Suzereiniteit

Suzereiniteit is de macht die een gebied domineert op juridische gronden, door militaire of economische overmacht of andere reden, of die er een protectoraat uitoefent, het kan een persoon zijn, een staat of andere bestuurlijke eenheid. Een suzerein is een dominerende staat of vorst. Soms wordt de gedomineerde staat een vazalstaat genoemd[1]. Het begrip 'suzereiniteit' wordt in de context van het feodalisme, dat meestal bepalend was voor bestuurlijke verhoudingen in de middeleeuwen, op een andere manier begrepen dan vanaf de 20e eeuw, waar staten zich ontwikkelen tot onafhankelijke juridische entiteiten met als basis een grondwet (constitutie). Suzereiniteit wordt ook analoog aan het begrip soevereiniteit gebruikt, bijvoorbeeld voor Tibet en Mongolië die lange tijd onder de suzereiniteit van de Chinese keizers stonden.

Geschiedenis van het begripBewerken

De term suzerein of suzereiniteit komt voor het eerst voor in 1470 in de context van het feodale recht en betekende toen hoge heerser. Het stond voor degeen die bij een leenovereenkomst het zeggen had over degeen die dienend was. Het woord soeverein werd toen veelal in een andere context gebruikt, maar had de facto een zelfde betekenis. De Franse filosoof Jean Bodin (1530-1596) gaf aan de term soevereiniteit een andere betekenis dan aan suzereiniteit, waarna de betekenissen uiteen gingen lopen. De theorie van suzereiniteit bestaat dus net zo lang als die van soevereiniteit.

De theorie van suzereiniteit is ontstaan als reactie op de theorie van de soevereiniteit die met name via het absolutisme in Europa is uitgedragen. Tegenstanders van het absolutisme werden gedwongen door de claims van aanhangers van het absolutisme een tegenwicht te bieden.

Soeverein vs suzereinBewerken

De nieuwe interpretatie van het recht van de koning in de vorm van soevereiniteit voor de koning betekende dat opnieuw nagedacht ging worden over staatsinrichting. Tegenover de soeverein kwam een andere (bestaande) term te staan, suzerein. Een suzerein is een hogere heerser, maar er werd in feite de hoogste heerser mee aangeduid, dat wil zeggen de koning. Het idee is dat er een gestapeld gezag is met aan de top de koning.

Het verschil tussen deze twee zit in de uitwerking. Een soeverein is niet gebonden aan regels, er is immers geen hogere macht boven de soeverein. Een suzerein echter is slechts de hoogste in een stapeling van macht. Dat wil zeggen dat sommige zaken bij de koning liggen en andere dingen bij anderen. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld dat als de koning een concrete macht heeft overgedragen aan een ander hij deze niet eigenhandig weer af mag nemen. Een soeverein mag dat wel. Suzereiniteit is als het ware gedeelde en gedelegeerde staatsmacht. Bodin heeft met zijn uitleg het 'gedeelde' weggehaald om soevereiniteit te krijgen. Alle macht is of kan gedelegeerd worden door de koning en kan dus ook door hem worden teruggenomen.

Politieke ontwikkelingenBewerken

De door Bodin geïntroduceerde interpretatie van het recht leidde dus niet alleen tot de theorie van het absolutisme, maar ook tot een tegenreactie. Aanhangers van deze tegenreactie vonden uiteraard dat de macht van de koning niet onbeperkt was. Die macht werd ingeperkt o.a. door bestaand recht. Ontwikkelingen als de Nederlandse Opstand waarin de rechtmatige heer ontzet werd uit zijn macht omdat hij zijn plichten niet goed uitoefende, voedden deze tegenbeweging. In Engeland won uiteindelijk deze beweging de strijd van het absolutisme in de Glorious Revolution. De theorie van deze revolutie is verwoord in het boek van John Locke Two Treatises on Government en ze komt ook terug in Charles Montesquieu's idee van de scheiding der machten. Via deze twee filosofen heeft het ook zijn invloed gehad op de Franse en Amerikaanse Revolutie.

Met name in Engeland leidden de politieke ontwikkelingen tot een beschouwing van de bestaande rechten en plichten van koning, andere lokale machthebbers en het parlement. De situatie die de denkers beschouwden kreeg uiteindelijk haar beslag in de theorie van het feodalisme. Het hoogste gezag in het feodale stelsel was de suzerein. In het feodalisme zijn twee partijen gebonden aan onderlinge rechten en plichten, die niet zo maar kunnen worden opgezegd. Ze gaan hun onderlinge relatie aan op grond van redelijke gelijkwaardigheid; mensen zijn vrij deze relatie aan te gaan. Die situatie werd min of meer hersteld bij het aanstellen van Willem III als koning.

Door de band met het feodalisme komt de term suzerein in de moderne betekenis vaak voor in teksten over het feodalisme in de middeleeuwen. Het is belangrijk te zien dat dit een anachronisme is. De theorie van suzereiniteit is uit de vroegmoderne tijd en niet uit de middeleeuwen.

Zie ookBewerken