Hoofdmenu openen

Gewone ossentong

soort uit het geslacht ossentong

De gewone ossentong (Anchusa officinalis) is een vaste plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en stabiel of toegenomen. Op de Vlaamse rode lijst van planten wordt ze genoemd als "criteria niet van toepassing". Het aantal chromosomen is 2n = 16. [1]

Gewone ossentong
Anchusa officinalis - harilik imikas Keila.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Lamiiden
Orde:Boraginales
Familie:Boraginaceae (Ruwbladigenfamilie)
Geslacht:Anchusa (Ossentong)
Soort
Anchusa officinalis
L. (1753)
Afbeeldingen Gewone ossentong op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gewone ossentong op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De plant wordt meestal tot 80 cm hoog met naar boven kort vertakte stengels. De groene, behaarde bladeren zijn langwerpig tot lancetvormig en meestal 1–2 cm breed. De klokvormige, blauwe tot paarse bloemen zijn ongeveer 7 mm groot en staan in een schicht. De bloemen kunnen een enkele maal wit zijn. Ze bevatten veel voeding voor bijen.

De vrucht is een 3 mm lange en 2 mm brede, vierdelige splitvrucht.

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied ligt in Oost-Azië, maar de soort is door de mens in Midden-Europa geïntroduceerd. De soort komt voor in grote delen van Midden- en Noord-Europa, elders is ze vaak zeldzaam. De plant heeft de sprong naar enkele andere werelddelen zoals Noord-Amerika gemaakt. In de Alpen komt de plant voor tot hoogten van 2300 m.

Ecologie en verspreidingBewerken

Gewone Ossentong prefereert zonnig, vrij open, droog, stikstofrijk, matig voedselarm tot voedselrijk, meestal basenrijk, kalkarm tot kalkrijk, vaak omgewerkt zandig en stenig substraat. Ze groeit bij zeedorpen, in waterwingebieden, langs duinwegen en infiltratiekanalen, in verlaten duinakkertjes, op industrie- en spoorwegterreinen. Verder in zomen van rivierduinbossen en struwelen, op zandige dijken en in bermen, in akkers en wijngaarden, soms op open plekken in struikgewas, vroeger ook op molenbelten. Nederland valt geheel in het Europese deel van het verspreidingsgebied van deze oorspronkelijk Pontische soort. Wellicht heeft ze ons land niet als stroomdalplant bereikt maar via een Atlantische uitloper. De soort is vrij zeldzaam in de duinen, zeldzaam op de Waddeneilanden en het oostelijke rivierengebied, elders zeer zeldzaam. In het zuiden is de soort teruggelopen door verminderde aanvoer vanuit molenbelten. De variabele soort wordt door insecten bestoven, het zaad wordt door mieren versleept. Jonge bladeren zijn eetbaar. Medisch werd ze vroeger aangewend tegen miltzucht en als hartversterker gebruikt.[2]

De gewone ossentong is een waardplant voor de larven van de Haartjeskokermot (Coleophora pennella) en voor de motvlinders Grote zwartwitmot (Ethmia bipunctella), Gevlamde grasmot (Cynaeda dentalis) en Harlekijnbladroller (Lobesia reliquana). Ook voedt de distelvlinder (Vanessa cardui) zich er wel mee.

TuinBewerken

In de tuin wordt gewone ossentong meestal als tweejarige plant aangeplant.

Externe linksBewerken