Hoofdmenu openen

Moises Frumencio da Costa Gomez

Nederlands Antilliaans politicus (1907-1966)
Moises da Costa Gomez (1960)

Moises Frumencio da Costa Gomez (27 oktober 1907Willemstad, 22 november 1966) was een Curaçaos politicus voor de Nationale Volkspartij. Hij was van 1951 -1954 voorzitter van de Regeringsraad en wordt vaak gezien als de eerste premier van de Nederlandse Antillen. Hij speelde een belangrijke rol bij het tot stand brengen van een meer democratisch bestuur en grotere autonomie voor de Nederlandse Antillen en was betrokken bij de ontwikkeling van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.

BiografieBewerken

Da Costa Gomez studeerde rechten aan de Universiteit van Nijmegen en promoveerde in 1935 aan de Universiteit van Amsterdam bij professor Philip Kleintjes op een proefschrift getiteld Het wetgevend orgaan van Curaçao, bezien in het kader van de Nederlandse koloniale politiek.[1][2] Hij kwam in 1936 in Antilliaanse overheidsdienst en was het grootste gedeelte van zijn ambtelijke loopbaan griffier. Hij was in 1936 betrokken bij de oprichting van een ambtenarenvakbond.

Hij werd op 5 april 1938 lid van de Staten van de Nederlandse Antillen voor de Katholieke Volkspartij en zette zich in voor een democratische staatsstructuur en interne autonomie van de Nederlandse Antillen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij lid van de buitengewone raad van advies voor de Nederlandse regering in ballingschap in Londen.[3][4]


In 1947 werd hij de eerste officiële vertegenwoordiger van de Nederlandse Antillen in Den Haag; tot dan liep het officiële contact tussen de Nederlandse overheid en de Antillen via de gouverneur. De functie van officiële vertegenwoordiger zou zich later ontwikkelen tot gevolmachtigd minister. In 1948 nam hij ontslag als officiële vertegenwoordiger en keerde terug naar Curaçao om zich bezig te houden met de staatkundige hervormingen.[5] In datzelfde jaar was hij een van de medeoprichters van de Nationale Volkspartij.

Van 1946 tot 1954 was hij voorzitter van de Antilliaanse delegatie naar de rondetafelconferenties met Nederland en Suriname over de toekomst van het Koninkrijk der Nederlanden. Van 10 mei tot 14 juli 1949 was hij voorzitter van het college van algemeen bestuur. Van 19 april 1951 tot 8 december 1954 was hij voorzitter van de eerste Regeringsraad van de Nederlandse Antillen; deze functie was in de praktijk te vergelijken met die van minister-president.[6] Hij wordt dan ook vaak beschouwd als de eerste premier van de Antillen.

Hij was lid van de commissie die betrokken was bij het opstellen van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Door de nederlaag van zijn partij bij de verkiezingen van 1954 kon Da Costa Gomez op 15 december 1954 niet meer als vertegenwoordiger van de Nederlandse Antillen zijn handtekening zetten onder het Statuut. Dit moest hij overlaten aan zijn opvolger en politieke rivaal Efraïn Jonckheer.[7]

Da Costa Gomez bleef tot zijn dood een actieve rol in de Antilliaanse politiek spelen. Zijn onverwachte overlijden kwam als een schok. Radioprogramma's werden aangepast en er werd halfstok gevlagd.[3]

WetenswaardighedenBewerken

Da Costa Gomez was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Officier in de Orde van Oranje-Nassau. In Willemstad staat een bronzen standbeeld van Da Costa Gomez en de University of Curaçao is naar hem vernoemd. In 1972 werd een postzegel met zijn afbeelding uitgebracht.

Op de Nederlandse Antillen stond Da Costa Gomez bekend onder de bijnaam 'doktoor'.

Zijn weduwe Lucina da Costa Gomez-Matheeuws was in 1977 ook korte tijd premier van de Nederlandse Antillen.


Voorganger:
-
Premier van de Nederlandse Antillen
1951 - 1954
Opvolger:
Efraïn Jonckheer