Hoofdmenu openen
Voorbeeld van een voedselketen in een Zweeds meer

Een voedselketen beschrijft de voedselrelaties tussen de verschillende soorten organismen in een gegeven ecosysteem. Preciezer: een voedselketen toont de overdracht van voedsel (en dus van voedingsstoffen) van de ene naar de andere soort binnen dit ecosysteem.

Voedselketens worden in diagrammen afgebeeld; een organisme wordt met een pijl verbonden met een organisme waarvoor het een voedselbron vormt. Organismen worden gegroepeerd in trofische niveaus (van het Grieks voor voedend, trophikos).

Iedere voedselketen beschrijft één bepaalde gevolgde route van voedsel in een ecosysteem, en heeft één soort organisme per trofisch niveau. Een voedselketen begint met een producent (in de afbeelding een algensoort), daaropvolgend een herbivoor, en eindigt met soms een groot roofdier (predator). Een toppredator wordt door geen enkel ander dier gegeten. Bijvoorbeeld algen (als producenten) vermenigvuldigen zich door, middels fotosynthese, uit de anorganische stoffen, water en koolstofdioxide hun eigen koolhydraten (energie leverend, voor de celademhaling en voor de opbouw van de cellen) en eiwitten (bouwstoffen voor de cellen) te produceren.

De afgebeelde voedselketen kan als volgt worden toegelicht:

  • groene algen als producenten;
  • kreeftjes (als herbivoren en primaire consumenten) eten vervolgens de algen;
  • forellen (als carnivoren en secundaire consumenten) eten kreeftjes;
  • baarzen eten forellen;
  • snoeken eten baarzen;
  • visarenden eten snoeken (zie afbeelding).

De meeste voedselketens (90%) hebben 3 tot hoogstens 5 trofische niveaus. De langste, bekende voedselketen is gebaseerd op fytoplankton als producent, en telt 10 niveaus.[1]

Zie ookBewerken