Theater (kunstvorm)

kunstvorm

Theater is een verzamelnaam voor kunstvormen waarbij acteurs levende voorstellingen maken voor een publiek. Wanneer met deze kunstvorm wordt opgetreden op een toneelvloer gaat het soms om een toneelvoorstelling.

DefinitieBewerken

De definitie uit de inleidende paragraaf omvat de meeste, maar niet alle vormen van theater (bijvoorbeeld poppentheater). Dat is het gevolg van een intrinsiek probleem met het vatten van de veelvuldigheid aan vormen, zelfs in de gevestigde theatertradities los van hedendaagse experimentele theatervormen. David Davies maakte in 2013 het onderscheid tussen enerzijds vertolkte kunstwerken (performed works) waar vertolkingen slaan op iets anders dan de vertolking, en er voorbeelden van zijn, en anderzijds vertolkingskunstwerken (performance works) die onafhankelijk van iets anders bestaan. Theater zou dan in zijn meest algemene vorm (eigenlijk de verzameling van alle podiumkunsten) op de eerste categorie slaan. Theater is kunst in de zin en in de mate dat de vertolking van het toneelstuk (afzonderlijk beschouwd van het geschreven toneelstuk zelf) het voorwerp wordt van esthetische en artistieke waardering.[1]

GeschiedenisBewerken

  Zie Theatergeschiedenis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het westerse theater vindt zijn oorsprong in religieuze feesten in het oude Griekenland, waar verhalen over de goden werden uitgebeeld door priesters.

In de 5de eeuw v.Chr. hield de stad Athene iedere lente een driedaagse theaterwedstrijd ter ere van Dionysos. De winnende dichters waren zo populair dat ze vaak werden verkozen in belangrijke politieke of militaire ambten. Sophocles won niet minder dan twintig keer de prijs voor de beste tragedie.[2]

Het Romeinse theater was gebaseerd op het Griekse voorbeeld. De Romeinen vestigden een sterke traditie in de theaterarchitectuur en vonden onder meer het amfitheater uit. Inhoudelijk beïnvloedden zij sterk alle latere vormen van klucht en melodrama.[3]

Ook in de Christelijke wereld was theater aanvankelijk vaak godsdienstig geïnspireerd en met name het passiespel was populair. Niet-religieuze toneelvoorstellingen waren soms verboden en in Engeland bloeide het moderne theater op na het intrekken van een dergelijk verbod door koningin Elisabeth I. De argumenten tegen niet-religieuze spelen richtten zich meestal tegen de heidense thematiek en tegen het immoreel gedrag dat de opvoering zou bevorderen bij de toeschouwers.[2]

De commedia dell'arte is een vorm van improvisatietheater die uitgevonden werd in Italië en zijn hoogtepunt beleefde tussen de 16de en de 18de eeuw. De acteurs vermaakten het volk met kluchten rond een aantal vaste personages, herkenbaar aan hun maskers. Latere auteurs voor het toneel, de opera en het ballet grepen vaak terug naar de bekende personages; de Nederlandse Harlekijn is Arlecchino, en de Engelse marionet Punch (in het Nederlands Jan Klaassen) is afgeleid van Pulcinella.

Vanaf de 19de eeuw doet het naturalisme zijn intrede in het theater. Volgens de naturalisten was het bestaande theater gekunsteld, en niet in staat de veranderende sociale realiteit weer te geven. Zij gaven de voorkeur aan het taalgebruik van gewone mensen en aan thema's uit het leven van alledag, vooral met betrekking tot familierelaties. Ze wilden de diepten van de menselijke natuur blootleggen door onder het dunne vernislaagje van de beschaving te kijken.[4]

Relatie tussen auteur en acteurBewerken

Net zoals bij andere podiumkunsten, en in tegenstelling tot de scheppende kunst, komt theater tot het publiek in twee duidelijk onderscheiden fasen. Een auteur schrijft een tekst, eventueel met regie-aanwijzingen, die vervolgens door acteurs wordt vertolkt.

Om het toneelstuk te kunnen smaken, moeten de toeschouwers zich kunnen inleven in het verhaal. De belangrijkste taak van de acteur is hun vertrouwen te winnen, ervoor te zorgen dat ze als werkelijk aanvaarden dat waarvan ze eigenlijk weten dat het een nabootsing is. Als de acteurs hun concentratie verliezen en achteloos worden, als ze aan het zicht worden onttrokken door ander acteurs, of als ze zich laten gaan in narcissitisch poseren waaruit hun eigen aard meer naar voren komt dan die van hun personages, verliezen ze het vertrouwen van het publiek. Dit kan verklaren waarom critici soms een belangrijk nieuw toneelstuk veroordelen na de première, en waarom een stuk van weinig intrinsieke waarde aanvankelijk een hoge waardering krijgt.[3]

MuziektheaterBewerken

  Zie Muziektheater (kunstvorm) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De geschiedenis van het theater is nauw verweven met die van de muziek. De drama's in het oude Griekenland werden geheel of gedeeltelijk gezongen. De Romeinen vonden tapdansschoenen uit. Middeleeuwse bijbelopvoeringen werden gezongen ter lering van het ongeletterde volk. Daaruit ontstond gaandeweg een traditie van lichte pantomimes en komische operas die verschillende eeuwen populair bleef, en die al stevig gevestigd was toen de ernstige opera opkwam in de 18de eeuw. De musical ontstond in het Parijs van de jaren 1840 toen Jacques Offenbach het genre operette omvormde tot een internationale sensatie. Na enkele ontwikkelingen in Wenen hervormden de Britten de musical met de komische scheppingen van toneelschrijver William Gilbert en klassiek musicus Arthur Sullivan, waarna de Verenigde Staten deze kunstvorm domineerden in de twintigste eeuw.[5]

TheatertechniekBewerken

  Zie Theatertechniek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij de meeste vormen van theater wil de artiest de toeschouwer meevoeren in een imaginaire wereld. Om de illusie te creëren en te versterken worden allerlei technische hulpmiddelen gehanteerd. Tot de klassieke hulpmiddelen behoren podiumtechniek (met bijvoorbeeld valluiken, coulissen en trekken om lasten op te hangen of door de lucht te bewegen) en belichting. In de 20ste eeuw is elektronische geluidstechiek belangrijk geworden, maar reeds bij de architectuur van klassieke openluchttheaters werd speciale aandacht besteed aan de akoestiek. De decortechniek creëert een achtergrond die de inhoud van het verhaal aanvult, of die een bepaalde sfeer oproept. Daarnaast bestaat een uitgebreid gamma aan speciale effecten zoals pyrotechniek.

Theatertechnicus is een beroep waarvoor op secundair en tertiair niveau gespecialiseerde opleidingen bestaan.

Theatervormen en soorten theaterBewerken


OpleidingenBewerken

Naast de hoger vermelde opleidingen tot theatertechnicus bestaat er een verscheidenheid aan professionele vormingen tot acteur en regisseur. Een toneelschool is een opleidingsinstituut dat dergelijke opleidingen aanbiedt als professionele bachelorgraad of op masterniveau.

Theaterwetenschap is een interdisciplinaire studie die de studenten voorbereidt op wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot alle vormen van theater. De universiteiten van Amsterdam, Antwerpen, Brussel, Gent, Leuven en Utrecht bieden diverse bachelor- en masteropleidingen in de theaterwetenschap aan.

Theater in het Nederlandse taalgebiedBewerken

Van het middeleeuwse religieuze theater is het bekendste overgeleverde stuk het anonieme mirakelspel Mariken van Nieumeghen (oudste bekende uitgave 1518).

Verschillende literaire canons nemen als oudste nederlandstalige theaterauteur Joost van den Vondel op met de werken Gijsbrecht van Aemstel (1637), Maria Stuart (1646) en Lucifer (1654). Herman Heijermans is onder meer bekend van Op hoop van zegen (1900). In het recentere verleden moet Hugo Claus worden genoemd, die in 1955 schandaal maakte met zijn toneeldebuut Een bruid in de morgen, maar wiens Vrijdag (1969) het best de tand des tijds heeft doorstaan. Vanaf de jaren 1970 ontstaat een vernieuwde belangstelling voor het Nederlandse toneelstuk en sinds 1995 worden er in Nederland meer oorspronkelijk nederlandstalige stukken dan vertalingen opgevoerd.[6][7]

Het grootste toneelgezelschap in Vlaanderen is het Toneelhuis, gebaseerd in de Antwerpse Bourlaschouwburg.

In Nederland zijn de vier grootste gezelschappen: Toneelgroep Amsterdam, het Nationale Toneel, het Noord Nederlands Toneel en Toneelgroep Oostpool.

Het toneel in Suriname ontstond in de 18de eeuw als een koloniale afsplitsing van zijn Europese tegenhanger maar ontwikkelde een eigen traditie met als bekendste gezelschap het reeds in 1837 opgerichte Thalia.

Zie ookBewerken