Legaat (uiterste wilsbeschikking)

(Doorverwezen vanaf Legaat (erfenis))

Een legaat is een making waarbij een bepaald goed of een bepaalde som geld aan een bepaald iemand wordt nagelaten.

Het werkwoord is legateren. Wie een ander zo iets nalaat, is een legator. Wie iets gelegateerd krijgt, is een legataris.

Het legaat bestond al in het Romeinse recht. In de Middeleeuwen werd het in Europa vaak toegepast om bezittingen per legaat aan de kerk te schenken[1]. Nog heden ten dage worden legaten vaak gebruikt om schenkingen aan goede doelen te doen.

Legaat en erfgenaamBewerken

Er is een verschil tussen een erfgenaam en een legataris. Een erfgenaam of de erfgenamen van iemand die overlijdt krijgt (krijgen) bij testament of volgens de wet iets toebedeeld uit de nalatenschap (erfenis). Dat is meestal een breukdeel van de nalatenschap. Een legataris krijgt in de regel een bepaalde geldsom of een bepaald goed, bijvoorbeeld een klassieke auto, een sieraad e.d. Dit kan alleen bij testament worden geregeld. Bij codicil kunnen bepaalde inboedelgoederen worden gelegateerd als kleding, CD's en meubels of een sieraad, maar geen waardevolle zaken, geen onroerend goed en geen geldbedragen.

Soorten legaten (België)Bewerken

Bij het vindicatielegaat gaat de eigendom van het gelegateerde bij het overlijden van de erflater automatisch over op de legataris. Bij het damnatielegaat verkrijgt de legataris slechts een vordering op de erfgenamen om het gelegateerde aan de gerechtigde (legataris) af te geven. De legataris is dus geen erfgenaam; hij heeft een vordering op de erfboedel. De erfboedel is het nagelaten bezit van de overledene.

Het Nederlandse en het Duitse recht kennen geen vindicatielegaat.

Voor belastingoptimalisatie kan in België gebruikgemaakt worden van het duolegaat.

Situatie in NederlandBewerken

Een legaat is volgens artikel 117 1. van Boek 4 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan een of meer personen een vorderingsrecht toekent. Benoeming van legatarissen kan alleen waneer ook minstens één erfgenaam wordt aangewezen. Een legaat kan aan een of meer bepaalde erfgenamen of legatarissen zijn opgelegd, en komt anders ten laste van de gezamenlijke erfgenamen. Door deze schuld kan een erfenis die anders een positieve waarde zou hebben, voor een erfgenaam die de last van een legaat draagt, in het eigen vermogen een negatieve waarde krijgen. Een sublegaat is een legaat opgelegd aan een legataris.

Een erfgenaam heeft zeggenschap bij afwikkeling van een nalatenschap, een legataris niet. Dit kan reden zijn voor een testateur bij bepaalde personen voor een legaat te kiezen in plaats van diegeen als erfgenaam te benoemen. Als een erfgenaam is benoemd tot beschermingsbewindvoerder over een legaat, kan deze als erfgenaam meepraten maar niet als bewindvoerder namens de legatarissen.[2]

De vordering van een legataris op een nalatenschap is achtergesteld bij de vorderingen van de oude schuldeisers van de erflater. Als die schulden dus groter zijn dan de activa, of groter dan de som aan legaten, krijgt de legataris niets of slechts een deel uit de nalatenschap. Er bestaat dan wel een vorderingsrecht op de erfgenamen die met het legaat zijn belast en die de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. Deze zijn aansprakelijk met hun eigen vermogen. Een legataris loopt echter niet het risico die schulden te moeten betalen, iets waartoe de erfgenamen in principe wel verplicht zijn als ze de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. Een legitimaris, dat is iemand die zich op de legitieme portie beroept, is verplicht de legaten in te korten nog vóór de giften die de erflater heeft gedaan. Sommige giften worden echter in dit opzicht aan een legaat gelijkgesteld: zij worden daarom een quasi-legaat genoemd.

Een legaat kan een voorwaarde bevatten, waaraan men moet voldoen om het legaat te mogen ontvangen (testamentaire last). Een legaat kan zoals gezegd ook een sublegaat inhouden: de verplichting voor een legataris om een legaat (bijvoorbeeld een deel van het door deze legataris te ontvangen legaat) te geven aan weer een ander, de sublegataris. De sublegataris heeft een vorderingsrecht op de legataris.

Een legaat van een goed dat er bij het overlijden van de erflater niet meer blijkt te zijn, heeft geen waarde. Wie een testament maakt, is niet verplicht eenmaal gelegateerde zaken te behouden tot de dag van zijn overlijden. Overigens kan de testateur een goed legateren dat niet tot de boedel behoort, dat kan alleen bij testament, niet bij codicil.[3] De erfgenamen zullen dit goed dan ten behoeve van de legataris moeten aanschaffen. Dan moet dit wel expliciet in het testament staan, anders sorteert het legaat geen effect.

De grootte van een legaat kan van het moment van overlijden afhangen. Het kan bijvoorbeeld toegepast worden als aanvulling op een periodieke gift (die voor de aftrekbaarheid moet eindigen bij overlijden) om het eventueel niet doorgaan van giften wegens overlijden te compenseren. Het bedrag van het legaat wordt dan dus jaarlijks minder zonder steeds het testament te veranderen.

De grootte van een legaat kan ook in het testament beschreven worden als bijvoorbeeld een bepaald percentage van het saldo van alle of bepaalde bezittingen en alle of bepaalde schulden, eventueel met een minimum en/of een maximum.[4][5] Als de uitkomst nul of negatief is komt dit op hetzelfde neer als het ontbreken van een vorderingsrecht, dus het niet hebben van een legaat. Het aanvaarden of verwerpen van het legaat maakt dan dus geen verschil. Op deze manier worden de erfgenamen beschermd voor eventuele schulden uit legaten die uit het eigen vermogen moeten worden voldaan.

De verkrijger van een legaat betaalt erfbelasting als de waarde van het legaat hoger is dan de vrijstelling. Met de woorden "vrij van recht" kan in een testament echter worden bepaald dat de erfbelasting over een legaat voor rekening van de erfgenamen komt. Hierbij wordt het netto bedrag gebruteerd, dat wil zeggen dat een bruto bedrag wordt bepaald, zodanig dat na aftrek van de erfbelasting bij erven van het brutobedrag, het netto bedag overblijft.

AanvaardingBewerken

Een legaat wordt verkregen zonder dat een aanvaarding nodig is, behoudens de bevoegdheid van de legataris om het legaat te verwerpen zolang hij het niet aanvaard heeft. De kantonrechter kan op verzoek van een belanghebbende aan de legataris een termijn stellen, waarbinnen deze moet verklaren of hij al dan niet verwerpt; bij gebreke van een verklaring binnen de gestelde termijn verliest de legataris de bevoegdheid om te verwerpen. De verwerping van een legaat moet op ondubbelzinnige wijze geschieden, maar is niet aan een vorm gebonden.

CodicilBewerken

Bepaalde goederen van de inboedel en bepaalde persoonlijke bezittingen kunnen ook zonder testament gelegateerd worden door middel van een volledig handgeschreven, gedateerd en ondertekend stuk: het codicil.

Beschermingsbewind - beheer door executeurBewerken

Vaak worden legaten voor jonge mensen onder een testamentair beschermingsbewind gesteld tot de jeugdige legatarissen de leeftijd van 23 of 30 jaar hebben bereikt. De bewindvoerder draagt tot die leeftijd zorg voor beheer en instandhouding van het vermogen in het belang van de rechthebbende. Er moet een boedelbeschrijving worden gemaakt en jaarlijks rekening en verantwoording worden afgelegd. Een geldsom moet op een aparte rekening worden beheerd. Als bij testament een executeur is benoemd, is deze naast de met een legaat belaste erfgenamen gehouden de legatarissen te informeren over het legaat en voert deze gedurende de executele het beheer.