Hoofdmenu openen

Zacharias S(ch)leijfer (Den Helder, 20 maart 1911 - Utrecht, 24 maart 1953) was een medewerker van de S.D., een van de Duitse politieorganisaties onder het gezag van Heinrich Himmler en het Reichssicherheitshauptamt in Berlijn.

Hij had een moeilijke jeugd en verbleef vanwege zijn onhandelbaarheid een tijd in een opvoedingsgesticht. Daarna studeerde hij aan de HBS voor accountant. Vanwege zijn moeilijke gedrag verloor hij zijn baan. Daarop werd hij lid van de NSB en kreeg daardoor een baantje als administrateur op de Vliegbasis Leeuwarden. Hij sprak vloeiend Duits en wist daardoor vervolgens een baan als tolk te krijgen bij de S.D. Het verzet in Leeuwarden pleegde op 14 augustus 1944 een mislukte aanslag op zijn leven, waarop hij steeds paranoïder werd. Daarop werd hij overgeplaatst naar het Groningse Scholtenhuis, een Duits politiebureau. Hij was te bang om nog bij arrestaties en razzia's aanwezig te zijn en verhoorde daarom mensen in de veiligheid van het hoofdkwartier, waar hij zijn frustraties op hen kon botvieren. Hij viel daarbij op door zijn sadisme en de mishandelingen van de arrestanten, die hij vaak tot bloedens toe sloeg. Ook was hij samen met Abraham Kaper betrokken bij de onderdompeling van gevangenen die ook na zware mishandeling niet wilden praten in het ijskoude water van de badkuip in het Scholtenhuis, zodat ze bijna verdronken.

Na de bevrijding werd hij opgepakt en gevangengezet in Groningen. Een psychiatrisch onderzoek dat door de Nederlandse rechter in 1945 werd gelast, toonde aan dat Sleijfer sterk verminderd toerekeningsvatbaar was. Hij zou "gevaarlijk en instabiel" zijn. Hij werd daarom in een gesloten psychiatrische inrichting opgesloten, waar hij na een aantal vergeefse pogingen tot zelfmoord reeds overleed in 1953.