Hoofdmenu openen
Zie artikel Niet te verwarren met rentmeester Johan de Mepsche (1627-1652)
Portret van Johan de Mepsche

Johan de Mepsche (ca 1520 - 7 april 1585) was een Spaansgezinde bestuurder in het noorden van Nederland tijdens het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Hij was fel rooms-katholiek en verwierf faam als ketterjager.

AfkomstBewerken

De Mepsche stamde uit een van oorsprong Drents geslacht dat zijn wortels had in Westdorp, nabij Borger. Telgen van het geslacht trokken waarschijnlijk al in de veertiende eeuw naar Groningen. Twee leden van de familie zijn bekend als stichters (in 1479) van het Mepschengasthuis in de Oude Kijk in 't Jatstraat.

BiografieBewerken

Als Johan geboren wordt is Groningen nog een zelfstandige stad. In 1536 moet ook Groningen Karel V als landsheer erkennen. De Mepsche weet binnen de nieuwe staat carrière te maken als een trouw dienaar. Zijn financiële positie verbetert aanzienlijk door een verstandshuwelijk waardoor hij de borg Duirsum te Den Ham bij Loppersum verwerft.

In 1557 wordt hij door Arenberg benoemd tot luitenant-stadhouder in Groningen. In die rol onderscheidt hij zich als een fel katholiek die niet bereid is toe te geven aan de wensen van de protestanten. Als het stadsbestuur de Broerkerk ter beschikking van de protestanten wil stellen verzet hij zich daartegen.

Na de dood van Arenberg, die sneuvelde in de Slag bij Heiligerlee, hoopte de Mepsche zelf tot stadhouder bevorderd te worden, maar hij wordt gepasseerd. Zijn carrière lijkt voorbij als Groningen toetreedt tot de Pacificatie van Gent, maar na het verraad van Rennenberg keert hij terug in Groningen. Als uitvoerder van de Spaanse/katholieke plakkaten wordt hij zeer gevreesd. Hij sterft in 1585 aan de pest.

NazaatBewerken

Was Johan de Mepsche al een gevreesde naam, zijn verre nazaat, Rudolf de Mepsche maakt de familienaam pas echt tot de meest gevreesde in de geschiedenis van Groningen.