Hoofdmenu openen

De Egmontcrypte of Egmontgrafkelder is een crypte onder de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk op de Markt in de Belgische stad Zottegem.

Egmontcrypte in 2018
Egmontcrypte in 1869
Egmontcrypte in 1984

Lamoraal van Egmont liet rond 1563 een grafkelder bouwen in de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk in Zottegem. In die kerk lagen in een familiegraf ook al Jakob (Jacobus) II van Luxemburg-Fiennes (Lamoraals grootvader) († 1517), Francisca van Luxemburg-Gavere (Lamoraals moeder) († 1557) en Isabella van Egmont (Lamoraals zesde kind) († 1557) begraven. Nadat hij in 1568 samen met de graaf van Horne werd onthoofd op last van de hertog van Alva op de Brusselse Grote Markt werd zijn lichaam bijgezet op 16 juni 1568 in de familiegrafkelder onder het hoogkoor. In het ooggetuigenverslag van de onthoofding uit de Fugger Zeitung[1] staat daarover het volgende te lezen: Darnach wurden sie dasgleichen nach 3 Uhrn auch die Heupter jedes in ainem viereckhetten besondern Kistlain in S. Gula Kirche getragen, alda inen die Heupter wider ann die Leib genähet, und von danna der von Egamondt in Sankt Claren, und der von Horn in ain ander Kloster getragen. Hernach gedachter von Egamondt uff seiner Herrschaft Sottegem und der von Horn gegen Werdt gefurdt, unnd allda gepalsamirtt begraben worden. Ook Egmonts echtgenote Sabina van Beieren († 1578) en zijn zonen Filips († 1590) en Karel († 1620) werden bijgezet in de grafkelder die tot in de eerste helft van de 17e eeuw werd gebruikt. Nadien raakten de graven in vergetelheid.

Op 17 oktober 1804 werden de graven per toeval herontdekt bij herstellingswerken aan het koor van de decanale kerk; men stuitte op twee loden kisten. In een eerste kist zaten de schedel en de beenderen van Lamoraal van Egmont. In een tweede kist bevonden zich de resten van Sabina van Beieren en drie loden kistjes in hartvorm. Daarin zaten de gebalsemde harten van Lamoraal van Egmont en diens zonen Filips en Karel. Na de herontdekking werd een loden plaat toegevoegd waarop (in het Frans) te lezen staat: in het jaar XIII van de Franse tijd onder het bewind van keizer Napoleon Bonaparte en Faipoult prefect van het Scheldedepartement hebben pastoor Vander Maeren, burgemeester Van Damme, zijn adjunct De Smet en vrederechter Verniers de graven bezocht en een verslag van hun bevindingen aan de gemeente bezorgd.

In 1857 werden de kisten overgebracht naar een nieuwe grafkelder onder de kerk. In 1951 werd deze crypte gerenoveerd; de loden kisten werden in bronzen sarcofagen gestopt. In 1952 werden de skeletten en harten onderzocht door de Gentse professor gerechtelijke geneeskunde Fréderic Thomas. De gebalsemde harten bevonden zich tussen 1952 en 2008 in het rijksarchief van Ronse [2]. In 1954 werd het gebeente van Egmont opnieuw bijgezet in de crypte nadat het in 1953 in het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel een conserveringsbehandeling had ondergaan. Daarbij werden de beenderen door professor Twiesselman bestudeerd en vergeleken met afbeeldingen van Egmont [3]. De gekliefde halswervel van Egmont bevindt zich sinds 1984 in een schrijn in het stadhuis van Zottegem; in de 'Egmontkamer' van datzelfde stadhuis worden ook de gebalsemde harten van Lamoraal van Egmont en diens zonen Filips en Karel bewaard, net zoals de originele 16de-eeuwse kistplaat van Sabina en de kistplaat uit 1804. In 2011 werd het idee geopperd om Egmont te verplaatsen naar het Egmontkasteel, maar dat plan werd na protest van onder andere de dienst Erfgoed verlaten [4]. Het skelet van Egmont werd in 2016 tijdelijk geëxposeerd in het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel voor de tentoonstelling "Tussen hemel en hel". In 2016 werd tijdens de stadskernrenovatie een nieuwe glazen koepelconstructie gebouwd rond de ingang van de grafkelder [5].

Er werden in 2017 opnames gemaakt in de crypte voor het NTR-programma "80 jaar oorlog" [6]. De schedels van Lamoraal en Sabina werden kortstondig uit de crypte gehaald en naar het UZ Leuven gebracht om er met een CT-scan onderzocht te worden door geneticus Maarten Larmuseau[7][8]. Uit het onderzoek blijkt dat de verminking aan de neus van Lamoraal niet werd aangebracht door de Spanjaarden vlak na de executie (zoals prof. Twiesselman beweerde), maar pas honderden jaren na de executie [9] [10]. Een 3D-print van beide schedels op basis van de CT-scan bevindt zich in de 'Egmontkamer' van het stadhuis[11].

Het loden hartkistje van Egmont werd in 2018 tentoongesteld in het Amsterdamse Rijksmuseum ter gelegenheid van de expositie "80 jaar oorlog" [12] [13] [14].

AfbeeldingenBewerken

BronnenBewerken

  • Lamarcq, D., Van crypte tot paviljoen. De gebeenten van Lamoraal tentoongesteld. In: Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheidkunde. Handelingen XVIII (deel 2) Themanummer Graaf Lamoraal van Egmont (1522-1586), 2017, (pp. 619-636)
  • Lamarcq, D., De Egmontgrafkelder. Officiële website stad Zottegem.
  • De neus van Egmont. In: 80 jaar oorlog. Rijksmuseum/NTR/Atlas Contact, Amsterdam, 2018, (pp.104-107).

Externe linkBewerken