Marie Dentière

Zwitserse kerkhistoricus

Marie Dentière, of voluit d’Ennetières[1] (Doornik, 1495Genève, 1561) was een gereformeerde theologe en feministe. Haar gedachtegoed bleef lang in de vergeethoek.[2]

LevensloopBewerken

 
Voormalige abdij Saint-Nicolas-des-Prés in Doornik, België
 
Epistre très utile (Genève 1539)
 
Haar naam staat op de Mur des Réformateurs in Genève

Roomse DoornikBewerken

Haar ouders waren Jérôme d’Ennetières, burger-edelman in Doornik en ridder van het Heilig Graf van Jeruzalem, en zijn eerste vrouw Marie Villain. Doornik behoorde tot het koninkrijk Frankrijk. Marie Villain gaf geboorte aan dertien kinderen en Marie Dentière was haar vierde kind. Moeder Villain stierf in 1508, waarna Dentière kloosterzuster werd bij de Augustinessen van Doornik. Zij trad in in de abdij van Saint-Nicolas-des-Prés, de grootste abdij van Doornik. Zij klom op tot priorin. Vanaf 1520 geraakte ze in de ban van de geschriften van Luther, eveneens van de orde der Augustijnen zoals zij. Dentière bekeerde zich tot de reformatorische stroming.

ReformatieBewerken

Zij verliet haar post van priorin (circa 1525) en trok naar Straatsburg, in het Heilige Roomse Rijk. Volgens Jeanne de Jussie, een tegenstander van Dentière en kloosterzuster in Savoye, trok Dentière naar Straatsburg om er te trouwen. Dentière zocht in Straatsburg politieke bescherming voor haar protestantse overtuiging. Die vond ze in de steun van hertogin Margaretha van Valois, de zus van koning Frans I van Frankrijk. In Straatsburg huwde Dentière met Simon Robert, een uitgetreden pastoor uit Doornik. Simon Robert werkte, samen met andere protestanten, aan een Franse vertaling van het Oude Testament. Het echtpaar Robert-Dentière had 2 dochters. Het gezin verhuisde naar Bex (1528) en vervolgens naar Aigle (1529). Simon Robert werkte als predikant in Aigle. Hij stierf in Aigle in 1532 of 1533.

In 1535 verhuisde Dentière met haar 2 dochters naar Genève, waar ze huwde met Antoine Froment (1508-1581), een predikant in de Dauphiné. Dentière had hem al ontmoet in Aigle. Dentière trok mee met hem door de streek waar hij predikte. Het echtpaar Froment-Dentière kreeg een dochter, Judith. Dentière verzorgde de correspondentie met hertogin Margaretha van Valois, waardoor Dentière de bijnaam kreeg van de Geneefse klikspaan voor de hertogin te zijn.[3] Dentière bekwaamde zich in de studie van de protestantse theologie, mede via contacten van haar man.

In 1539 creëerde Dentière schandaal in Genève door de publicatie van Epistre très utile. De drukker van het werk, Jehan Girard, vloog in de gevangenis. Dentière pleitte voor een doorgedreven Reformatie, waarbij vrouwen en mannen gelijke rechten in de kerkgemeenschap moesten hebben. Bekend is haar zin: Avons-nous deux Evangils, l’un pour les hommes, et l’autre pour les femmes? L’un pour les sages, et l’autre pour les fous? Ne sommes-nous pas un en nostre Seigneur?[4] Voor haar waren vrouwen even goed geschikt voor het ambt van predikant. In dit werk stak ze de draak met de hypocrisie van de Geneefse burgers. Ze trok zo de vergelijking tussen de Farizeeën in lange gewaden en predikanten met hun gewaden. De relaties tussen het echtpaar Froment-Dentière en het stadsbestuur van Genève vertroebelden. Froment kreeg een job van predikant in het kleine Massogny, in de Chablais. In hun huis richtte het echtpaar een schooltje op. Dit was in de eerste plaats bedoeld voor hun drie dochters, maar ook andere kinderen volgen er les, bijvoorbeeld in het Hebreeuws.

Later verbeterden de relaties met Genève en met Calvijn. Haar man Froment verliet het ambt van predikant; hij werd notaris en bestuurder van de stad Genève. Hij dronk zwaar en belandde al eens in de gevangenis. Zij stierf in Genève in 1561. Haar 15-jaar jongere man overleefde haar en stierf in 1581.

WerkenBewerken

Dentière publiceerde haar werken anoniem, of onder de naam van haar man Froment, of ze ondertekende met initialen. Dit maakte de toewijzing van het auteurschap aan haar niet eenvoudig.[5]

  • L’abécédaire ou grammaire élémentaire en français. Destijds waren de grammatica over de Franse taal opgesteld in het Latijn. Dentière schreef een Franse grammatica in het Frans.
  • La guerre et deslivrance de la ville de Genesve (1536). Historiek over de Reformatie in de stad Genève met bijhorende oorlog en leven van Calvijn.
  • L’Epistre tres utile (1539). Dit is haar bekendste werk. Dentière droeg dit essay op aan hertogin Margaretha van Valois. Het leest als een open brief.
  • Sur les habits des femmes (1561). Over de kledij van vrouwen. Dit feministisch werk was een deel van de Sermon de Calvin.

Mur des RéformateursBewerken

In Genève staat de Mur des Réformateurs, een internationaal monument ter ere van de Reformatoren. Het is gebouwd in 1909. Pas in 2002 werd de naam van Marie Dentière gebeiteld in de muur. Tot dan was haar theologisch en feministisch werk buiten de aandacht gebleven. Dit werd dus goed gemaakt in 2002. Marie Dentière is de enige vrouwelijke naam op het monument.