Hoofdmenu openen

Het opperarmbeen[1][2] wordt in de anatomie humerus[3][4][5] genoemd. Het opperarmbeen heeft een lang lichaam, het corpus humeri en twee knotsvormige uiteinden. Als men het opperarmbeen beschrijft, beschrijft men afzonderlijk het proximale uiteinde, bij de bovenarm is dit het uiteinde aan de schouder, en het distale uiteinde, dit is het uiteinde aan de elleboog.

Opperarmbeen
humerus
Bot
Humerus - anterior view.png
Naslagwerken
Gray's Anatomy 51,209
MeSH A02.835.232.087.090.400
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Tekening van het vooraanzicht van het linkeropperarmbeen

Inhoud

Proximale humerusBewerken

Het uiteinde aan de schouder, of proximale uiteinde bestaat uit een kop, de anatomische nek, het groot en klein tuberkel en de schacht tussen beide tuberkels.

Nederlandse naam Naam vermeld in de Nomina Anatomica (N.A.)
Kop Caput humeri
Anatomische nek Collum anatomicum
Groot tuberkel Tuberculum majus
Klein tuberkel Tuberculum minus
Schacht tussen 2 tuberkels Sulcus intertubercularis

Het collum (de nek)Bewerken

  • De anatomische nek (collum anatomicum): Deze bestaat uit een kleine depressie distaal van de gewrichtskop en is zeer klein (in tegenstelling tot het collum van het dijbeen).

Het caput (de kop)Bewerken

De opperarmbeenkop is een halve bol die met kraakbeen bedekt is. Deze zit vast aan het schouderblad (scapula) met een synoviaal gewricht. De kop ligt in een kleinere komvormige uitsparing aan de laterale schouderbladzijde. De aldus gevormde gewrichtskom wordt cavitas glenoides genoemd. Deze structuur laat veel bewegingsmogelijkheid toe. De bewegingen zijn abductie, adductie, elevatie, endorotatie en exorotatie.

De tuberkelsBewerken

  |  
Figuur 1 : Tuberculum majus van voor bekeken.
  |  
Figuur 2 : Tuberculum minus van voor bekeken.

De beide tuberkels vormen aanhechtingsplaatsen voor de vier spieren die deel uitmaken van de rotatorenmanchet (eng: rotator cuff). Deze spieren stabiliseren het glenohumerale schoudergewricht (de verbinding tussen cavitas glenoides en opperarmbeen).

Het tuberculum majusBewerken

Deze richel ligt aan de laterale zijde van het opperarmbeen en bevat zowel aan het bovengedeelte als aan de achterzijde een ruwe verdikking waaraan enkele spierpezen kunnen aanhechten. Functioneel worden drie delen onderscheiden:

Het tuberculum minusBewerken

Deze richel is kleiner dan het tuberculum majus en ligt aan de voorzijde van het opperarmbeen. Aan dit tuberkel hecht de musculus subscapularis aan.

De sulcus intertubercularisBewerken

Tussen beide tuberkels bevindt zich een schacht, de sulcus intertubercularis. Deze schacht verloopt verder naar distaal tot waar het bovenste derde deel van het opperarmbeen overgaat in het middelste derde deel. De pees van de lange kop (caput longum) van de musculus biceps brachii verloopt doorheen deze groeve. Daarnaast bieden zowel de bodem als de laterale en mediale wanden van deze groeve aanhechtingspunten voor volgende spieren:

De laterale wand van de sulcus intertubercularis is continu met de tuberositas deltoidica. Deze knobbel bevindt zich ongeveer halverwege het opperarmbeen aan de laterale zijde. Op deze plaats hecht de musculus deltoides aan de humerus. Mediaal hiervan is een dunne ruwe rand die de aanhechting verzorgt van de musculus coracobrachialis.

Het distale uiteinde van het opperarmbeenBewerken

 
Mediaalaanzicht opperambeen spaakbeen ellepijp gearticulateerd
 
Lateraalaanzicht opperarmbeen spaakbeen ellepijp gearticulateerd
 
Vooraanzicht opperarmbeen spaakbeen ellepijp gearticulateerd
 
Achteraanzicht opperarmbeen spaakbeen ellepijp gearticulateerd