Hoofdmenu openen
Sabina van Palts-Simmern

Sabina van Palts-Simmern, ook bekend als Sabina van Beieren (13 juni 1528 - Antwerpen, 19 juli 1578), was een dochter van Johan II van Palts-Simmern en Beatrix van Baden.

Sabina trouwde met Lamoraal van Egmont (1522-1568) op 8 mei 1544 in Spiers. Bij het sluiten van dit huwelijk waren keizer Karel V en aartshertog Ferdinand van Oostenrijk aanwezig. Op dat moment was daar namelijk ook de Rijksdag van Spiers aan de gang.

Sabina en Van Egmont kregen samen de volgende kinderen[1]

Na de arrestatie van haar echtgenoot Lamoraal trachtte Sabina tevergeefs te lobbyen voor Lamoraal met brieven aan Filips II van Spanje, aan de Spaanse koningin en aan Ruy Gómez de Silva, aan koningin Elizabeth I van Engeland en aan keizer Maximiliaan II. Na de onthoofding van Lamoraal trok Sabina met elf kinderen naar de Abdij Ter Kameren. Ze trachtte met brieven aan Alva en Filips II de aangeslagen bezittingen terug te krijgen en kreeg uiteindelijk een salaris voor levensonderhoud van 12000 gulden van Alva en Filips II. Vanaf 1571 woonde ze eerst in het kasteel van Gaasbeek, nadien in het kasteel van Westerlo en daarna opnieuw in Gaasbeek. Vanaf 1574 woonde ze in Antwerpen waar ze op zaterdag 19 juli 1578 stierf in de 'Sieckel' in de Venusstraat, in de voormalige residentie van Jan van Asseliers. Na lange onderhandelingen hadden haar kinderen intussen de bezittingen van Lamoraal teruggekregen (zoals het Egmontkasteel officieel bij de Pacificatie van Gent in 1576 maar pas echt in 1578). Sabina ligt begraven bij haar man in de Egmontcrypte van de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk te Zottegem, waar ook een laan naar haar werd vernoemd.

BeijerlandBewerken

Sabina van Beieren is de naamgever van Beijerland. Daar staat ze ook afgebeeld op een muurschildering[2] en sinds 1939 op een gebrandschilderd raam van het oude Raadhuis.

AfbeeldingenBewerken