De relaties tussen Israël en de Europese Unie gaan terug tot 1959 toen diplomatieke betrekkingen werden opgenomen tussen Israël en de Europese Economische Gemeenschap. Op 4 juni 1964 werd een eerste handelsovereenkomst tussen de EEG en Israël ondertekend. In 1995 werd een associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël gesloten, welke in 2000 in werking trad.[1] Associatieovereenkomsten hebben als doel betere economische en politieke samenwerking. De EU is Israëls belangrijkste handelspartner. In 2017 exporteerde Israël goederen ter waarde van 18 miljard dollar naar de EU-landen en importeerde het uit die landen goederen ter waarde van 28 miljard.[2]

Israël en de Europese Unie
Vlag 1 - Vlag 2
Kaart met daarop Europese Unie en Israël

 Europese Unie

 Israël

Walter Hallstein en Golda Meïr bij de ondertekening van de eerste handelsovereenkomst in 1964

In november 1995 werd in Barcelona een conferentie gehouden tussen de ministers van Buitenlandse zaken van de Europese Unie enerzijds en Algerije, Cyprus, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, Mauritanië, Syrië, Tunesië, Turkije en de Palestijnse Autoriteit anderzijds. Ook de Arabische Liga en de Unie van de Arabische Maghreb waren uitgenodigd de conferentie bij te wonen. Dit resulteerde in de periode tussen 1998 en 2005 in acht Euro-mediterrane Associatieovereenkomsten (EMA), waaronder de overeenkomst met Israël, die in 2002 werd gesloten.[3] Associatieovereenkomsten die de EU met landen afsluit moeten, net als wat erin wordt afgesproken, gebaseerd zijn op respect voor de mensenrechten en op democratische beginselen. Hun interne en buitenlandse politiek moet hierdoor geleid worden.[4] Dat staat ook vermeld in artikel 2 van de overeenkomst met Israël. In 2005 kwamen EU en Israël een aanvullend actieplan overeen. Intensivering van de associatie wordt afhankelijk gesteld van trouw aan voornoemde "gemeenschappelijke waarden".[5]

In 2008 werden de Euro-mediterrane Associatieovereenkomsten uitgebreid en werd de Unie voor het Middellandse Zeegebied opgericht, waarvan alle staten rond de Middellandse Zee, inclusief Israël, lid zijn.

In haar rapportage met betrekking tot Israël van 2014 was de EU kritisch op verschillende punten, waaronder haar behandeling van de Palestijnse bevolking, de Gazastrook en de Bedoeïenen.[6]

Israël neemt deel aan Horizon 2020, een Europees programma (met onder andere subsidies) voor wetenschappelijk onderzoek en innovatie.[7] Het is hierbij verboden direct militair onderzoek te doen of te werken aan kant en klare wapensystemen.

NederzettingenBewerken

Goederen geproduceerd in door Israël in de Westelijke Jordaanoever gebouwde nederzettingen (illegaal volgens de VN/Internationaal recht; Israël noemt dit gebied "betwist") worden door de Europese Unie niet als afkomstig van Israëlisch grondgebied beschouwd: zij vallen dus niet, economisch of anderszins, onder de associatieovereenkomst. Volgens Israël worden deze goederen echter geproduceerd binnen haar douanegebied en zijn zij dus wel Israëlisch. Sinds 1998 is dit dispuut gaande. In een "avis" van 2001 bevestigde de Europese Commissie de visie van de Unie. Dit leidde tot woedende reacties van de kant van Israël.[8]