Hoofdmenu openen

De legitieme portie (Nederland) of het reservatair deel (België) is het erfdeel dat een kind van een overledene (in België ook de langstlevende echtgenoot) wettelijk kan opeisen, ongeacht hetgeen de overledene in zijn of haar testament had bepaald.

Veel landen, waaronder Nederland, België en Duitsland, kennen een dergelijke beperking van de mogelijkheid om in een testament vrij te bepalen hoe de eigen bezittingen na het overlijden verdeeld moeten worden. In common law-landen, zoals de Verenigde Staten (behalve Louisiana) en de meeste Angelsaksische landen (waaronder Zuid-Afrika), is dit niet gebruikelijk. Daar is het zonder meer mogelijk om in een testament kinderen of ouders volledig te onterven.

Als er sprake is van een legitieme portie, is dat meestal een bepaald gedeelte, bijvoorbeeld de helft, van hetgeen iemand zou erven zonder dat de erflater een testament had gemaakt (erfopvolging bij versterf).

BelgiëBewerken

In België werden de rechtsregels omtrent de wettelijke reserve of het reservatair deel hervormd in 2017 en 2018. Sindsdien gelden volgende regels. De wettelijke reserve voor de ouders werd hierbij afgeschaft.

KinderenBewerken

Aan de kinderen van de overledene komt steeds de helft van de fictieve massa in volle eigendom toe (art. 913 BW). De fictieve massa wordt bepaald door van het vermogen van de overledene zijn schulden af te trekken en vervolgens de schenkingen bij op te tellen (art. 922 BW). De wettelijke reserve voor de kinderen is onafneembaar.

LangstlevendeBewerken

De langstlevende echtgenoot heeft minimaal recht op het vruchtgebruik over de helft van de fictieve massa (art. 915bis, §1 BW). Deze reserve kan echter aan de langstlevende worden ontnomen indien de echtgenoten op de dag van het overlijden sinds meer dan zes maanden gescheiden leefden en indien de erflater of de langstlevende echtgenoot, als eiser of als verweerder, ofwel een afzonderlijk verblijf had gevorderd, ofwel een vordering tot echtscheiding wegens ontwrichting van het huwelijk heeft ingesteld, en voor zover de echtgenoten na die akte niet opnieuw zijn gaan samenwonen (art. 915bis, §3, eerste lid BW).

NederlandBewerken

Een kind van de erflater heeft recht op de legitieme portie, maar alleen in de vorm van geld, niet in de vorm van goederen. Het breukdeel voor de legitieme portie is de helft van het erfdeel dat hij zou ontvangen als er geen testament zou zijn, dus de helft van het erfdeel volgens de regels voor erfopvolging bij versterf. Het kind wordt in dit verband legitimaris genoemd.

Overigens is het niet verboden om in een testament impliciet of expliciet te bepalen dat een kind niet erft. Dan is het aan dat kind om al of niet de legitieme portie op te eisen. Dit kan ook nog als de nalatenschap al verdeeld is, en wel tot vijf jaar na het overlijden. Daarna is het te laat, ook al wist het kind niet van het overlijden af.

Ook al is een pleegkind of stiefkind al jaren lid van de familie, hij valt niet onder de erfopvolging bij versterf, en is ook geen legitimaris. Een pleegouder of stiefouder die wil dat zijn pleegkind of stiefkind erfgenaam van hem is moet dit dus doen bij testament.

GeschiedenisBewerken

Voor 1 januari 2003 had een erfgenaam in Nederland altijd recht op uitkering van zijn legitieme portie in goederen. Bij de herziening van het erfrecht is het breukdeel voor de legitieme portie tevens verkleind. Als iemand zonder echtgenoot of (klein)kinderen kwam te overlijden, hadden zijn ouders tot 1996 recht op een legitieme portie. Dit gaf destijds veel problemen bij samenwoners. Met name homoseksuele stellen kwamen er destijds bekaaid vanaf. Zij hadden geen mogelijkheid tot huwen of het aangaan van een geregistreerd partnerschap.