Zaak-Jaitsen Singh

Strafzaak tegen Nederlander in Californië

De zaak-Jaitsen Singh betreft de veroordeling van een Nederlander die in de Verenigde Staten een gevangenisstraf uitzit voor het laten vermoorden van zijn vrouw en stiefdochter. De rechtmatigheid van de veroordeling wordt door verschillende partijen aangevochten.

Moorden en veroordelingBewerken

Jaitsen Janandun Singh is een Nederlander van Surinaamse afkomst. Hij is elektricien van beroep en woonde sinds 1970 in Ontario (Californië) met zijn vrouw Grace, zijn zoon Surendar en zijn stiefdochter Daphne, uit een eerder huwelijk van Grace. Zijn vrouw en stiefdochter werden op 27 augustus 1983 door Singh en zijn zoon aangetroffen in de kofferbak van de auto van Grace. Zij was doodgeslagen met een honkbalknuppel en Daphne was met veertien messteken om het leven gebracht. Het huis was geplunderd.[1]

In april 1984 werd Singh gearresteerd op basis van de verklaring van één getuige, Raymond Copas, die op dat moment zelf gevangenzat. In 1986 werd Singh veroordeeld tot 56 jaar cel voor het opdracht geven tot de dubbele moord. Het vonnis rustte slechts op de verklaring van Copas, die zijn getuigenis later in een schriftelijke verklaring heeft ingetrokken en kort daarna omkwam bij een arrestatie.[2][3] Ook daarna zou uit tal van verklaringen en dossierstukken zijn gebleken dat Singh vrijwel zeker niets te maken had met de dubbele moord. De weduwe en een broer van een van de vermoedelijke daders hebben een verklaring ondertekend waarin staat dat de Nederlander niet schuldig is aan de moorden. De getuigenverklaring waarop het vonnis steunde, bleek na onderzoek door een privédetective en de FBI te zijn gekocht door aanklager Dennis Stout, die later vanwege corruptie al zijn strafzaken moest beëindigen. Een ontlastende getuigenis van de destijds 14-jarige zoon van Jainandun Singh is altijd buiten het proces gehouden.[4]

Rechtsbijstand en rol NederlandBewerken

Singh zit opgesloten in de San Quentin State Prison bij San Francisco. Sinds zijn veroordeling zijn er diverse herzieningsverzoeken ingediend, alsmede rechtshulpverzoeken aan de Nederlandse staat. Die is naar het oordeel van Singh jarenlang ernstig tekortgeschoten in het bepleiten van zijn zaak bij de Amerikaanse justitie. Uit stukken die de Volkskrant heeft opgevraagd op basis van de WOB werd dit bevestigd. Bezoeken van het Nederlandse consulaat bleven uit, brieven vanuit de cel werden niet beantwoord, Nederland werkte niet mee aan een mogelijke overplaatsing van Singh naar zijn vaderland.[4][5]

Vanuit de Tweede Kamer is er meermaals aangedrongen op hulp van de Nederlandse overheid aan Singh.[6] In juni 2018 schreef minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok aan de Tweede Kamer dat later dat jaar een commissie in Californië een besluit zou nemen over een vervroegde vrijlating van Jaitsen Singh.[7] In september 2018 bleek echter dat de desbetreffende zitting geen doorgang zou vinden.[8]

De rol van Nederland bij de zaak van Singh kwam in augustus 2019 weer in de belangstelling, na een bezoek van justitieminister Grapperhaus aan Thailand, vanwege de detentie in dat land van de Nederlandse voormalige coffeeshophouder Johan van Laarhoven.[9] Dit had onder andere tot gevolg dat er een maand later kamervragen werden gesteld. Deze werden in november 2019 beantwoord door minister voor Rechtsbescherming Dekker, die geen toezeggingen deed.[10] Op 23 juni 2020 nam de Tweede Kamer met een ruime meerderheid een motie aan, ingediend door door Michiel van Nispen (SP) en mede ingediend door de PvdA, GroenLinks en de Partij voor de Dieren en de regeringspartijen CDA, D66 en ChristenUnie, die minister Dekker ertoe verplicht zich 'maximaal' in te spannen Singh naar Nederland te doen overbrengen.[11][12]

Sinds 2011 wordt Singh bijgestaan door zijn Amsterdamse advocaat Rachel Imamkhan (PrisonLAW), die in 2016 Romano van der Dussen vrij kreeg, die in Spanje ten onrechte voor zedenmisdrijven was veroordeeld.[13] Ook Singhs zus Sieta zet zich in voor zijn zaak.[14][15] In augustus 2019, na het bezoek van minister Grapperhaus aan Thailand in het kader van de zaak-Johan van Laarhoven, zette zij een online petitie op touw, gericht aan de Nederlandse overheid.[16]

Zie ookBewerken