Zuidelijk Gangenstelsel

gangenstelsel in de Sint-Pietersberg, Nederland
De aangesneden gangen van het Zuidelijk gangenstelsel in de ENCI-groeve in 1950
een aangesneden gang van het stelsel

Het Zuidelijk Gangenstelsel is een gangenstelsel en voormalige Limburgse mergelgroeve in Nederlands Zuid-Limburg in de gemeente Maastricht. Het gangenstelsel ligt in de Sint-Pietersberg in het Plateau van Caestert ten zuidwesten van het dorp Sint Pieter tegen de grens met België. Een gedeelte van het gangenstelsel is verdwenen in de cementmolen van de ENCI en ter plaats resteert de krater van de ENCI-groeve. Een ander deel draagt de stortheuvel van D'n Observant.

In het noorden had het stelsel verbinding met het gangenstelsel Slavante en in het zuiden met de Caestertgroeve op Belgisch grondgebied.

GeschiedenisBewerken

De groeve werd door blokbrekers ontgonnen voor de winning van kalksteenblokken.

Voor 1809 kon men van het Noordelijk Gangenstelsel, via Zonneberg en Slavante ondergronds naar het Zuidelijk Gangenstelsel lopen. De verbinding tussen Slavante en het Zuidelijk Gangenstelsel, de Kiezelbergdoorgang, raakte in 1916 versperd toen de Duitse bezetters tijdens de Eerste Wereldoorlog deze lieten opblazen om het smokkelen tegen te gaan. Om toch weer een verbinding te houden werd er in 1918 het Smokkelgat gegraven.[1][2]

In de periode 1939-1967 werden de dekgronden die afgegraven werden in de ENCI-groeve om bij de kalksteen te komen gestort op het terrein aan de zuidzijde van de groeve. Dit terrein was in het bezit van de ENCI, maar er was geen concessie verleend om ook dit gebied af te graven. Deze stortheuvel kreeg de naam D'n Observant. Als gevolg van de zware stortberg is het Zuidelijk Gangenstelsel onder de druk bezweken en ingestort.[3][2]

In de jaren 1950 werd het gebied de verbinding tussen van het Zuidelijk Gangenstelsel en Slavante verbroken als gevolg van afgravingen door de ENCI.[1] In 1957/1958 werd het gehele smokkelgat afgegraven door de ENCI.[2][1]

In 2010 werd het gebied van D'n Observant overgedragen aan de Vereniging Natuurmonumenten.[4][5]