Hoofdmenu openen

Europees kampioenschap schaatsen vrouwen 1985

De tiende editie van het Europees kampioenschap schaatsen voor vrouwen, georganiseerd door de Internationale Schaatsunie (ISU), vond voor de vijfde keer in Nederland plaats. Na vier keer Thialf was deze editie aan Groningen toegewezen, alwaar op de buitenijsbaan in het stadspark op 12 en 13 januari 1985 het kampioenschap werd verreden. Het kampioenschap werd verreden over de kleine vierkamp (500-3000-1500-5000 meter).

EK Allround vrouwen 1985
Kampioenschapinformatie
Plaats Groningen
Gastland Vlag van Nederland Nederland
IJsbaan IJsstadion Stadspark
Type baan Onoverdekt, kunstijs
Editie 10
Datum 12-13 januari 1985
Organisator ISU
Soort vierkamp Kleine vierkamp
Eindrangschikking
Winnaar Vlag van Duitse Democratische Republiek Andrea Schöne-Mitscherlich (2e titel)
Tweede plaats Vlag van Nederland Yvonne van Gennip
Derde plaats Vlag van Duitse Democratische Republiek Sabine Brehm
Statistieken
Aantal vrouwen 26 (slotafstand: 16)
Startpl. / land 4
Startpl. NL 4
Navigatie
<<< 1984     1986 >>>
Portaal  Portaalicoon   Schaatsen

DeelnameBewerken

Zesentwintig deelneemsters uit negen landen namen aan dit kampioenschap deel. Acht landen, Nederland (4), de DDR (4), Sovjet-Unie (4), Noorwegen (3), Polen (3), Zweden (3), Finland (2) en West-Duitsland (2) waren ook vertegenwoordigd op het EK in 1984. Frankrijk (1) nam voor de vierde keer deel op het EK voor vrouwen. Hongarije en Italië, in 1984 nog present, ontbraken dit jaar. Zes vrouwen maakten hun debuut op het EK.

Waar de Oost-Duitse Gabi Schönbrunn in 1984 haar landgenote Andrea Schöne-Mitscherlich als Europees kampioene opvolgde, nam Schöne-Mitscherlich dit jaar de titel weer over van Schönbrunn. Op het erepodium werd ze op plaats twee geflankeerd door Yvonne van Gennip die de vijfde Nederlandse vrouw op het eindpodium werd en daarmee in de voetsporen trad van Stien Baas-Kaiser, Ans Schut, Atje Keulen-Deelstra en Trijnie Rep. De Oost-Duitse Sabine Brehm legde beslag op de derde positie.

Achter Van Gennip eindigden nog twee Nederlandse vrouwen in de top tien. Ria Visser eindigde op de vierde plaats en Thea Limbach op plaats zeven. Debutante Grietje Mulder eindigde op de elfde plaats.

De Nederlandse delegatie behaalde deze editie vier afstandsmedailles. Yvonne van Gennip won de gouden medaille op de 3000 en 5000 meter en Ria Visser goud op de 1500 en zilver op de 5000 meter.

De afvaardiging van de Sovjet-Unie ging voor de eerste keer zonder een medaille, zowel in het eindklassement als een afstandsmedaille, terug naar huis.

Jaren later kwam dit kampioenschap weer in het nieuws, toen bekend werd dat een koffertje, met daarin de urinemonsters van de eerste vier in het eindklassement, in het Radboud Ziekenhuis werd ontvreemd. Deze affaire, waarin de toenmalige ploegarts van de KNSB als verdachte werd aangemerkt, werd door de bond in de doofpot gestopt.[1]

AfstandmedaillesBewerken

KlassementBewerken

Achter de namen staat tussen haakjes bij meervoudige deelname het aantal deelnames.

# Naam Punten 500m 3000m 1500m 5000m
    Andrea Schöne-Mitscherlich (3) 180,336 42,45 (1) 4.34,91 (2) 2.12,86 (2) 7.57,82 (4)
    Yvonne van Gennip (2) 181,486 44,19 (14) 4.33,77 (1) 2.13,92 (5) 7.50,28 (1)
    Sabine Brehm (3) 181,749 43,55 (9) 4.37,15 (4) 2.13,40 (3) 7.55,42 (3)
4   Ria Visser (3) 182,058 44,30 (17) 4.38,02 (5) 2.12,24 (1) 7.53,42 (2)
5   Olga Plesjkova (3) 182,948 43,26 (5) 4.39,39 (6) 2.14,77 (8) 8.02,00 (6)
6   Gabi Schönbrunn (5) 183,333 44,21 (16) 4.36,91 (3) 2.15,42 (9) 7.58,32 (5)
7   Thea Limbach (3) 184,197 43,69 (11) 4.42,77 (8) 2.13,91 (4) 8.07,43 (7)
8   Erwina Ryś-Ferens (6) 185,275 42,82 (3) 4.45,91 (10) 2.13,93 (6) 8.21,61 (11)
9   Natalja Petroeseva (4) 185,828 43,49 (8) 4.46,78 (11) 2.16,54 (10) 8.10,29 (8)
10   Annette Carlén-Karlsson (5) 186,104 43,66 (10) 4.47,54 (12) 2.14,18 (7) 8.17,95 * (10)
11   Grietje Mulder 186,386 44,52 (19) 4.42,34 (7) 2.17,17 (11) 8.10,87 (9)
12   Irina Bogatova 188,173 42,98 (4) 4.50,89 (15) 2.18,65 (14) 8.24,96 (13)
13   Irina Fateyeva 188,799 43,77 (12) 4.50,04 (14) 2.19,23 (15) 8.22,79 (12)
14   Sigrid Smuda (3) 190,894 44,59 (20) 4.53,31 (16) 2.17,98 (12) 8.34,26 (14)
15   Marie-France van Helden-Vives (2) 191,217 44,03 (13) 4.53,96 (17) 2.20,29 (17) 8.34,31 (15)
16   Lilianna Jezierska-Morawiec 193,586 43,45 (7) 4.54,36 (18) 2.18,63 (13) 9.08,66 (16)
NC17   Aila Tartia (5) 140,340 44,19 (19) 4.55,20 (20) 2.20,85 (20)
NC18   Edel Therese Høiseth (3) 140,761 43,43 (6) 5.03,13 (24) 2.20,43 (18)
NC19   Zofia Tokarczyk 141,083 42,69 (2) 5.01,58 (23) 2.24,39 (22)
NC20   Maila Lehtimäki (3) 141,185 44,35 (18) 4.59,43 (22) 2.20,79 (19)
NC21   Jasmin Krohn (2) 142,846 45,54 (21) 4.54,94 (19) 2.24,45 (23)
NC22   Lena Andersson 143,914 46,68 (23) 4.55,99 (21) 2.23,71 (21)
NC23   Minna Nystedt (2) 147,098 47,22 (24) 5.06,03 (25) 2.26,62 (24)
NC24   Marie Tollefsen 148,501 47,27 (25) 5.09,69 (26) 2.28,85 (25)
dq   Angelika Haßmann (3) 93,590 46,61 (22) 4.47,88 (13) 2.19,08 (dq)
dq   Heike Schalling (2) 93,966 45,53 (dq) 4.43,32 (9) 2.20,24 (16)
* = gevallen, dq = gediskwalificeerd