Catherine Muliers.
      • Adrien Imbert, x Françoise Fourmestraux.
        • Robert Imbert, heer van Mottelettes, x Marie Bardoul.
          • Nicolas-Ignace Imbert, heer van Mottelettes, Frans officier, x Petronilla van Meunincxhoven weduwe van Henri de Pruyssenaere de la Woestyne.
            • Charles-François Imbert, heer van Mottelettes (1735-1822), schepen van het Brugse Vrije, x 1762 met Isabelle Rotsart de Hertaing (1733-1806).
              • Henri Imbert des Mottelettes (1764-1837), x Marie-Anne de Stoop (1763-1837).
              • Jean-Antoine Imbert des Mottelettes (Brugge 1765-1815), conseiller de préfecture van het Leiedepartement, gedeputeerde van West-Vlaanderen.
              • François-Hubert Imbert des Mottelettes (Brugge 1775-1842), kapitein van de Nationale Wacht, schepen van Brugge, lid van de Provinciale Staten van West-Vlaanderen.

LiteratuurBewerken

  • J. O. DELEPIERRE, Guide dans Bruges, Brugge, 1834.
  • F. VAN DYCKE, Recueil héraldique de familles nobles et patriciennes de la ville et du franconat de Bruges, Brugge, 1851.
  • Frank SIMON, Reacties der Bruggelingen tijdens het Voorlopig Bewind en de eerste jaren van het Verenigd koninkrijk der Nederlanden, 1814-1820, licentiaatsthesis (onuitgegeven), Rijksuniversiteit Gent, 1965.
  • Philippe VAN HILLE, Het Hof van Beroep te Brussel en de rechtbanken van Oost- en West-Vlaanderen onder het Frans Bewind, Handzame, 1970.
  • Philippe VAN HILLE, Het Hof van Beroep te Brussel en de rechtbanken van eerste aanleg in Oost- en West-Vlaanderen onder het Nederlands Bewind en sinds de Omwenteling van 1830 tot 4 oktober 1832, Tielt, 1981.
  • Carl VAN DE VELDE, Stedelijke Musea Brugge, Steinmetzkabinet. Catalogus van de tekeningen, 2 volumes, Brugge, 1984.
  • Guy VAN RENYNGHE DE VOXVRIE, Spaans-Brugse geslachten in de Spanjaardstraat, Spaanse Loskaai en Oosterlingenplaats, in: Het Sint-Franciscus Xaveriusziekenhuis, Brugge, 1985.
  • Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1991, Brussel, 1991.
  • Lexicon van Westvlaamse beeldende kunstenaars, Deel 3, Kortrijk, 1994.
  • Andries VAN DEN ABEELE, De Balie van Brugge, Brugge, 2009.