Magna Carta

handvest over vrijheden en rechtspraak van 15 juni 1215
Zie voor de Engelse folkrockgroep het artikel Magna Carta (band).

De Magna Carta (Magna Charta of Grote Oorkonde) is de leenovereenkomst over vrijheden en rechtspraak die de Engelse koning Jan zonder Land op 15 juni 1215 bezegelde. Dit werd door zijn Engelse leenmannen afgedwongen, omdat zij vonden dat de koning zijn macht misbruikte. De Magna Carta is een uniek document, omdat voor het eerst gedetailleerd is vastgelegd op welke wijze de absolute macht van de koning beperkt wordt bij belastingheffing, feodale rechten en rechtspraak. Ook wordt het gewoonterecht in ere hersteld om koninklijke willekeur tegen te gaan. Regelmatig wordt dan ook gesteld dat het document de hoeksteen van Engelse vrijheid, recht en democratie is. De Magna Carta is een van de beroemdste documenten uit de Engelse geschiedenis en is nu nog steeds deel van het Engelse wetboek.

De Magna Carta van 1215

Magna Carta en Jan zonder LandBewerken

 
Houtsnede (19e eeuw) van de ondertekening door koning Jan

De Engelse koning Jan zonder Land kreeg onenigheid met zijn notabelen. Hij kwam in conflict met de Rooms-Katholieke Kerk, omdat hij in 1207 de benoeming van Stephen Langton als aartsbisschop van Canterbury afwees. Paus Innocentius III deed koning Jan in 1209 in de ban. In januari 1213 werd hij door de kerk zelfs van de troon vervallen verklaard. In mei 1213 onderwierp Jan zich echter aan het pauselijk gezag en wist daarmee naderend onheil te verhinderen. Hij hield zijn land voortaan van de paus in leen en bezat dus formeel zelf geen land meer.

Koning Jan wekte ook wrevel op bij zijn leenmannen, de baronnen. Zij moesten zijn oorlogen op het Franse vasteland financieren en militair ondersteunen in de Frans-Engelse Oorlog (1202-1214). Na de verloren Slag bij Bouvines op 27 juni 1214 moest Jan een vredesverdrag met Frankrijk sluiten en raakte hij vrijwel alle gebieden in Frankrijk kwijt. Door zijn eigen onbetrouwbaarheid had Jan de loyaliteit van veel leenmannen verspeeld. Hoewel baron William de Braose niet populair was onder de andere baronnen, werd het onvoorspelbare geweld van Jan zonder Land jegens hem de directe aanleiding van de opstand van de baronnen. William de Braose was een vertrouweling van koning Jan geweest, maar om onbekende redenen raakten ze in onmin. William werd zijn landgoederen ontnomen en moest naar het buitenland vluchten. Eind 1214 organiseerden de ontevreden baronnen in het noorden en oosten van Engeland een opstand tegen de regering van koning Jan. Jan organiseerde daarop in januari 1215 een raad in Londen om mogelijke hervormingen te bespreken. Hij lijkt dit echter alleen gedaan te hebben om tijd te rekken zodat hij bericht kon sturen naar paus Innocentius III om zo zijn steun te krijgen. In april 1215 ontving Jan de steunbrieven van de paus. De opstandige baronnen hadden zich inmiddels georganiseerd en trokken hun feodale banden met Jan in en wezen Robert FitzWalter als hun militaire leider aan. Zij riepen zichzelf uit tot leger van God en marcheerden Londen binnen. Hierop zag Jan zich genoodzaakt aartsbisschop Langton te vragen vredesonderhandelingen te organiseren.

Koning Jan ontmoette de leiders van de opstandelingen in een weiland bij Runnymede, nabij Windsor op 15 juni 1215. De poging van Langton om te bemiddelen resulteerde in een oorkonde met een vredesovereenkomst wat later de Magna Carta genoemd zou worden. Na de ondertekening zouden de opstandelingen zich terugtrekken en Londen teruggeven aan Jan. De rivaliserende partijen ondertekenden de Magna Carta, maar koning Jan noch de baronnen hebben op enig moment serieus overwogen de oorkonde na te leven. De baronnen geloofden niet in de goede trouw van Jan. Ze vulden de raad van 25 baronnen met hun meest radicale leden, weigerden de troepen te demobiliseren en Londen over te geven zoals was afgesproken. Ondanks zijn belofte richtte koning Jan zich tot paus Innocentius III voor hulp. De paus volgde Jan en verklaarde dat de oorkonde “niet alleen beschamend en vernederend was, maar tevens onwettig en onrechtvaardig.” Hierop excommuniceerde hij de opstandige baronnen.

De opstandelingen zetten de eerste stap in de Eerste Baronnenoorlog (1215-1217) door inname van het strategisch gelegen Rochester Castle. De opstandige baronnen reageerden op de militaire operaties van koning Jan door de Franse kroonprins Lodewijk, de latere Lodewijk VIII, uit te nodigen de Engelse troon op te eisen. In november 1215 stuurde Lodewijk de opstandelingen een contingent ridders om te assisteren bij de verdediging van Londen. Hij was ook reeds akkoord gegaan met een invasie van Engeland. De plannen van Lodewijk vormden een probleem voor Jan, aangezien Lodewijk een marine en oorlogsmaterieel zou aanvoeren die essentieel zou zijn voor de opstandelingen. Lodewijk kon zonder weerstand naar Londen reizen en werd daar in juni 1216 met open armen ontvangen. Tegen de herfst hadden de opstandelingen Zuid-Oost-Engeland en delen van het noorden onder controle. Het overlijden van Jan zonder Land op 18 of 19 oktober 1216 zette de oorlog echter op zijn kop.

Magna Carta en Henrik III van EngelandBewerken

Op 28 oktober 1216 werd de negenjarige Hendrik, zoon van Jan zonder Land, gekroond tot koning Hendrik III. Op 12 november 1216 werd de Magna Carta opnieuw opgesteld in naam van Hendrik waarbij enkele clausules, waaronder clausule 61, werden weggelaten. De oorkonde werd ondertekend door Willem de Maarschalk, regent van de jonge koning. Het was door zijn loyaliteit dat Hendrik de kroon wist te behouden. Willem beloofde plechtig dat hij en de andere regenten zouden regeren overeenkomstig de Magna Carta. De opstandige baronnen en de jonge koning hadden dankzij de Magna Carta vrede kunnen sluiten. Er volgden nog versies van de Magna Carta in 1217.

Willem de Maarschalk wist langzaam de meeste baronnen te overtuigen de zijde van koning Hendrik te verkiezen en Lodewijk aan te vallen. Lodewijk en Hendrik vochten nog ruim een jaar over de Engelse kroon. Na anderhalf jaar oorlog liepen de meeste opstandige baronnen over naar Hendrik III en zag Lodewijk zich gedwongen zijn vordering op de Engelse troon op te geven en op 11 september 1217 het verdrag van Lambeth te ondertekenen. Lodewijk keerde terug naar Frankrijk en Engeland was wederom verenigd.

In 1225 kwam de definitieve formulering van de Magna Carta tot stand toen Hendrik III de steun van zijn baronnen nodig had voor zijn oorlogen op het vasteland. In ruil voor deze steun eisten zij een herziening en nieuwe ondertekening van de Magna Carta. Dit maal verklaarde Hendrik III dat hij de oorkonde “spontaan en uit vrije wil” had opgesteld en ondertekend, waarmee de laatste versie van de Magna Carta meer rechtskracht kreeg. Gedurende de latere middeleeuwen nam de macht van de kroon aanhoudend toe en werd de Magna Carta niet erg belangrijk geacht.

De 63 bepalingen van 1215Bewerken

Aartsbisschop van Canterbury Stephen Langton herinnerde de baronnen er in 1213 aan dat er een Charter of Liberties uit 1100 bestond waarin koning Hendrik I van Engeland burgerlijke vrijheden verleende aan de Engelse adel. Het grootste gedeelte van de Magna Carta van 15 juni 1215 was praktisch woord voor woord overgenomen uit het Charter of Liberties. De Magna Carta was het resultaat van veel onderhandelingen tussen de koning en zijn leenmannen. De tekst laat duidelijk zien dat er haast was bij het opstellen.

  • §1: De Engelse kerk zal vrij zijn. De koning zal zich niet meer bemoeien met de werking van de kerk.
  • §12: Geen belasting mag geheven worden in het koninkrijk zonder zijn algemene instemming. De koning mocht geen belasting meer heffen op zijn eigen initiatief.
  • §13: Londen en andere steden zullen genieten van hun vrijheden en vrije gebruiken.
  • §14: Om belastingen op te leggen werden de bisschoppen, graven en grotere baronnen opgeroepen.
  • §21: Graven en baronnen zullen beboet worden door hun gelijken.
  • §39: Geen vrij man zal gearresteerd en gevangen gezet worden, of zijn recht en bezit afgenomen worden, of buiten de wet gezet worden en verbannen, of zijn rang ontnomen worden, er zal niet met geweld opgetreden worden tegen hem, behalve door het wettelijke oordeel van zijn gelijken of door de wet van het land.
  • §40: Niemand zal recht of gerechtigheid ontzegd worden.
  • §41: Alle handelaars mogen Engeland binnen komen of verlaten en mogen er reizen voor handelsdoeleinden.
  • §61: De baronnen zullen 25 leden verkiezen om de vrede en de vrijheden, verleend door deze oorkonde, na te leven. Een inbreuk zal worden voorgelegd aan de 25 baronnen, die beslag mogen leggen op de eigendommen van de koning en hem mogen aanvallen op iedere mogelijke manier. Het oordeel van de aanwezige meerderheid zal dezelfde geldigheid hebben als een unaniem oordeel van alle 25 baronnen.
  • §63: Gegeven door de hand van de koning op 15 juni 1215

ExemplarenBewerken

Van de oorspronkelijke versie uit 1215 zijn vier exemplaren bewaard gebleven. Er bevindt zich een exemplaar in Lincoln Castle en een in de kathedraal van Salisbury; twee exemplaren zijn te zien in de British Library. De Magna Carta werd in 1216 en 1217 opnieuw, in aangepaste vorm, uitgevaardigd. In 1225 kwam de definitieve formulering tot stand. Exemplaren van de latere versies worden onder andere bewaard in de kathedraal van Durham.

In december 2007 werd bij Sotheby's in New York een exemplaar geveild uit 1297 voor 21,3 miljoen dollar, een van de slechts twee exemplaren die zich volgens het veilinghuis buiten Groot-Brittannië bevinden. Het behoorde toe aan de The Perot Foundation, een door de voormalige Amerikaanse presidentskandidaat en Texaanse miljardair Ross Perot opgerichte instelling die projecten voor goede doelen ondersteunt. De instelling verwierf het document in 1984 voor 1,5 miljoen dollar van een Britse familie. De Perot Stichting leende het uit aan de Amerikaanse National Archives and Records Administration waar het enkele passen van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring lag. De nieuwe eigenaar is de miljardair David Rubenstein van The Carlyle Group, die het exemplaar onderbracht bij de National Archives and Records Administration. Het andere exemplaar dat zich buiten Groot-Brittannië bevindt, dateert eveneens van 1297 en is in het bezit van de Australische overheid.

Invloed en navolgingBewerken

Met de Magna Carta werden uiteindelijk de omstandigheden gecreëerd voor de invoering van de Britse constitutionele monarchie. In andere delen van Europa is een vergelijkbare ontwikkeling op te merken. Zo bedongen bijvoorbeeld in het hertogdom Brabant de steden het Charter van Kortenberg in 1312 en in 1477 verkregen de Nederlandse adel en de steden van Maria van Bourgondië het Groot Privilege, ook een Blijde Inkomst. In de meeste delen van Europa zijn deze handvesten echter later onder het groeiende absolutisme van de vorsten ten onder gegaan. De Nederlandse Opstand die begon in 1568 en de ontwikkeling in Engeland, culminerend in de Glorious Revolution van 1688 zijn daar belangrijke uitzonderingen op.

De Magna Carta maakt nog steeds deel uit van de Engelse wetgeving. Het enige deel dat echter niet is herroepen is de introductie, zodat het geen praktische betekenis meer heeft. Het wordt alleen gehandhaafd, omdat het zo'n belangrijk historisch document is. De UNESCO heeft de Magna Carta in 2009 opgenomen op de Werelderfgoedlijst voor documenten omdat het een mijlpaal is van vrijheid en democratie met een wereldwijde invloed.

Externe linksBewerken

Zie de categorie Magna Carta van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.