Blijde Inkomst (1356)

De Blijde Inkomst van 1356 was een keure die aan het hertogdom Brabant werd toegestaan door Johanna van Brabant en haar man Wenceslas. Ze vormt een belangrijk document in het Brabants constitutionalisme en in de middeleeuwse geschiedenis van de Lage Landen, dat de verhouding tussen de hertog van Brabant en zijn onderdanen regelde. Het document fungeerde als een soort grondwet, die de burgers beschermde tegen de vorstelijke willekeur. Het werd uitgevaardigd op 3 januari 1356.

Het Zoutleeuwse exemplaar van de Blijde Inkomst (1356)
De Blijde Inkomst van 1356 op een schilderij van Antoon Derkinderen (1884)

HistoriekBewerken

De uitvaardiging van de oorkonde geschiedde bij het aantreden van Johanna en Wenceslaus na een problematische opvolging. Omdat haar vader bij zijn overlijden in 1355 geen mannelijke erfgenamen achterliet, kwamen zijn drie dochters in aanmerking, elk met een ambitieuze echtgenoot. Het in 1204 aan Hendrik I verleende charter liet opvolging in vrouwelijke lijn toe, maar voorzag niet in eerstgeboorterecht. De inwoners van Brabant, Limburg en de Landen van Overmaas zagen de integriteit van hun land in gevaar komen. Ze verenigden zich in een stedenbond, waarin zij elkaar (niet verder benoemde) steun beloofden en verklaarden bij elkaar te horen. Ook de adel sloot zich aaneen achter die eisen. De adellijke en stedelijke elites kwamen tot de conclusie dat de oudste dochter Johanna, wiens echtgenoot Wenceslaus een halfbroer was van keizer Karel IV, hiervoor de beste garanties bood en schaarden zich eendrachtig achter haar. Wel oefenden ze zware politieke druk uit door het echtpaar een eisenbundel voor te leggen, die na omstandige onderhandelingen werd aanvaard.

Deze Blijde Inkomst beperkte de macht van de vorst (de hertog van Brabant) door te stellen dat de hertog geen oorlog mocht voeren of belastingen mocht heffen zonder raadpleging en instemming van de steden en het gewest van Brabant. Het bevatte ook een ongehoorzaamheidsclausule die de onderdanen het recht gaf op verzet tegen de hertog als deze zich niet aan de bepalingen van de Blijde Inkomst hield. Verder bepaalde de Blijde Inkomst de ondeelbaarheid van het Brabantse grondgebied. Ook werd vastgelegd dat men Brabants burger moest zijn om in een bestuur plaats te nemen.

De erfopvolging werd betwist door de Vlaamse graaf Lodewijk van Male, die getrouwd was met Johanna's zus Margaretha van Brabant en de Brabantse Successieoorlog begon om haar erfdeel op te eisen. Lodewijk bezette Brussel en Leuven, waarna deze steden hem pragmatisch als hertog erkenden. Daarna won Wenceslaus veel terrein terug en sloten de strijdende partijen in 1357 de Vrede van Aat. Door de eedbreuk van de steden verloor de Blijde Inkomst haar rechtsgeldigheid. Ze werd niet nageleefd en de Leuvense oorkonde werd in 1361 gecancelleerd, samen met andere als ongeldig beschouwde privileges.

Toch vormde de tekst het model voor het inhuldigingscharter dat door de opvolger van Johanna, Antoon van Bourgondië, werd beëdigd. Tot het einde van het hertogdom Brabant in 1795 hebben alle hertogen bij hun inhuldiging de eed van trouw aan de Blijde Inkomst afgelegd. De tekst werd tot 1549 steeds heronderhandeld. Nadien bleef de Brabantse constitutie stabiel.

Doorheen de eeuwen hebben mensen zich regelmatig beroepen op de Blijde Inkomst om aan te tonen dat vorsten beperkt waren in hun macht. Met name het recht op verzet werd aangehaald. Zo werd in de Tachtigjarige Oorlog door veel opstandelingen verwezen naar de Blijde Inkomst. Een voorbeeld daarvan is dat in de Trouwe waerschouwinghe aen de goede mannen van Antwerpen (1581) wordt gesteld dat de Blijde Inkomst vaststelt dat de koning of landsheer 'slechts een dienaar van het recht, stadhouder van God, een herder van het volk, een vader van het land' was, die zijn macht ontleende aan de gewestelijke staten, die de hele gemeenschap vertegenwoordigden.

Zie ookBewerken

LiteratuurBewerken

  • Edmond Poullet, Histoire de la Joyeuse-Entrée de Brabant et de ses origines, 1863, 408 p.
  • Ria van Bragt, De Blijde Inkomst van de hertogen van Brabant Johanna en Wenceslas, 1956 (= Standen en Landen, nr. 13)
  • Émile Lousse, "La Joyeuse Entrée de Brabant", in: Le Folklore Brabançon, 1957, p. 325-359
  • Pieter A.M. Geurts, Leo Van Puyvelde, Louis Lebeer, Jan Willem Bosch, Guido van Dievoet en Alfons Vranckx, 1356-1956. Plechtige herdenking van de Blijde Inkomst (= Standen en Landen, vol. XVI), 1958, 164 p.
  • Raymond Van Uytven, "De rechtsgeldigheid van de Brabantse Blijde Inkomst van 3 januari 1356", in: Tijdschrift voor Geschiedenis, 1969, p. 39-48
  • Tom Verschaffel, "De traditie in de Brabantse Omwenteling. De oude constitutie en het lange leven van artikel 59", in: Henk de Smaele en Jo Tollebeek (eds.), Politieke representatie, 2002, p. 153-169
  • Valerie Vrancken, De Blijde Inkomsten van de Brabantse hertogen. Macht, opstand en privileges in de vijftiende eeuw, 2018, ISBN 9789057187155

Externe linkBewerken

  Zie de categorie Blijde Inkomst van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.