Hoofdmenu openen

De profeet Gad ('Troep'[1], 'Geluk'[2]) was een profeet, een tijdgenoot van Koning David en van de profeet Natan. Hij wordt 'de ziener van David' genoemd, door wie de koning God raadpleegde, en die hem ook enige malen de goddelijke raadsbesluiten heeft meegedeeld.

De aanduidingen 'de ziener van David' (2 Sam. 24:11) en 'de ziener van de koning' (2 Kron. 29:25) en een geschrift van Gad, waarin deze de geschiedenis van koning David heeft beschreven (1 Kron. 29:29), lijken erop te wijzen dat hij vaak contact had met David.

2Sa 24:11 Toen David ‘s morgens opstond, kwam het woord van de HEERE tot de profeet Gad, de ziener van David: (HSV)

Toen David voor Saul gevlucht was naar Moab, zei Gad hem de vesting in Moab te verlaten en terug te keren naar het land Juda.

1Sa 22:5 De profeet Gad zei echter tegen David: Blijf niet in de vesting, maar ga daarvandaan en ga naar het land Juda. Toen ging David weg, en hij kwam in het woud Chereth. (HSV)

God heeft door Gad ook aanwijzingen gegeven voor de muzikale dienst in de tempel.