Hoofdmenu openen
Aandeel inkomstenbelasting (blauw), loonbelasting (groen) en vennootschapsbelasting (rood) in de VS.

Vennootschapsbelasting is een internationaal veel voorkomende directe belasting op "inkomen" die door een staat (of een lager overheidsorgaan) wordt geheven van rechtspersonen en bepaalde niet rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsverbanden. Voor de bepaling van het inkomen dat aan belasting is onderworpen, wordt veelal onderscheid gemaakt tussen rechtspersonen die in die staat gevestigd zijn (inwoners van de staat) en rechtspersonen die niet in die staat gevestigd zijn, maar die daarentegen wel inkomen genieten dat in die staat zijn oorsprong vindt (niet-inwoners van de staat).

Inhoud

NederlandBewerken

  Zie ook Wet op de vennootschapsbelasting 1969

In Nederland geldt sinds 1 januari 2011 voor de eerste € 200.000 een tarief van 20% en voor het deel boven de € 200.000 een tarief van 25%.

Een aantal Nederlandse staatsbedrijven waaronder het Havenbedrijf Rotterdam N.V. en de Maastricht Aachen Airport is vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

Caribisch NederlandBewerken

In Caribisch Nederland geldt een tarief van 0%

BelgiëBewerken

  Zie ook Belgische vennootschapsbelasting

In België wordt de vennootschapsbelasting geheven op grond van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. De vennootschapsbelasting geldt enkel voor binnenlandse vennootschappen. Voor inrichtingen in België van buitenlandse rechtspersonen geldt een vergelijkbare belasting van niet-inwoners. Vennootschappen zijn belastbaar op het bedrag van de winst, zoals die teruggevonden wordt in de gereserveerde winsten, in de uitgekeerde dividenden of in bepaalde niet aftrekbare uitgaven, de zogenaamde verworpen uitgaven. Van deze winst kunnen nog bepaalde aftrekken gebeuren, zoals de aftrek voor risicokapitaal (beter bekend als de notionele interestaftrek), de compenseerbare verliezen van vroegere jaren en de investeringsaftrek. Om dubbele belasting te vermijden zijn er ook vrijstellingen voor dividenden ontvangen van andere vennootschappen en voor meerwaarden op aandelen van andere vennootschappen. Het huidige tarief voor de vennootschapsbelasting in België is 33% (met crisisbijdrage 33,99%). Bepaalde vennootschappen (KMO's die aan bepaalde voorwaarden voldoen) kennen een verlaagd tarief van 24,25% op de eerste € 25.000.

van tot tarief (inclusief 3% crisisbijdrage) cumulatieve belasting
€0 €25.000 24,98% €6.244,38
€25.000 €90.000 31,93% €26.998,88
€90.000 €322.500 35,54% €109.617,75
€322.500 oneindig 33,99% /

De winst ná belasting wordt ofwel gereserveerd ofwel uitgekeerd als dividend. Op deze uitgekeerde winst is er nog een dividendbelasting, die in België roerende voorheffing heet. Deze voorheffing, die 30% bedraagt, geldt als voorschot of als definitieve regeling van de inkomstenbelasting van de verkrijger van het dividend.

Internationale aspectenBewerken

Zie voor de internationale aspecten van vennootschapsbelastingen: belastingverdrag.

WinstvennootschapBewerken

Een vennootschap die niet meer actief is heeft soms winst gemaakt die na reactivering nog compensabel is met verliezen. Er hoeft dan geen vennootschapsbelasting over die winst te worden betaald, of al betaalde vennootschapsbelasting kan worden teruggevorderd. Dit verhoogt de verkoopwaarde bij verkoop aan een partij die aanloopverliezen verwacht. In dit verband wordt gesproken van een winstvennootschap. In de omgekeerde situatie (compensabele verliezen) spreekt men van een verliesvennootschap. Deze situatie verhoogt de verkoopwaarde bij verkoop aan een partij die winst verwacht.

Een en ander is gevoelig voor belastingfraude, namelijk bij het creëren van een "verlies" door wegsluizen van geld. In de jaren 1990/2000 was er zo'n fraudezaak, American Energy, waarbij ABN Amro kasgeld-bv's van het type winstvennootschap verkocht aan een eigenaar die frauduleus voorwendde deze voor reële activiteiten te gaan gebruiken. Zeven betrokkenen, waaronder de voormalige concerndirecteur Fiscale Zaken van de bank, werden veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie.[1][2][3] De Belastingdienst achtte de bank medeaansprakelijk. Dit deel van de zaak werd geschikt voor € 33 miljoen.[4]

Externe linkBewerken