Vrede met de Saramaccaners in Suriname

De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.

Dankzij het verkeer van slaven in het Caraïbische gebied kwam de slaaf Boston vanuit Jamaica naar Suriname. Hij was bekend met het vredesverdrag dat de Engelsen gesloten hadden en nadat hij aan de slavernij ontsnapte, werd een aanbod van een vergelijkbare vrede aangeboden. Dit aanbod was vanuit een economisch oogpunt zinvol. Aan de kosten van de oorlog tegen de Marrons was er weinig winst te behalen.

Op 19 september 1762 werd in Suriname een vrede gesloten met de Saramaccaners. Dankzij dit verdrag werden de Saramaccaners als vrij mens erkend. De artikelen luidden:[1]

  1. De Boschnegers van Saramacca en Suriname zullen als vrije lieden erkend worden.
  2. Zij zullen de dorpen aanwijzen, in dit verdrag begrepen.
  3. Zij zullen niet van woonplaats veranderen, dan met goedkeuring der Regering.
  4. Zij zullen kennis geven wanneer zij van opperhoofden veranderen, die de Regering zal erkennen.
  5. Zij zullen al de slaven, die sedert de vredes-onderhandeling bij hen gekomen zijn, overgeven, en daarvoor van f 10: - tot f 50: - genieten, en ook alle nieuwe, die zich bij hen zullen vervoegen, overleveren.
  6. Zij zullen onder hen geene slaven dulden en de overtreders dezer conditie zullen gestraft worden.
  7. Zij zullen, des verzocht wordende, in het vangen der wegloopers behulpzaam zijn, tegen eene premie en bebelooning.
  8. Zij zullen alle muiterij tegengaan, en de Blanken tegen eenen buitenlandschen vijand behulpzaam zijn.
  9. Zij vermogen niet dan met vijf of zes naar Paramaribe te komen, en moeten zich aan den Gouverneur vertoonen.
  10. Jaarlijks is het hun, tot vijftig in getal, vergund, het vee, hout en katoen, aan de Wanica-kreek in Saramacca of aan Victoria in de Suriname te komen, waarvan acht à tien naar Paramaribo mogen gaan, doch niet gewapend zijn of na acht ure op straat komen. (Dit Artikel gaf bedenking, en zij drongen aan, dat aan hen, even als aan de Aucaners, het uitgaan na acht ure vergund wierde.
  11. Respect aan de Blanken bewijzen, zullende in het tegengesteld geval gestraft worden, hetgeen met Blanken, die hen beleedigen, ook zal plaats hebben.
  12. Zij zullen geen bijzonder verdrag met die van Auka aangaan.
  13. Zij geven vier gijzelaars, alle kinderen van opperhoofden.
  14. De presenten zullen zij op Victoria komen afhalen.


Hierdoor werd het mogelijk om vaste nederzettingen te stichten. In de vredesverdragen werden gebieden aangewezen waar de Aucaners zich mochten ophouden. Dit was steeds op grote afstand van de plantages. Het was aan de Aucaners niet toegestaan om ontsnapte slaven op te nemen in hun gelederen. Dankzij de aanvallen op de plantage voorzagen de Marrons zich van materialen die ze niet zelf produceerden. Als compensatie werden deze goederen jaarlijks door de koloniale overheid geleverd.[2] Dit laatste wierp onder een deel van de Saramaccaners grote weerstand op, zij splitsten zich af en werden de Matawai. In 1769 tekenden ook zij de vrede.

Dit verdrag werd in 1835 herzien.[3]