Hoofdmenu openen

Glenn Audenaert

Belgisch politieman

Glenn Audenaert (Gent, 21 september 1955)[1][2] is een Belgisch voormalig politiedirecteur.

Zijn vader was rijkswachter. In 1975 trad hij in dienst bij de rijkswacht. In 1989 werd hij commissaris bij de Brusselse gerechtelijke politie.[2] In 2000 werd hij er hoofdcommissaris, als opvolger van de tien jaar eerder geschorste Frans Reyniers.[1]

Het eerste Egmont Paper uit 2007 beschreef Audenaert als de leidende Belgische politieambtenaar belast met contraterrorisme. In dezelfde publicatie staat dat hij ooit jihadi terrorisme beschreef als een "patchwork" van zelfradicaliserende lokale groepen met internationale contacten, maar zonder enige centrale motor en enig centraal organisatorisch ontwerp.[3]

In augustus 2009 kwam hij in het nieuws toen bekend werd dat hij een brief geschreven had naar toenmalig Minister van Justitie Stefaan De Clerck met de vraag om een strafonderzoek te openen naar corruptie binnen de Brusselse magistratuur. Nadat de minister zijn positief injunctierecht gebruikte om een onderzoek te gelasten, barstte de zaak rond handelsrechter Francine De Tandt los.[4]

Op 17 november 2009 zond het Canvas-programma Hoge Bomen een lange documentaire uit waarvoor Audenaert anderhalf jaar was gevolgd.[4][5]

In 2010 werd een gerechtelijk onderzoek opgestart tegen Audenaert. Een vastgoedmagnaat zou hem tienduizenden euro's hebben betaald.[6]

In november 2011 was hij als directeur van de Brusselse Federale Gerechtelijke Politie, evenals Eddy Baelemans, het hoofd van de lokale politie in Antwerpen, kandidaat om Fernand Koekelberg op te volgen als commissaris-generaal van de federale politie.[7]

In 2012 werd hij in verdenking gesteld en geschorst, en legde hij zijn mandaat neer[8] wegens schriftvervalsing en schending van het beroepsgeheim. In 2015 werd hij bijkomend in verdenking gesteld wegens passieve corruptie en witwassen.[9]

Op 11 september 2018 raakte via de krant De Tijd bekend dat er na zeven jaar onderzoek wegens corruptie een procedurefout in het onderzoek tegen hem was ontdekt door het parket-generaal van Gent zelf.[10]