Dwergzijdeaapje

soort uit het geslacht Callithrix

Het dwergzijdeaapje of dwergoeistiti (Cebuella pygmaea) is een klauwapensoort van het geslacht Cebuella uit Zuid-Amerika.

Dwergzijdeaapje
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2019)
Dwergzijdeaapje
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Primates (Primaten)
Familie:Callitrichidae (Klauwaapjes)
Geslacht:Cebuella (Dwergzijdeaapjes)
Gray, 1866
Soort
Cebuella pygmaea
Spix, 1823
Verspreidingsgebied van het dwergzijdeaapje
Dwergzijdeaapje
Synoniemen
  • Callithrix pygmaea
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Dwergzijdeaapje op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

KenmerkenBewerken

Het dwergzijdeaapje heeft een donzige, bruinachtige vacht met geelbruine vlekken, en een geringde staart die net zo lang als zijn lichaam kan zijn. De klauwen zijn speciaal bedoeld om in bomen te klimmen, een eigenschap uniek voor deze soort. Met een lengte van tussen de 14–16 cm (exclusief de staart van 15-20) is het een van de kleinste primaten en de kleinste aap. Mannetjes wegen rond de 140 gram, vrouwtjes slechts 120 gram.

LeefwijzeBewerken

Als omnivoor, eten ze fruit, bladeren, insecten, en af en toe zelfs kleine reptielen. Een groot deel van hun dieet bestaat echter uit hars van bomen. Een groot deel van de tijd wordt besteed aan het halen van hars uit boomschors. Dit actieve dwergzijdeaapje heeft hiervoor speciale tanden om in schors te kunnen bijten. Door zijn kleine afmetingen en snelle manier van bewegen is het moeilijk om dit aapje goed te kunnen observeren.

DialectBewerken

Het dwergzijdeaapje is de eerste Zuid-Amerikaanse aap waarbij het gebruik van dialecten is vastgesteld. Tot op heden is onbekend of het gebruik van dialecten komt door een voordeel van bepaalde geluiden in een zekere habitat of dat dit een sociaal aspect is, zoals bij mensen.[2]

Voortplanting en ontwikkelingBewerken

De draagtijd is 119 - 140 dagen. Meestal worden er twee niet identieke jongen geboren, maar een- en drielingen komen ook voor.[3] Het mannetje draagt de jongen rond, totdat ze door het vrouwtje ze overneemt om te voeden.

In gevangenschap kan een dwergzijdeaapje ongeveer elf jaar oud worden. In de natuur is dat gewoonlijk (veel) minder.

Verspreiding en leefgebiedBewerken

Deze soort komt oorspronkelijk in het westen van Brazilië, het zuidoosten Colombia, het oosten van Ecuador, en het oosten van Peru in het regenwoud voor bij de bovenloop van de Amazone.

TaxonomieBewerken

Het dwergzijdeaapje werd vroeger ingedeeld onder de Atlantische oeistiti's (Callithrix), maar het dwergzijdeaapje verschilt nogal van de Atlantische oeistiti's en is daardoor ondergebracht in een apart geslacht, namelijk: Cebuella.[4]

Ondersoorten:

Volgens een aantal onderzoeken is deze laatste ondersoort, op basis van genetische en morfologische kenmerken, een aparte soort: Cebuella niveiventris.[4][5]

Externe linksBewerken