The Faerie Queene: verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  9 jaar geleden
k
Categoriehernoeming op verzoek moderator met AWB
(cat)
k (Categoriehernoeming op verzoek moderator met AWB)
[[AfbeeldingBestand:Unalion.jpg|thumb|300px|"Una en de leeuw" van de Britse schilder Briton Rivière. Una is een personage in Boek I]]
 
'''The Faerie Queene''' is het belangrijkste werk van de Engelse dichter [[Edmund Spenser]]. Het is een [[epiek|episch]] gedicht geschreven in de vorm van [[Allegorie (letterkunde)|allegorieën]].
De eerste publicatie, die drie boeken omvatte, vond plaats in 1590. In 1596 verscheen het werk opnieuw, bewerkt en aangevuld tot een totaal van 6 delen.
 
Spenser droeg het werk op aan koningin [[Elizabeth I van Engeland|Elizabeth I]]. Het was een succes en de koningin was er na de eerste verschijning in 1590 zo mee ingenomen dat zij de schrijver een klein pensioen van £ 50 per jaar verleende. Het succes had als neveneffect dat ook eerder werk van de schrijver werd uitgegeven.
 
==Opzet==
In 1580, kort na het verschijnen van [[The Shepheardes Calender]], begon Spenser aan wat zijn - nooit voltooide - levenswerk zou worden. Toen hij de eerste drie boeken af had, ging hij naar Londen met zijn vriend Sir [[Walter Raleigh]]. In een brief aan Raleigh uit 1589, die in de meeste uitgaven is opgenomen bij wijze van inleiding, zette hij zijn ambitieuze plannen uiteen. De opzet was om een twaalf boeken omvattend werk te schrijven ter ere van het [[Tudor (dynastie)|Huis Tudor]] en met name Elizabeth. In elk boek zou een ridder, gebaseerd op de [[Koning Arthur|Arthur]]-legendes, een andere [[deugd]] voorstellen. Elke ridder zou een avontuur ondernemen op de 12 opeenvolgende dagen van een feest van de koningin. Het zou echter blijven bij zes boeken.
In 1598 werd Spensers kasteel in Cork aangevallen en in brand gestoken door opstandige Ieren en mogelijk is daarbij een deel van het vervolg verloren gegaan. Wat resteerde is een fragment dat bekend staat als ''The Cantos of Mutabilitie''.
 
'''Versvorm'''<br />
In The Faerie Queene introduceerde Spenser een versvorm die naar hem vernoemd zou worden: de Spenseriaanse versvorm (Spenserian stanza). Hierin bestaat elk couplet uit negen regels, de eerste acht daarvan zijn [[jambe|jambische]] [[pentameter]]s, de laatste regel is een [[alexandrijn]].
Het rijmschema is "ababbcbcc." Een voorbeeld uit Boek 1, eerste zang:
 
:As one for knightly giusts and fierce encounters fitt.
 
Deze versvorm werd na Spensers dood nauwelijks meer gebruikt, tot hij in de negentiende eeuw navolging vond bij diverse dichters: [[Lord Byron]] gebruikte hem in zijn ''[[Childe Harold's Pilgrimage]]'', [[John Keats]] in 'The Eve of St. Agnes', [[Percy Bysshe Shelley]] in 'The Revolt of Islam' en [[Walter Scott]] in 'The Vision of Don Roderick'.
 
==Inhoud==
*Book VI: Hoffelijkheid (Courtesy)
 
In verschillende delen wordt verwezen naar de koningin, onder verschillende namen: Belphoebe, Mercilla, Astraea en als bekendste Gloriana. Alle deugden worden verenigd in Prins Arthur, die een visioen heeft van de Faerie Queene, vastbesloten is haar te vinden en, gewoonlijk als reddende figuur, betrokken raakt in de avonturen van de andere ridders. De voor Arthur bestemde uiteindelijk rol in het verhaal is echter onbekend gebleven, omdat het werk zijn voltooiing nooit bereikte.
[[AfbeeldingBestand:George Stubbs 015.jpg|thumb|250px|Portret van Isabella Saltonstall als Una, door de Britse schilder George Stubbs, ca. 1770]]
 
===Boek I===
De held van het eerste deel is de ridder die de Redcrosse Knight wordt genoemd. Hij staat symbool voor heiligheid en werpt zich op als beschermheer van Una, de personificatie van de ware kerk, zijnde de [[Anglicaanse Kerk]]. Zij bestrijden onder meer Archimago, een boze tovenaar en de grootste tegenstander van de ridder (hij representeert de schijnheiligheid) en Duessa, die staat voor leugenachtigheid en voor de kerk van Rome. De Redcrosse Knight blijkt in werkelijkheid [[Joris (heilige)|Sint-Joris]] zelf te zijn, de beschermheilige van Engeland. Zijn naam verwijst naar diens embleem, het rode kruis, dat nog altijd de Engelse vlag siert.
 
===Boek II===
 
===Boek III===
De held van het derde deel is een vrouw: de mooie en strijdbare Britomart. Zij is de verpersoonlijking van de [[deugd]] van de kuisheid (Chastitie). Zij wordt verliefd op Artegall die zij heeft aanschouwd in een magische spiegel van haar vader. Zij gaat op stap om hem te zoeken, samen met haar vroegere min, Glauce, die dienst doet als schildknecht. Britomart beschikt over een betoverde speer die haar onoverwinnelijk maakt, tot zij uiteindelijk verliest van een tegenstander, die haar geliefde Artegall blijkt te zijn. <br />
Tijdens haar vele avonturen bevecht zij onder meer Sir Guyon en overwint hem (kuisheid is sterker dan matigheid). Ook verslaat zij Malecasta (onkuisheid). Verder wordt verteld over een bezoek aan de grot van de alwetende tovenaar [[Merlijn]]. Een groot deel van het verhaal betreft de redding van de vrouwe Amoret, de echtgenote van ridder Scudamour, die op de avond van hun huwelijk werd ontvoerd door de kwade Busirane. Met veel geduld en dapperheid weet zij Busirane te verslaan en de twee gelieven te herenigen. In dit deel komt koningin Elizabeth voor onder de naam Belphoebe en is de zuster van Amoret. Zij vindt kruiden om de gewonde Timias, schildknaap van Prins Arthur, te genezen.
(Timias staat voor Spensers vriend Raleigh.)
 
*{{en}}[http://io.uwinnipeg.ca/~morton/fq-summary.htm Samenvatting]
 
{{bronBron|bronvermelding= Stapleton, Michael; The Cambridge Guide to English Literature, 1983}}
 
{{DEFAULTSORT:Faerie}}
[[Categorie:16e-eeuws boek]]
[[Categorie:Gedicht]]
[[Categorie:Engelse literatuur (VKVerenigd Koninkrijk)]]
 
[[bg:Кралицата на феите]]