Hoofdmenu openen

Joseph Otto Carel (Jos) ten Horn (Wageningen, 15 juni 1894Utrecht, 1 juni 1956) was een Nederlandse glazenier, schilder, tekenaar en hoogleraar.[1]

Jos ten Horn
Detail glas-in-loodraam in Meerssen
Detail glas-in-loodraam in Meerssen
Persoonsgegevens
Volledige naam Joseph Otto Carel ten Horn
Geboren Wageningen, 15 juni 1894
Overleden Utrecht, 1 juni 1956
Geboorteland Nederland
Beroep(en) glazenier, schilder en tekenaar
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Leven en werkBewerken

Ten Horn was een zoon van de koopman Lucas Jan ten Horn en Henriette Berndina Antonia Huberta van der Heijden. Hij trouwde met Cornelia Hubertha Susanna Lapp.

Ten Horn volgde tekenlessen bij de beeldhouwer August Falise in Wageningen en bezocht de Rijksschool voor Kunstnijverheid in Amsterdam waar hij een leerling was van Georg Sturm. Hij werkte vervolgens een aantal jaren als ontwerper en uitvoerder van glas-in-loodramen bij het Atelier Cuypers & Co. in Roermond. In zijn vroege werk is de invloed vanuit de middeleeuwse kunst zichtbaar, met een gotische en byzantiniserende stijl, zijn latere ramen zijn levendiger en tonen de invloed van de ramen in de kathedraal van Chartres.[2]

Na zijn tijd bij Cuypers werkte Ten Horn als zelfstandig kunstenaar. Naast glas-in-loodramen maakte hij onder meer diverse wand- en plafondschilderingen voor kerken.[3] Voorbeelden hiervan zijn de wandschildering van de verering van het kruis en Maria in de Goirkese kerk in Tilburg[4] en de gewelfschilderingen in de Sint-Luciakerk in Ravenstein. In de jaren twintig woonde Ten Horn in Wolfheze en vervolgens in Almelo, waar hij diverse ramen maakte, in de jaren dertig verhuisde hij naar de Rijnkade in Arnhem. Op de wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs werd in het pauselijk paviljoen een altaar getoond van Jan van Dillen met een retabel van Ten Horn, dat zij vijf jaar eerder hadden gemaakt voor het psychiatrisch ziekenhuis 'Voorburg' in Vught. Bij de slag om Arnhem (1944) verloor Ten Horn zijn huis met atelier, waarna hij zich vestigde in Utrecht.

In 1950 werden Ten Horn, Hubert Levigne en Frits Peutz benoemd tot hoogleraar aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht.[5] Levigne doceerde grafische vormgeving, Peutz architectuur en Ten Horn gaf les in monumentale schilderkunst en de glazenierskunst. Studenten van Ten Horn waren onder anderen Petrus Josephus Schoofs, Hans Truijen, Jo de Visser en Wies van de Wijngaert. Voor zijn eigen werk en dat van zijn studenten werkte hij samen met het glasatelier van Gerard Mesterom in Bunde. In april 1956 werd Ten Horn ernstig ziek, hij overleed twee maanden later, kort voor zijn 62e verjaardag, in het Sint Antonius Ziekenhuis in Utrecht.

Werken (selectie)Bewerken

AfbeeldingenBewerken

Zie ookBewerken