Semaja (Hebreeuws: שְׁמַעְיָה; sjemaajah) was een bijbelse profeet tijdens de regering van Rechabeam (1 Koningen 12:22-24). Hij wordt op 8 januari als heilige vereerd in de liturgische kalender van de Oosters-Orthodoxe Kerk. Zijn naam kan vertaald worden als 'door God gehoord' of 'God heeft gehoord'. Semaja kan worden opgedeeld in de twee Hebreeuwse woorden שָׁמַע יָהּ, oftewel sjama en ja. Het eerste deel komt van het werkwoord 'horen', het tweede deel komt van de lettercombinatie JHWH.

Standbeeld van Semaja naast de Harrison Hughes Building van de Universiteit van Liverpool.

AchtergrondBewerken

Semaja wordt in diverse verzen genoemd. Er zijn echter slechts twee verwijzingen naar Semaja's profetieën in de Bijbel, te weten in 1 Koningen en 2 Kronieken.

Volgens 1 Koningen voorkomt de tussenkomst van Semaja een oorlog tussen Rechabeam en Jerobeam, nadat de laatstgenoemde de noordelijke stammen van Koninkrijk Israël heeft geleid om zich af te scheiden van de stammen Juda en Benjamin.

Koning Rechabeam maakt zich zorgen over Jeruzalem als zijn hoofdstad en rekruteert 180.000 mensen die loyaal zijn aan zijn koninkrijk, met als doel de tien opstandige stammen te onderdrukken en met geweld terug te brengen. Op dit punt wendt God zich tot Semaja en beveelt hem om zijn profetie aan de koning over te brengen. Dit staat in 1 Koningen 12:22-24 als volgt beschreven:[1]

Maar God richtte zich tot de godsman Semaja met de woorden: 'Zeg tegen Rechabeam, de zoon van Salomo en koning van Juda, en tegen Juda en Benjamin en de rest van het volk: "Dit zegt de Heer: Trek niet ten strijde tegen de Israëlieten, jullie broeders, maar keer terug naar huis, want dit alles is van mij uitgegaan."' Ze gehoorzaamden en gingen terug naar huis, zoals de Heer had gezegd.

Semaja staat dus bekend als een 'man van God', en hij profeteert in Gods woorden dat zij zich niet mogen optrekken tegen hun broeders, te weten de noordelijke stammen. Semaja's woorden worden gehoorzaamd en het leger trekt zich terug.

Verder staat in 2 Kronieken 12:5-8 dat Semaja de straf van Rechabeam door Sisak, de koning van Egypte, profeteert. Tijdens het bewind van Rechabeam wordt beschreven dat het gedrag van religieuze aanbidding in het koninkrijk niet in overeenstemming is met de Thora en daarom begint Sisak aan een veroveringscampagne in het Land van Israël en in het bijzonder over Jeruzalem:[2]

De profeet Semaja ging naar Rechabeam en de leiders van Juda, die zich toen Sisak naderde in Jeruzalem hadden verzameld, en zei tegen hen: 'Dit zegt de Heer: Omdat jullie je van mij hebben afgewend, wend ik mij op mijn beurt van jullie af en lever ik jullie aan Sisak uit.' Hierop bogen de koning en de leiders van Israël het hoofd en zeiden: 'De Heer is rechtvaardig.' Toen de Heer zag dat ze berouw toonden, richtte hij zich tot Semaja met de woorden: 'Omdat ze zich verootmoedigd hebben, zal ik hen niet vernietigen. Ik zal ervoor zorgen dat ze ongedeerd blijven, en niet, door toedoen van Sisak, mijn toorn over Jeruzalem uitstorten. Maar ze zullen zich wel aan hem moeten onderwerpen en ervaren dat het een groot verschil is of ze mij dienen of een aardse koning.'

In 2 Kronieken 12:15 staat verder:

De geschiedenis van Rechabeam is van begin tot eind opgetekend in de geschriften van de profeet Semaja en de ziener Iddo, in het gedeelte met het geslachtsregister. Rechabeam en Jerobeam waren voortdurend met elkaar in oorlog.

Het lijkt erop dat de auteur van het boek Kronieken toegang had tot De Woorden van Semaja de Profeet. Dit is een van de verloren boeken van het Oude Testament, een niet-canoniek boek waarnaar in de Hebreeuwse Bijbel wordt verwezen. Het is waarschijnlijk geschreven door Semaja. Het wordt soms ook De Handelingen van Semaja de Profeet genoemd.