Hoofdmenu openen

Toussaint Cartisser

Frans glazenier

Toussaint Cartisser (Noyers, 1812 – Parijs?, na 1855) was een Franse glasschilder.[1]

Toussaint Cartisser
Raam in de Gotische zaal
Raam in de Gotische zaal
Persoonsgegevens
Geboren Noyers, 1812
Overleden Parijs?, na 1855
Geboorteland Frankrijk
Beroep(en) glazenier
Signatuur Signatuur
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Leven en werkBewerken

Cartisser was een uit Frankrijk afkomstige glasschilder. Hij vestigde zich in mei 1840 met zijn broer Antoine in Maastricht, waar zij een atelier oprichtten in het refugehuis.[2] Zij behoorden met Pieter Franciscus Peters sr. en Jacobus en Joannes van Rijckevorsel tot de eersten die in de eerste helft van de 19e eeuw in Nederland het glazeniersvak weer oppakten.[3] Toussaint Cartisser had een octrooi voor het invoeren en vervaardigen van mousselineglas.

In mei 1841 namen de broers met een viertal glaspanelen deel aan de tentoonstelling van Levende Meesters in Den Haag. Mogelijk kwam Koning Willem II zo met hun werk in aanraking.[3] Als pas gehuldigde vorst maakte hij dat jaar een rondrit langs de provincies. In juni 1841 bracht hij een bezoek aan Maastricht en de daar gevestigde bedrijven van Regout en de gebroeders Cartisser. De broers maakten vermoedelijk de twee ramen in houten lijst ter herinnering aan dit bezoek, die zich in de koninklijke verzamelingen bevinden. Een met het en-profil portret van de koning en de ander van een stedenmaagd met het wapen van Maastricht. Ze maakten in dat jaar voor de koning decoratief glas voor Paleis Noordeinde (1841) en ramen voor zijn werkkamer.[4]

In 1843 maakten de broers drie ramen voor de Sint-Servaaskerk in Maastricht. De ramen van de annunciatie, de aanbidding der wijzen en het opdragen in de tempel, zijn niet meer aanwezig. Een jaar later kreeg Cartisser opnieuw een opdracht van de koning. Deze keer voor ramen in de neogotische Gotische Zaal, een uitbreiding van Paleis Kneuterdijk waar zijn schilderijenverzameling werd ondergebracht. Ze maakten twee grote roosvensters voor de kopwanden van de zaal en tien rondlichten voor de wanden van de gang ernaartoe.[4] In 1845 werd Toussaint Cartisser door de koning benoemd tot ridder in de Orde van de Eikenkroon.

Cartisser keerde terug naar Frankrijk, waar hij in 1855 nog wordt vermeld met een atelier in Parijs. Het is onbekend waar en wanneer hij is overleden.

AfbeeldingenBewerken