Platwormen

stam uit de superphylum Platyzoa

Platwormen (Platyhelminthes) vormen een omvangrijke stam van ongewervelde dieren die gekenmerkt worden door een plat en langwerpig lichaam. Platwormen behoren tot de Bilateria maar zijn in tegenstelling tot veel andere dieren acoelomaat (de lichaamsholte ontbreekt) en hebben een zeer eenvoudige organisatie. Ook hebben ze geen gespecialiseerd circulatiesysteem of ademhalingsorganen. Transport van zuurstof en voedingsstoffen vindt plaats door midde van diffusie door hun dunne weefsels.

Platwormen
Fossiel voorkomen: Perm[1]heden
Mogelijke overblijfselen uit Devoon[2]
Pseudobiceros bedfordi, een in zee levende platworm
Pseudobiceros bedfordi, een in zee levende platworm
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Onderrijk:Eumetazoa (Orgaandieren)
Superstam:Platyzoa
Clade:Bilateria
Stam
Platyhelminthes
Claus, 1887
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Platwormen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Er zijn ongeveer 20.000 soorten platwormen bekend, die allemaal in vochtige omstandigheden leven. De meeste soorten leven onder water of in de weefsels van andere organismen. Veel platwormen (zoals de lintwormen) hebben een parasitaire levenswijze, maar er zijn ook soorten die vrijlevend zijn. Vrijlevende soorten in zoet of zout water zijn vaak afvaleters, maar ook jagende platwormen komen voor. Het voedsel wordt eerst voorzien van verterende sappen, waarna het halfverteerde voedsel met de monddelen naar binnen wordt gezogen.

Platwormen maken deel uit van de Lophotrochozoa, een van de drie hoofdgroepen binnen de Bilateria. Uit analyses vanaf 1980 bleek dat de Platyhelminthes uit twee monofyletische subgroepen bestaat: Catenulida en Rhabditophora.[3] In het verleden werden de platwormen beschouwd als een primitieve groep binnen de Bilateria, maar tegenwoordig wordt één supgroep, de Acoelomorpha, gezien als de basale clade. De overgebleven platwormen vormen een monofyletische groep.

KenmerkenBewerken

 
Verschillende soorten platwormen. Kunstformen der Natur (1904), plaat 75

Platyhelminthes zijn tweezijdig symmetrische dieren: hun linker- en rechterkant zijn spiegelbeelden van elkaar; de boven- en onderzijde, maar ook de kop- en staartuiteinden zijn wel verschillend.[4] Net als andere Bilateria hebben platwormen drie kiemlagen (endoderm, mesoderm en ectoderm). Platwormen zijn zo simpel van bouw dat ze meestal gedefinieerd worden door te noemen wat ze niet hebben. In tegenstelling tot veel andere dieren hebben Platyhelminthes geen coeloom (inwendige lichaamsholte), en worden daarom 'acoelomaat' genoemd. Een gespecialiseerde bloedsomloop en ademhalingsorganen ontbreken: dit zijn twee bepalende kenmerken bij het classificeren van de anatomie van een platworm.[4] Het lichaam is zacht en ongesegmenteerd.

Eigenschap Neteldieren en ribkwallen Platwormen[4] Hoger ontwikkelde Bilateria[5]
Bilaterale symmetrie Nee Ja
Aantal kiembladen Twee (met ertussen een laag mesoglea) Drie
Hersenen Nee Ja
Verteringsstelsel Nee Ja
Excretiestelsel Nee Ja
Coeloom Nee Ja
Circulatie- en ademhalingsstelsel Nee Ja

Platwormen zijn kunnen enkele millimeters tot soms 20 meter lang worden, hebben een zeer zacht en plat lichaam en twee of meer ogen aan de voorzijde bij de kop. De kop is meestal van de achterzijde te onderscheiden door een iets andere vorm of een insnoering, en de lichtere of juist donkere oogvlekken. Deze 'ogen' kunnen slechts grote veranderingen in de lichtval waarnemen en niet echt zien zoals veel zoogdieren kunnen.

Een platworm heeft geen bloed; de huid is zo dun dat zuurstof erdoorheen dringt en de organen en spieren bereikt. De mond- en geslachtsopeningen liggen meestal aan de buikzijde. De voortbeweging geschiedt met behulp van trilharen (enkel de trilhaarwormen) en spieren. Het spijsverteringsstelsel, de zogenaamde gastrovasculaire holte, bestaat meestal uit een sterk vertakt kanaal, waarin vertering plaatsvindt door fagocytose van de endodermcellen; een anus ontbreekt echter, de mond fungeert als anus.[4]

Sommige platwormen, zoals de lintwormen, bezitten zelfs geen spijsverteringsstelsel: excretie gebeurt aan de hand van een protonephridiumbuisje, bestaande uit vlamcellen (solenocyten) die in verbinding staan met twee afvoerkanaaltjes. Dit zijn cellen met cilia die filteren en de afvalstoffen in één kanaal brengen. Ook het zenuwstelsel is vrij rudimentair, er komen slechts enkele zenuwstrengen voor.

Voortplanting en levenscyclusBewerken

Platwormen zijn net als veel andere wormachtige dieren tweeslachtig en kunnen zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtscellen produceren. Ook kan een aantal platwormen zich letterlijk in tweeën delen, waarna beide delen kunnen uitgroeien tot aparte exemplaren. Andere platwormen doen aan zelfbevruchting. Het vervelende van veel parasitaire platwormen is dat de verschillende stadia, soms wel vijf, door faecaliën verspreid worden en zo overal terechtkomen, zoals in straatvuil en drinkwater. Sommige soorten, zoals de beruchte vossenlintworm (Echinococcus multilocularis), kunnen na besmetting levensgevaarlijk zijn voor mensen. Niet alleen vossen maar ook honden, katten en knaagdieren kunnen drager zijn van deze worm.

Onderzoek, gepubliceerd in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Science, heeft uitgewezen dat niet-parasitaire platwormen (klasse Turbellaria) geen centrosoom in hun cellen hebben en toch een normale celdeling lijken te hebben. Daardoor is onduidelijk geworden wat de rol van een centrosoom is, omdat altijd werd verondersteld dat de centrosomen een essentiële rol spelen bij de kerndeling.[6]

IndelingBewerken

Er bestaan een groot aantal verschillende opvattingen over de taxonomische indeling van de platwormen. Nog steeds zeer gangbaar is een indeling van de Platyhelminthes in vier klassen: Turbellaria, Trematoda, Monogenea and Cestoda. In 1985 werd een fylogenetisch correctere classificatie voorgesteld, waarbij het uiterst polyfyletische "Turbellaria" werd opgesplitst in verschillende ordes, en Trematoda, Monogenea en Cestoda werden samengevoegd in de nieuwe orde Neodermata.[7] De indeling die hier wordt gebruikt is de meer traditionele classificatie van de platwormen.

TurbellariaBewerken

 
De trilhaarworm Pseudoceros dimidiatus

Trilhaarwormen of Turbellaria bestaan uit ongeveer 4500 soorten, zijn meestal vrijlevend en variëren in lichaamsgrootte van 1 tot 600 mm.[5] De meeste trilhaarwormen zijn predatoren of aaseters. Soorten die op het land leven zijn meestal nachtactief en leven in schaduwrijke, vochtige omgevingen. Andere soorten hebben een symbiotische levenswijze en leven in ongewervelde dieren zoals kreeftachtigen, soms als parasiet. Vrijlevende trilhaarwormen zijn meestal zwart, bruin of grijs, maar er zijn ook soorten met een felgekleurd lichaam.[4] De Acoela en Nemertodermatida werden in het verleden ook ondergebracht bij Turbellaria, maar worden nu beschouwd als een aparte fylum, de Acoelomorpha.[8]

TrematodaBewerken

De zuigwormen of Trematoda zijn parasitaire platwormen die voor hun levenscyclus afhankelijk zijn van andere dieren. De huid van alle soorten bestaat uit een syncytium, een laag cellen die door een enkel extern membraan is omgeven. Zuigwormen worden verdeeld in twee groepen: de grote groep Digenea (ongeveer 11.000 soorten) en de kleinere groep Aspidogastrea.[5]

MonogeneaBewerken

Van de ongeveer 1100 soorten Monogenea zijn veruit de meeste ectoparasieten die een gastheer nodig hebben, voornamelijk vissen, maar in sommige gevallen ook amfibieën of in het water levende reptielen. Een paar zijn echter inwendige parasieten. Monogenea hebben vrijwel altijd een dun en zeer plat lichaam. Sommige soorten kunnen enzymen afscheiden (uit hun farynx) om daarmee de huid van de gastheer af te breken, zodat de parasiet zich kan voeden met bloed en celresten. De naam "Monogenea" slaat op het feit dat deze platwormen slechts één niet-larvale generatie in hun levenscyclus hebben.[5]

CestodaBewerken

Cestoda worden ook wel lintwormen genoemd vanwege hun platte, slanke maar zeer lange lichaam. Er zijn ruim 3400 soorten bekend. De volwassen exemplaren zijn zonder uitzondering interne parasieten. Lintwormen hebben geen mond of ingewanden; de huid absorbeert voedingsstoffen - voornamelijk koolhydraten en aminozuren - van de gastheer. Lintwormen camoufleren zich chemisch om aan het immuunsysteem van de gastheer te ontsnappen.[5] De stofwisseling van lintwormen is dermate inefficiënt dat ze grote hoeveelheden voedsel aan de gastheer onttrekken om in leven te blijven.[4]

Ook de volgende indeling wordt wel gehanteerd waarbij Turbellaria niet meer wordt gebruikt :[9]

Zie ookBewerken