Hoofdmenu openen

Zuiderzeetramweg

tramlijn op van Hattemerbroek via Elburg naar Nunspeet, Nederland

De Zuiderzeetramweg was een stoomtramlijn op normaalspoor van Hattemerbroek via Elburg naar Nunspeet met een zijtak van Wezep naar De Zande, die van 1908 tot 1931 in bedrijf is geweest.

De Zuiderzeetramweg ingetekend op een recente kaart van Openstreetmap. De ononderbroken zwarte lijnen zijn de tramlijnen van de Zuiderzeetram.De onderbroken lijnen zijn de spoorlijnen waar de tram gebruik van maakte.

Inhoud

LijnenBewerken

De NCS kreeg in 1907 de concessie. Zij voerde deze concessie uit middels haar dochter NBM. De trams over deze lijn starten in station Zwolle en Station Kampen Zuid op het reguliere spoor. In 1908 werd de lijn (Zwolle-)Hattemerbroek-Nunspeet geopend. Vanuit Zwolle ging de tram over de IJssel met de spoorbrug om bij Hattemerbroek op de eigen tramlijn te komen. Deze tramlijn volgde grotendeels de Zuiderzeestraatweg. In Elburg was de remise van de tramlijn. Hier doorsneed de lijn de wallen van het stadje. Op station Nunspeet was er een aan sluiting op het reguliere spoor. In 1914 werd de lijn (Kampen-)De Zande-Wezep geopend. De tram uit Kampen startte op de spoorlijn richting Hattem en takte in de Zande af richting Wezep, de Kamperstraatweg volgend. Bij IJsselvliedt takte ze aan op de tramlijn naar Nunspeet.

VervoerBewerken

 
Zicht op gedeelte van de stadsmuur met halfronde muurtoren en de Zuiderzeetramlijn in Elburg

In totaal waren er ongeveer 60 haltes. Deze waren doorgaans aangegeven met witgeverfde band om een boom met een nummer.[1] Een enkel halte had een haltepaal. Een plaats als Oldebroek had een eigen station. Er waren slechts enkele verplichte stops, meestal stopte de tram op verzoek.

Wat betreft het goederenvervoer waren er 5 bedrijfsaansluitingen: Verffabriek De Veluwe in Nunspeet, Vereeniging Landbouwbelang Oldebroek, Zuivelfabriek Altena in Doornspijk, Landbouwvereniging Doornspijk en Zuivelfabriek Kamperveen. Om deze laatste aansluiting te kunnen bedienen was er een draaischijf aangelegd.[2]

MaterieelBewerken

 
SHM rijtuig AB 21 van de Gooise Tramweg Maatschappij, oorspronkelijk NCS BC 6 van de Zuiderzeetram, te Wognum-Nibbixwoud

De locomotieven NCS 1-5 waren gebouwd door Backer en Rueb in 1908 en hadden het uiterlijk van de klassieke tramlocomotieven van deze fabrikant met hun over de hele locomotief gebouwde kast. Ze behoorden tot grotere exemplaren van dit type. Ze kregen na de overname in 1919 van de exploitatie door SS van de NCS-lijnen de nummers 26-30 en bij NS hadden ze nummers 41-45. Locomotief NCS 6 was gebouwd door Hohenzollern. Deze kende al enige geschiedenis voordat de machine bij de Zuiderzeetram terechtkwam. Hij was gebouwd als vuurloos stoommotorrijtuig bij de paardentramlijn Utrecht-Zeist, waar de NCS het in 1903 als proef in dienst stelde. Het onderstel werd door werkplaats van de NCS in Utrecht verbouwd tot de stoomlocomotief voor de Zuiderzeestoomtram. De locomotief is maar weinig ingezet.[3]

De NCS 6-8 waren gebouwd door Maffei. Het waren locomotieven met een afzonderlijk machinistenhuis en een volbezette oververhitter. Bij SS kregen ze nummers 31-32 en bij NS de nummers 61-62.

De Zuiderzeestoomtram beschikte over 8 vierassige rijtuigen waarvan er 4 gebouwd waren door De Groot en 2 door Allan. Deze rijtuigen waren van de klasse BC. De 2 rijtuigen die gebouwd waren door Van der Zypen & Charlier hadden slechts een C (derde klasse) afdeling. De lijn heeft de beschikking gehad over 6 twee-assige rijtuigen. De oudste was gebouwd bij Herbrand in Köln-Deutz en had al de nodige verbouwingen achter de rug toen deze bij de Zuiderzeetram terechtkwam. Daar werd deze nauwelijks gebruikt. De 5 overigen zijn gebouwd door Van der Zypen & Charlier in 1908. Zie verder het artikel NCS-rijtuigen voor de Zuiderzeestoomtram

Daarnaast beschikte de lijn over zes post-bagagerijtuigen, 10 gesloten goederenwagens, 15 twee-assige open platte goederenwagens en 5 vierassige open goederenwagens. Ten slotte beschikte de lijn over 5 veewagens.

ExploitatieBewerken

 
Elburg met op de voorgrond de remise van de Zuiderzeetram

De lijn kwam in de eerste vijf jaren uit de kosten maar dat ontwikkelde zich negatief. Na 1915 werd er verlies gemaakt.[4]. In 1919 werd de exploitatie samen met de andere lijnen van de NCS overgenomen door SS. In de 20 jaren ging het vervoer achteruit. De lijn naar Kampen was altijd sterk verliesgevend geweest. In 1931 werd de Zuiderzeetramweg dan ook opgeheven. De verbinding naar verffabriek de Veluwe in Nunspeet bleef daarna voortbestaan als bedrijfsraccordement.[2]

Zie ookBewerken