Hoofdmenu openen

Werkwoordsvervoegingen in het Nederlands

Dit artikel behandelt de vervoeging van werkwoorden in het Nederlands. Hier zullen geen complete vervoegingen gegeven worden.

Een vervoeging is het veranderen van de vorm van een werkwoord om bijvoorbeeld de persoon (enkelvoud of meervoud: ik loop, wij lopen) of de tijd (verleden, heden, toekomst: ik loop, ik liep) aan te geven.

Inhoud

Mogelijke vervoegingen in het NederlandsBewerken

In het Nederlands worden werkwoorden vervoegd naar de volgende aspecten:

Persoon en getalBewerken

In het Nederlands bestaan er twee grammaticale getallen: enkelvoud en meervoud en drie grammaticale personen.

Enkelvoud Meervoud
Eerste persoon ik ('k) wij (we)
Tweede persoon jij (je); gij (ge); u (U) jullie; gij (ge); u (U)
Derde persoon hij (ie); zij (ze); het ('t) zij (ze)

Ik, wij, jij, gij, u, U, jullie, hij, zij, en het zijn de beklemtoonde vormen, terwijl 'k, we, je, ge, ie, ze en 't de niet-beklemtoonde vormen der persoonlijke voornaamwoorden zijn.

Er bestaan vijf verschillende vormen voor elk werkwoord in elke tijd:

  • een vorm voor ik ('k)
  • een vorm voor jij (je) (de voornaamwoorden u en U kunnen ook dit patroon volgen)
  • een vorm voor gij (ge) (de voornaamwoorden u,U en jullie kunnen ook dit patroon volgen)
  • een vorm voor de derde persoon (onder andere voor hij (ie), zij (ze), het ('t) en u (U))
  • een meervoudsvorm

Vervoeging in de actieve vormBewerken

De onbepaalde wijs en het gerundiumBewerken

Er bestaan infinitiefvormen voor de volgende tijden: O.T.T., O.Tk.T., V.T.T. en V.Tk.T.

  • De O.T.T. wordt gevormd door –en, –n, of –an bij de stam te voegen
    • Spelen
  • De O.Tk.T. wordt gevormd door te zullen voor de infinitief O.T.T. te voegen:
    • Te zullen spelen
  • De V.T.T. wordt gevormd door voltooid deelwoord + de infinitief O.T.T. van hebben of zijn
    • Gespeeld hebben
  • De V.Tk.T. wordt gevormd door voltooid deelwoord + de infinitief O.Tk.T. van hebben of zijn
    • Gespeeld te zullen hebben
Onbepaalde wijs
spelen racen gaan
O.T.T. spelen racen gaan
O.Tk.T. te zullen spelen te zullen racen te zullen gaan
V.T.T. gespeeld hebben geracet hebben gegaan zijn
V.Tk.T. gespeeld te zullen hebben geracet te zullen hebben gegaan te zullen zijn

Als de onbepaalde wijs als zelfstandig naamwoord gebruikt wordt, wordt deze vorm ook wel gerundium genoemd.

Gerundium
spelen racen gaan
O.T.T. het spelen het racen het gaan
O.Tk.T. het zullen spelen het zullen racen het zullen gaan
V.T.T. het gespeeld hebben het geracet hebben het gegaan zijn
V.Tk.T. het gespeeld zullen hebben het geracet zullen hebben het gegaan zullen zijn

De deelwoordenBewerken

Er bestaan vier deelwoorden: O.T.T.(onvoltooid deelwoord of tegenwoordig deelwoord), O.Tk.T. (toekomend deelwoord), V.T.T. (voltooid deelwoord) en V.Tk.T. (voltooid toekomend deelwoord)

  • Het onvoltooid deelwoord wordt gevormd door –d(e) bij de infinitief O.T.T. te voegen.
    • Spelende
  • Het toekomend deelwoord wordt gevormd door zullende voor de infinitief O.T.T. te voegen.
    • Zullende spelen
  • De vorming van het voltooid deelwoord hangt af van het vervoegingsmodel
  • Het voltooid toekomend deelwoord wordt gevormd door zullende hebben of zullende zijn achter de infinitief O.T.T. te voegen.
Deelwoorden
spelen gaan
O.T.T. spelende gaande
O.Tk.T. zullende spelen zullende gaan
V.T.T. Afhankelijk van het vervoegingsmodel
V.Tk.T. gespeeld zullende hebben gegaan zullende zijn

Deelwoorden worden verbogen zoals bijvoeglijke naamwoorden of zelfstandige naamwoorden, zie:

De aantonende wijsBewerken

De aantonende wijs is de meest gebruikelijke vorm van het werkwoord en beschikt over de meeste verschillende vormen:

Vorming van de aantonende wijs:

  • O.T.T.:
    • Eerste persoon: stam (ik speel) (als de stam op v of z eindigt, zal de laatste letter in respectievelijk f of s veranderen: ik leev → ik leef, ik verhuiz → ik verhuis)
    • Tweede persoon: stam +t of stam (zie T-regels en D en T in de Nederlandse spelling): jij speelt, speel jij, gij speelt, speelt gij
    • Derde persoon: stam +t: hij speelt
    • Meervoud: Infintief O.T.T.: wij, spelen, jullie gaan, zij racen
  • O.V.T.: afhankelijk van het vervoegingsmodel
  • O.Tk.T.: O.T.T. van zullen + Infinitief O.T.T.: ik zal spelen
  • O.V.Tk.T.: O.V.T. van zullen + Infinitief O.T.T.: ik zou spelen
  • V.T.T.: O.T.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik heb gespeeld, gij zijt gegaan
  • V.V.T.: O.V.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik had gespeeld, gij waart gegaan
  • V.Tk.T.: O.Tk.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik zal gespeeld hebben, gij zult gegaan zijn
  • V.V.Tk.T.: V.Tk.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik zou gespeeld hebben, gij zoudt gegaan zijn

De aanvoegende wijsBewerken

  • Vorming van de aanvoegende wijs:
    • O.T.T. :
      • Eerste persoon: stam + e(ik spele) of stam (ik ga) (als de stam op een a eindigt)
      • Tweede persoon: stam +et of stam +e (zie T-regels): gij nemet, vrage jij, u weze
      • Derde persoon: stam +e: hij spele
      • Meervoud: Infinitief O.T.T.: wij spelen, jullie gaan, zij racen
    • O.V.T.: afhankelijk van het vervoegingsmodel
    • O.Tk.T.: O.T.T. van zullen + Infinitief O.T.T.: ik zulle spelen
    • O.V.Tk.T.: O.V.T. van zullen + Infinitief O.T.T.: ik zoude spelen
    • V.T.T.: O.T.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik hebbe gespeeld, gij zijt gegaan
    • V.V.T.: O.V.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik hadde gespeeld, gij waret gegaan
    • V.Tk.T.: O.Tk.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik zulle gespeeld hebben, gij zullet gegaan zijn
    • V.V.Tk.T.: O.V.Tk.T. vanhebben of zijn + voltooid deelwoord: ik zoude gespeeld hebben, gij zoudet gegaan zijn

De voorwaardelijke wijsBewerken

  • Vorming van de voorwaardelijke wijs:
    • O.T.T. :O.V.T. van de aantonende wijs van zullen + Infinitief O.T.T.: ik zou spelen
    • V.T.T.: O.T.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik zou gespeeld hebben, gij zoudt gegaan zijn

De gebiedende wijsBewerken

  • Vorming van de gebiedende wijs
    • O.T.T.:
      • Enkelvoud: stam (speel!) of stam +t (beleefd) (Gaat u zitten)
      • Meervoud: stam +t (speelt!)
    • O.V.T.: afhankelijk van het vervoegingsmodel
    • O.T.Tk.T.: O.T.T. van zullen + Infinitief O.T.T.: zal spelen!
    • O.V.Tk.T.: O.V.T. van zullen + Infinitief O.T.T.: zou spelen!
    • V.T.T.: O.T.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: hebt gespeeld
    • V.V.T.: O.V.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: had gespeeld
    • V.Tk.T.: O.Tk.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: zult gespeeld hebben
    • V.V.Tk.T.: O.V..Tk.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: zoudt gespeeld hebben

OpmerkingBewerken

Soms wordt het werkwoord wezen gebruikt ter vorming van de voltooide tijden

Verleden tijd en voltooid deelwoordBewerken

Zwakke werkwoordenBewerken

  Zie ook 't kofschip
Type spelenBewerken
  • Vorming der deelwoorden:
    • Voltooid deelwoord: ge + stam + d (gespeeld)
  • Vorming van de aantonende wijs:
    • O.V.T. :
      • Eerste persoon: stam +de(ik speelde) (als de stam op v or z eindigt, zal de laatste letter respectievelijk in f of s veranderen: ik leev → ik leefde, ik verhuiz → ik verhuisde)
      • Tweede persoon: stam +de of stam +det (zie T-regels en D en T in de Nederlandse spelling): jij speelde, speelde jij, gij speeldet, speeldet gij
      • Derde persoon: stam +de: hij speelde
      • Meervoud: stam +den: wij speelden
  • Vorming van de aanvoegende wijs:
    • O.V.T. :
      • Eerste persoon: stam +de (ik speelde) (als de stam op v of z eindigt, zal de laatste letter in f of s veranderen: ik leev → ik leefde, ik verhuiz → ik verhuisde)
      • Tweede persoon: stam +de of stam +det(zie T-regels): jij speelde, speelde jij, gij speeldet, speeldet gij
      • Derde persoon: stam +de: hij speelde
      • Meervoud: stam +den: wij speelden
  • Vorming van de gebiedende wijs:
    • O.V.T. :
      • Enkelvoud: stam +de of stam +det: speelde!, speeldet u!
      • Meervoud: stam +det: speeldet!
Type "werken"Bewerken
Werkwoorden die volgens werken (ik werkte) vervoegd worden, hebben in de O.V.T. en het voltooid deelwoord een -t-, waar spelen een -d- heeft:
  • Vorming der deelwoorden:
    • Voltooid deelwoord: ge + stam + t (gewerkt)
  • Vorming van de aantonende wijs:
    • O.V.T. :
      • Eerste persoon: stam +te(ik werkte)
      • Tweede persoon: stam +te of stam +tet (zie T-regels en D en T in de Nederlandse spelling): jij werkte, werkte jij, gij werktet, werktet gij
      • Derde persoon: stam +te: hij werkte
      • Meervoud: stam +ten: wij werkten
  • Vorming van de aanvoegende wijs:
    • O.V.T. :
      • Eerste persoon: stam +te (ik werkte)
      • Tweede persoon: stam +te of stam +tet(zie T-regels): jij werkte, werkte jij, gij werktet, werktet gij
      • Derde persoon: stam +te: hij werkte
      • Meervoud: stam +ten: wij werkten
  • Vorming van de gebiedende wijs:
    • O.V.T. :
      • Enkelvoud: stam +te of stam +tet: werkte!, werktet u!
      • Meervoud: stam +tet: werktet!
Type "rusten"Bewerken
Werkwoorden met een stam op -t, type rusten, hebben slechts één t in de O.T.T.
Type "kopen", "denken"Bewerken
  • kopen: stammen: koop-, O.V.T. = ik kocht, voltooid deelwoord = ge-kocht
  • denken: stammen: denk-, O.V.T. = ik dacht, voltooid deelwoord = ge-dacht

Sterke/onregelmatige werkwoordenBewerken

  Zie ook Werkwoord (Nederlands)#Sterke werkwoorden voor de verschillende klassen

GemengdBewerken

Sommige werkwoorden hebben een "gemengde", dat wil zeggen een deels zwakke en deels sterke vervoeging:

  • lachen: stam: lach-, O.V.T. = ik lach-te (zwak), voltooid deelwoord = ge-lach-en (sterk)
  • vragen: stam: vraag-, O.V.T. = ik vroeg (sterk), voltooid deelwoord = ge-vraag-d (zwak)

OnregelmatigBewerken

De werkwoorden zijn, gaan, staan, doen, wezen, hebben, willen, zullen, mogen, kunnen en durven zijn (deels) onregelmatig.
  Zie ook Lijst van sterke en onregelmatige werkwoorden in het Nederlands

Passieve vervoegingBewerken

In het passief wordt het werkwoord worden (vervoegd zoals gaan, stammen wordt (O.T.T.), werd (O.V.T.)) gebruikt in de onvoltooide tijden en een der werkwoorden zijn of wezen in de voltooide tijden, deze werkwoorden worden dan gevolgd door het voltooid deelwoord van het vervoegde werkwoord.

Vervoeging van het werkwoord
{{{1}}}
Tegenwoordige tijd Verleden tijd Toekomende tijd
Enkelvoud Meervoud Enkelvoud Meervoud Enkelvoud Meervoud
ik {{{2}}} wij, we {{{4}}} ik {{{5}}} wij, we {{{6}}} ik zal {{{1}}} wij, we zullen {{{1}}}
jij, je, U
gij, ge
{{{3}}}
jullie {{{4}}} jij, je, U
gij, ge
{{{5}}}
jullie {{{6}}} jij, je, U
gij, ge
zal, zult {{{1}}}
zult {{{1}}}
jullie zullen {{{1}}}
hij, zij, het {{{3}}} zij, ze {{{4}}} hij, zij, het {{{5}}} zij, ze {{{6}}} hij, zij, het zal {{{1}}} zij, ze zullen {{{1}}}
Onvoltooid deelwoord Voltooid deelwoord Gebiedende wijs Aanvoegende wijs
{{{1}}}d {{{7}}} {{{8}}}
{{{2}}}, {{{3}}} {{{9}}}

Zie ookBewerken