Hoofdmenu openen

GeschiedenisBewerken

SuikerbakkerijenBewerken

Suiker als zoetstof werd in West-Europa plaats rond eind 15e eeuw geïntroduceerd. Voordien werd honing gebruikt. Aanvankelijk was suiker een luxeproduct. Suikerriet werd onder meer verbouwd op de Caraïben, waarbij vaak slaven werden ingezet voor de arbeid. De handel in suiker was zeer winstgevend en organisaties als de West-Indische Compagnie waren er dan ook nauw bij betrokken. Reeds eind 16e eeuw was er sprake van een aanzienlijke handel. De rietsuiker werd in de koloniën tot ruwe suiker opgewerkt en kwam in West-Europa aan in de vorm van suikerbroden, bestaande uit de ruwe suiker.

Deze ruwe suiker moest nog gezuiverd worden. Dit gebeurde aanvankelijk in suikerbakkerijen. Hier werd de suiker gesmolten en gekookt in het stookhuis, en vervolgens in het vulhuis in kegelvormige suikerbroodvormen gegoten. De kegels werden in de droogstof op een pot gezet. In de top was een opening, waarlangs de stroop naar buiten liep terwijl de suiker uitkristalliseerde. De stroop werd in de pot opgevangen. Ook de suikerstroop werd als zoete voedingsstof gebruikt. Een ander bijproduct, melasse, werd gebruikt als grondstof in jeneverstokerijen. Suiker vond aftrek als zoetstof voor likeur.

SuikerraffinaderijenBewerken

 
Suikerbroden in een raffinaderij in de Zweedse stad Göteborg, ca. 1900

Later ontstonden uit de kleinschalige suikerbakkerijen grootschaliger industrieën, zoals de Amsterdamsche Stoom-Suikerraffinaderij (1833-1875). Bij het zuiveren werd hier gebruikgemaakt van eieren en het (goedkopere) ossenbloed, dat echter in 1704 werd verboden, en kalkwater. Bij het uitlekken werden de gesmolten broden bedekt met leemaarde dat door het suikerbrood heen zakte en de laatste verontreinigingen meevoerde. Bij het zuiveren werd later gebruikgemaakt van actieve koolstof, zoals houtskool, beenzwart (sinds 1812) en norit (na 1912).

Rietsuikerraffinaderijen bestonden vanaf het einde van de 17e eeuw. In Nederland waren Amsterdam en Dordrecht centra van suikerraffinaderijen.

In 1882 werd te Amsterdam nog de Wester Suikerraffinaderij opgericht. Wester was een grote fabriek, die aanvankelijk rietsuiker raffineerde maar later ruw bietsuiker en aan de basis stond van de Centrale Suiker Maatschappij door achterwaartse integratie

De machinefabriek Stork in Hengelo exporteerde in de 20e eeuw suikerfabrieken voor de productie van rietsuiker naar Java, Cuba, Midden-Amerika, Zuid-Amerika, India, Egypte en Belgisch-Congo.

SuikerbietfabriekenBewerken

Toen in de 2e helft van de 19e eeuw de suikerbietenteelt opkwam, werden tal van suikerfabrieken gesticht op basis van de nieuwe grondstof. De eerste bietsuikerfabriek ter wereld werd in 1802 gesticht door Franz Carl Achard en bevond zich in Silezië.

De eerste kleinere test werden in Nederland gedaan in 1810. In 1811 startte Jan Backer de eerste grote fabriek op Het landgoed de Oorsprong in Oosterbeek.[1] In 1858 startte De Bruyn in Zevenbergen zijn fabriek. Pas in de jaren 1860 ontwikkelde het zich tot een industrie en startten vele nieuwe fabrikanten. Veel van deze fabrieken waren aanvankelijk eenvoudig van opzet en produceerden ruwe suiker. In de reeds aanwezige suikerraffinaderijen werd het ruwe suiker tot consumptiesuiker verwerkt. Aldus konden deze blijven voortbestaan.

In België begint in Sint Truiden Stayen Guillaume Mellaerts in 1834 de eerste suikerbietfabriek. Er volgden in de jaren 1830 nog verschillende fabrieken, onder andere in Tienen in 1836.

Suikerindustrie in AmsterdamBewerken

In de Amsterdamse wijk Jordaan was een hoge concentratie aan suikerraffinaderijen. Er moeten er 130 geweest zijn. Aangaande Amsterdam werd in 1662 gemeld:

In deze stad zijn veel suykerbakkerijen, wel meer als 50. 't Zijn grote huysen daar al te met wel voor 2 tonne goudts aan suyker in één suykerbakkerij is, hier zijn ketels of groote diepe pannen daar de suyker ingedaan en met wit water, dat op kalk heeft ghestaan, gekookt worden en zijn tijdt genoden hebbende, doet men de suyker in potten, die duyzenden in werkhuyzen zijn; ja een suykerbakker heeft wel voor vijfigh od tsestigh duysend guldens alleen aan potten van doen, zoo groote als kleyne: in deze potten staat het van onder tot boven op alle solders zoo vol, dat er maar een deurgank is om een mens door te laten gaan, en dese huysen zijn gemeenlijk vijf en zes verdiepingen hoogh.[2]

Bekende, gewoonlijk aan de Amsterdamse Lauriergracht gelegen, suikerraffinaderijen waren onder meer De Bruijn & Zn., de latere Amstel-Suikerraffinaderij; Kleine; Petrovich; Beuker & Hulshof; De berg Etna; De Drie Suykerbroden; De Granaatappel; De Mercuur. Deze bedrijven zorgden, samen met andersoortige bedrijvigheid, voor een aanzienlijke lucht- en watervervuilling.

In 1862 waren er nog 15 suikerraffinaderijen in Amsterdam, waarvan er 10 een stoommachine bezaten en er 5 waren met meer dan 50 man personeel. De vijf grote industriële raffinaderijen waren:

  • Beuker & Hulshoff
  • Wijthoff & Zoon
  • Spakler & Tetterode ("De Granaatappel")
  • Amsterdamsche Stoom-Suikerraffinaderij
  • NV Suikerraffinaderij v/h C. de Bruyn & Zonen, later Amstel-Suikerraffinaderij. Zij richtten in 1858 de tweede industriële bietsuikerfabriek van Nederland in Zevenbergen op.

Later verdwenen de Amsterdamse suikerraffinaderijen. Het proces werd geïntegreerd in de bietsuikerfabrieken.

Productie van suikerrietBewerken

Suikerriet wordt gewassen en daarna geperst.

Productie van suikerbietBewerken

ProductiestadiaBewerken

 
Suikerbietontvangst suikerfabriek Halfweg, 1974

WasserijBewerken

Met de bieten komt ook veel grond mee. Dit kan wel oplopen tot 20% van het gewicht aan bieten als deze onder natte omstandigheden gerooid zijn. De grond wordt van de bieten gewassen in de wastrommels en in grote bezinkingsbassins weer uit het water verwijderd. Daar waar de bieten beschadigd zijn treedt tijdens het wassen suikerverlies op. Het water wordt aeroob en anaeroob gezuiverd en hergebruikt/geloosd. De grond wordt onder andere gebruikt voor het ophogen van dijken.

DiffusietorenBewerken

De suikerbieten worden met twee soorten messen in reepjes gesneden, deze messen hebben zogenaamde dakkanten, er wordt achtereenvolgens met een A en B mes gesneden,(<>) zodat een patatvormig reepje ontstaat, het snijdsel. In de diffusietoren wordt met warm water de suiker uit de reepjes geloogd. Dit gebeurt middels het tegenstroomprincipe. Onder in de toren worden de suikerrijke reepjes ingebracht (snijdsel). Boven in de toren wordt het schone en warme water ingevoerd waardoor de suikerrijke reepjes en het water, dat de suiker op moet nemen, zich in een aan elkaar tegenovergestelde richting door de diffussietoren bewegen. Resultaat is dat het suikergehalte van het water dat de diffusietoren (aan de snijdselkant dus) verlaat dat van het suikerrijke ingevoerde snijdsel zo veel mogelijk nadert. Terwijl aan de pulpzijde het uitgeloogde snijdsel vrijwel volledig is uitgeloogd (pulp). Omdat in het water behalve suikermoleculen ook andere stoffen worden opgenomen wordt het water uit de diffusietoren ruwsap genoemd.

De pulp is erg nat en wordt vervolgens door een pers geschikt gemaakt tot veevoer. Het perssap bevat een laag percentage suiker maar wordt samen met schoon en warm water terug de diffusietoren ingeleid. Hierdoor gaat deze suiker niet verloren en hoeft dit perssap niet als afvalwater gezuiverd te worden. De pulp die achterblijft uit de diffusietoren wordt tot veevoer verwerkt (perspulp). Verder gedroogd en vervolgens tot brokjes geperst tot pulpbrokjes is pulp vrijwel onbeperkt houdbaar. Maar gezien de hoge drogingskosten wordt de meeste pulp afgezet als perspulp (ca. 28 % droge stof). Ongedroogde perspulp wordt vaak vermengd met snijmais of gras en ingekuild als ruwvoer voor koeien. Rietsuikerpulp wordt ook wel als brandstof in de rietsuikerfabrieken gebruikt.

SapzuiveringBewerken

 
Suikerbieten na de oogst in de fabriek van Hollogne-sur-Geer in Haspengouw

Het zwartblauwe ruwsap bevat nog vele organische en anorganische bestanddelen, zoals zuren, zouten (kalium en natrium), eiwitten en pectines, die door filtratie verwijderd moeten worden, omdat anders de latere kristallisatie niet goed verloopt. De filtratie wordt gedaan met behulp van ongebluste kalk. Dit bindt de zuren, en door verhoging van de pH naar ongeveer 11 wordt verhinderd dat invertsuiker ontstaat door splitsing van de sacharose. Hierbij wordt ongeveer 35% van de verontreinigingen verwijderd. Voor de filtratie wordt snel koolstofdioxide toegevoegd. Deze processtap in de sapzuivering wordt carbonateren genoemd. Hierbij wordt CO2-gas door het gekalkte sap geblazen, waarbij de achtergebleven calcium-ionen worden gebonden in calciumcarbonaat (kalk). Meestal worden twee carbonatatiestappen doorlopen: eerste en tweede carbonatatie. Het nu ontstane heldere sap wordt dunsap genoemd. De kalk met daarin de verontreinigingen wordt uit het sap gefiltreerd. Deze schuimaarde wordt in de akkerbouw gebruikt als bodemverbeteraar. Het dunsap is geelgroen van kleur. Het bevat 15 tot 16% suiker en nog ongeveer 2% andere stoffen, waaronder α-aminozuren. Deze aminozuren worden schadelijke stikstof genoemd.[3] De hoeveelheid schadelijke stikstof is afhankelijk van de hoogte van de stikstofbemesting tijdens de groei van de bieten, gebruikte suikerbietenras, het tijdstip van rooien en andere groeiomstandigheden. Als het gehalte aan α-aminozuren in het dunsap te hoog is, moet er soda aan het sap worden toegevoegd om de pH te verhogen, wat de hoeveelheid te winnen suiker nadelig beïnvloedt.

IndampingBewerken

Het dunsap wordt in grote verdampers ingedikt, tot een sap met ongeveer 70% suiker is bereikt, het zogeheten diksap. Het in te dampen dunsap gaat door meerdere verdampers waarbij de condensatiewarmte van de waterdamp uit één verdamper wordt hergebruikt om water in een volgende verdamper te verdampen. Ook wordt water uit de waterdamp c.q. condenswater gebruikt overal waar warmte nodig is, onder andere om het water te verwarmen waarmee het snijdsel wordt uitgeloogd.

Kristallisatie en centrifugeBewerken

Door aan het diksap fijne kristallen (poedersuiker) toe te voegen, het zogenaamde enten, ontstaan suikerkristallen. Bij de gewenste grootte worden deze kristallen afgecentrifugeerd en blijft, naast de suikerkristallen, melasse over. Hiervan kan alcohol gestookt worden, stroop van worden gemaakt of het kan als veevoer worden gebruikt. Bijvoorbeeld als bindmiddel bij de productie van (droge) pulpbrokken.

Winbaarheid van bietsuikerBewerken

De winbaarheid van de hoeveelheid suiker in de biet wordt uitgedrukt in een winbaarheidsindex en is afhankelijk van:

  • het suikergehalte
  • de hoeveelheid schadelijke stikstof (α-aminoN),
  • de hoeveelheid kalium en natrium en
  • de verhoudingen hiertussen.

1 maeq (milli-aequivalent of mval) α-aminoN geeft bij een gemiddelde melasse evenveel suikerverlies als 1 maeq kalium+natrium namelijk 0,061 gram suiker.

Van bieten met een suikergehalte lager dan 15% kan niet meer rendabel suiker gewonnen worden. Hoe hoger het suikergehalte des te meer suiker aan de biet onttrokken kan worden. In de bietenpulp blijft suiker achter en er verdwijnt ook suiker met de schuimaarde en het water. Bij elkaar is dit ongeveer 0,2 tot 0,4 % suiker. Daarnaast gaat er 1,8 tot 2,5 % suiker verloren in de melasse. Tot slot verdwijnt er door allerlei oorzaken, bijvoorbeeld door de vorming van invertsuiker, nog 0,2 tot 0,4 % suiker. Van een biet met bijvoorbeeld 16 % suiker kan zo 12,7 tot 13,8 % suiker gewonnen worden en die van 18 % 14,7 tot 15,8 %.

Schadelijke stikstofBewerken

Schadelijke stikstof omvat stikstofhoudende stoffen, die tijdens de suikerwinning voor ongeveer 50% niet gescheiden kunnen worden van het suiker en daardoor melassevormend werken. De stikstofhoudende stoffen worden dus schadelijk ondervonden omdat ze een probleem vormen bij het zuiveringsproces van suiker. Het gaat hierbij vooral om de α-aminozuren, waarvan de meest schadelijke als niet-gebonden aminozuren en amiden in het celvocht voorkomen. Vooral glutamine en in mindere mate asparagine komen voor. Aminozuren kunnen zich als zuren of basen gedragen, al naargelang van de hoogte van de pH, maar bij de suikerwinning gedragen ze zich als een zuur. Bij afbraak van een aminozuur kan een organisch zuur of een primair amine gevormd worden. De aminen zijn goed oplosbaar in water en reageren als zwakke basen. Door afsplitsing van water kunnen aminozuren ook overgaan in amiden, die zich ook afhankelijk van de hoogte van de pH als base of zuur gedragen, maar zich bij de suikerwinning gedragen als een zuur. Daarnaast verlaagt de schadelijke stikstof de oplosbaarheid van suiker.

Kalium en natriumBewerken

Kalium en natrium verhogen de hoeveelheid melasse en zorgen zo voor een lagere winbaarheid. De melasse kan namelijk niet verder ingedikt worden dan tot een suiker/water verhouding van 2,5 tot 3,0 bij 35 tot 45 °C, omdat deze anders niet meer verwerkbaar is in roerzeven en centrifuges. Daarnaast verhogen ze de oplosbaarheid van suiker. Ze zijn gunstig als er veel schadelijke stikstof aanwezig is, omdat ze de pH van het dunsap verhogen.

Verhouding tussen schadelijke stikstof en kalium+natriumBewerken

pH-verlagend pH-verhogend
amiden oxaalzuur
invertsuiker fosforzuur
aminozuren pectine en eiwitten
magnesium citroenzuur
calcium appelzuur
zwavelzuur
kalium
natrium

De niet-suikers in het ruwsap kunnen onderverdeeld worden in pH-verlagende en pH-verhogende stoffen.

De pH-verhogende stoffen werken als zodanig, omdat ze geheel (oxaalzuur en fosforzuur) of gedeeltelijk (citroenzuur, appelzuur, zwavelzuur) door de kalktoevoeging neerslaan en met de schuimaarde afgevoerd worden of in het sap blijven zitten (kalium en natrium).

De pH-verlagende stoffen werken als zodanig, omdat ze door de kalktoevoeging neerslaan (magnesium en calcium) of omdat ze niet neerslaan (amiden, invertsuiker, aminozuren). De amiden gaan over in aminozuren en invertsuiker wordt afgebroken tot o.a. melkzuur.

Indien er te veel pH-verlagende stoffen aanwezig zijn, wordt de pH te laag en moet soda toegevoegd worden om corrosie van de kookpannen, afzetting van ketelsteen en de vorming van invertsuiker te voorkomen. Bij een bepaalde verhouding kalium+natrium/α-aminozuren (sommigen gaan uit van 1,8 of hoger) hoeft aan het dunsap geen soda toegevoegd te worden. In het dunsap zit gemiddeld drie keer zoveel kalium+natrium dan schadelijke stikstof.

Lijst van suikerfabrieken in de BeneluxBewerken

 
Tienen - 2010
 
Puttershoek, 1996
 
Breda - 2009
 
Halfweg - 2006
 
Gorinchem Hollandia - 2004
 
Oude Gastel St Antoine - 2011
 
Voormalige fabriek van de Suiker Unie in Groningen tijdens de sloop ervan in 2010
 
Moerbeke - 2008
 
Veurne - 2004

In deze lijst zijn niet opgenomen:

BelgiëBewerken

Beetwortelsuikerfabrieken zijn gevestigd te:

Thans enkel nog suikerverwerking:

Huidige en voormalige beetwortelsuikerfabrieken:

  • Stayen Sint Truiden sucrerie de Gme MELLAERTS & Cie, 1834-1959 [4]
  • Tienen (Vlaams-Brabant), 1836 Joseph Vandenberghe de Binckom, 1852 overname door Henry Vinckenbosch in 1894 overname door Paul en Frantz Wittouck eigenaren van suikerfabriek Wanze, in 1894 - Tiense Suikerraffinaderij; suikerfabriek van Pierre-Louis Vinckenbosch 1836, overname 1862 door Henry Vinckenbosch; Vanden Bossche frères et Janssens 1836, 1905 overname Tiense Suikerraffinaderij
  • Waterloo Raffinerie Nationale du Sucre 1836-1871
  • Ordingen 1836
  • Péronnes-lez-Binche 1836-1926
  • Opheylissem 1836-1927 S.A. Sucrerie d’Heylissem, overgenomen in 1929 door Tiense suikerraffinaderij
  • Sint-Pietersveld 1836-1839
  • Warcoing 1852- in 1993 investering met Wez in nieuwe gezamelijk suikerfabriek Fontenoyn, fabriek produceert nu erwten en cichorei derivaten
  • Zelzate, twee fabrieken Sucrerie Franz Wittouck 1856-1939, vanaf 1929 fusie met Moerbeke tot Sucrerie des Flandres en La Sucrerie Tytgat[5]
  • Barry 1857-1976 société de Simon et Vicomte Cossée de Maulde, vanaf 1911 Simon et Cie, vanaf 1930 Sucrerie de Barry-Maulde s.a., vanaf 1968 Tiense suikerraffinaderij
  • Gembloux ±1860-1977 Le Docte vanaf 1917 verkocht aan fam. Stevenart, Sucrière de Belgique, vanaf 1927 eigendom van suikerfabriek Grand-Pont, in 1966 Tiense suikerraffinaderij
  • Chastre 1863
  • Waver 1864-1975 vanaf 1884 Sucrerie de Wavre, Naveau et Cie
  • Ambresin 1864-1974
  • Wez 1865- vanaf 1890 fam Couplet, nu gespecialiseerd in speciaal suikers
  • Hollogne-sur-Geer (Luik) 1865-, Tiense Suikerraffinaderij
  • Lillo 1866-1933, Sucrerie du Vieux-Lillo [6]
  • Quévy 1868-1989 La sucrerie de Quévy, later Tiense Suikerraffinaderij
  • Kallo 1869-1970 stichter Charles Boëyé
  • Moerbeke-Waas (Oost-Vlaanderen), Sucrerie Jules De Cock & Compagnie, 1869-2008, vanaf 1890 eigendom familie Lippens, vanaf 1929 Sucrerie des Flandres (fusie met de Sucrerie Franz Wittouck te Zelzate), vanaf 1989 hernoemd naar NV Suikergroep, vanaf 2003 Iscal Sugar (fusie met Veurne en Fontenoy)[7]
  • Schalafie 1872-1990, vanaf 1989 NV Suikergroep [8]
  • Altenaken 1876-1984 Grand Pont vanaf 1969 Tiense suikerraffinaderij
  • Frasnes-lez-Buissenal 1880-2004, vanaf 1988 gekocht door Finasucre, 1989 hernoemd Suikergroep, vanaf 2003 Iscal Sugar [9]
  • Hoegaarden La Ghète 1886-1957
  • Wanze (Luik) Sucreries Centrales de Wanze 1888 opgestart door Willem Wittouck - eigenaar nu Tiense Suikerraffinaderij
  • Oerle (Luik) 1889-1995 Sucrerie d'Oreye, vanaf 1901 Sucrerie Notre Dame, vanaf 1936 meerderheidsaandeelhouder Tiense Suikerraffinaderij, tot 1995 suikerbieten verwerkt, nu cichorei tot voedingsvezels
  • Veurne (West-Vlaanderen) 1922-2005, vanaf 2003 Iscal Sugar
  • Gent, sucrerie Mechelynck
  • Braives Tiense Suikerraffinaderij
  • Les Waleffes Tiense Suikerraffinaderij
  • Fexhe-le-Haut-Clocher
  • Genappe tot 2004 Tiense Suikerraffinaderij
  • Brugelette tot 2008 Tiense Suikerraffinaderij [10]
  • Fontenoy (Henegouwen) 1993- Iscal Sugar[11]

NederlandBewerken

Suikerfabrieken zijn gevestigd te:

Thans enkel nog suikerverwerking:

Huidige en voormalige beetwortelsuikerfabrieken:

  • Dordrecht 1810 Den Toelast van de Firma Backer & Selis, rietsuikerrafinnaderij begint op kleine schaal bietsuiker te raffineren [12]
  • In Wageningen stond al voor 1811 eerder een kleine fabriek.
  • In Oosterbeek werd in 1811 door Jan Backer op landgoed de Oorsprong de eerste grote Nederlandse beetsuikerfabriek gebouwd. In het eerste jaar werden 1 miljoen Nederlandse ponden aan mangelwortels verwerkt.[13] Een watermolen raspte de mangelwortels, waarna het sap, stroop, er uit geperst werd vanaf 1831 werd er ook suiker gemaakt, later vanaf 1833 ook aardappelzetmeel en glucosestroop, in 1952 stopte hij met de suiker- en stroopfabriek[14]
  • Zevenbergen, Commanditaire Sociëteit voor Landbouw en Industrie onder firma De Bruyn, 1858-1928, in 1883: NV Maatschappij voor Landbouw en Beetwortelsuikerindustrie, ook Azelma vanaf 1919 onderdeel van Centrale Suiker Maatschappij (CSM)
  • Zuidbroek 1859 poging van Willem Albert Scholten, omgebouwd tot rietsuiker- en aardappelmeelfabriek[15]
  • Dubbeldam, NV Dordrechtsche Maatschappij voor Beetwortelsuiker, 1861-1912, in 1864 voortgezet door Adolphe Meeus
  • Oudenbosch, NV Nederlandsche Beetwortelsuikerfabriek, 1862, fabriek Amunda, in 1866 ook de fabriek Marie Cateau, in 1874 werd Amunda verkocht aan Granpré Molière, Jäger & Co. en in 1902 gesloten, Marie Cateau voortgezet als NV Suikerfabriek De Mark vanaf 1908 als onderdeel van NV Algemeene Suikermaatschappij (ASMij), in 1916 gesloten
  • Rijswijk, NV Suikerfabriek Kraayenburg, 1862-1881, vanaf 1876 voortgezet als fa. Hanlo & Cie
  • Halfweg, Barth, Lans & Co. 1863-1992, in 1864 voortgezet als NV Suikerfabriek Op den huize Zwanenburg, vanaf 1881 Suikerfabriek Holland 1919 onderdeel van CSM. Gebied nu in gebruik onder de naam SugarCity
  • Bergen op Zoom, Felix Wittouck, SA Sucreries de Breda et Berg-op-Zoom, 1863-1929, vanaf 1905 NV Suikerfabrieken Breda en Bergen op Zoom, in 1908 ASMij, in 1916 gekocht door Coöperatie Zeeland en daarna werkend onder de naam Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek Zeeland
  • Roosendaal, De Ram & Co., 1864-1997, in 1916 overgenomen door de Coöperatie en voortaan werkend onder de naam Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek Roosendaal, vanaf 1947 Verenigde Coöperatieve Suikerfabrieken (VCS), vanaf 1966 Suikerunie
  • Lemelerveld, NV Overijsselsche Beetwortelsuikerfabriek, 1865-1917, in 1914 aangekocht door de Wester Suikerraffinaderij
  • Ulestraten, Firma Wed. Houben & Zn., 1865-1876
  • Stampersgat, NV Gastelsche Beetwortelfabriek, 1866-1927, in 1908 aangekocht door de Algemeene Suiker Maatschappij (ASmij), in 1915 overname Wester Suikerraffinaderij, in 1919 CSM
  • Geldermalsen, NV Neder-Betuwsche Beetwortelsuikerfabriek, 1866-1919
  • Geertruidenberg, Heere & Co., 1867-1938
  • Heel, Gebr. Hermans, 1867-1876, gestart door de kasteelheer, werd een mislukking
  • Roosendaal, Ravenswaay, Fercken, Jäger & Co., 1867-1917 [16]
  • Zevenbergen, NV Zevenbergsche Beetwortelsuikerfabriek De Phoenix, 1867-1918, in 1885 voortgezet als fa. De Bosson & Houben, vanaf 1891 fa. Gebr. Houben
  • Standdaarbuiten, NV Noord-Brabantsche Beetwortelsuikerfabriek, 1867-1924, vanaf 1875 voortgezet als fa. Van Dorst & Co., vanaf 1878 als fa. Meeus & Co., in 1912 gekocht door Wester Suikerraffinaderij, vanaf 1919 CSM
  • Arnhem, NV Arnhemsche Beetwortelsuikerfabriek, 1867-1913, vanaf 1876 voortgezet door Jan van Embden, later De Klingelbeek
  • Leur, Van Breda, Dolk, Lammers, Besaur & Co. (Suikerfabriek op Zwartenberg), 1869-1918
  • Roosendaal, Janssens, Van Weel, Smits & Co., 1869-1902
  • Bergen op Zoom, Van der Linden & Co., 1870-1912. In 1914 werd de NV Centrale Potaschraffinaderij op het terrein gevestigd. Hier werd een restproduct van de Zuid-Nederlandsche Melasse-Spiritusfabriek gezuiverd
  • Bergen op Zoom, Laane, Rogier, Daverveldt & Co., 1870-1902, verkocht aan W.C. Asselbergs, gesloopt in 1907
  • Gorinchem, Jäger, Ravenswaay & Co., 1871, vanaf 1893 fa. Duuring & Co., in 1904 verkocht aan NV Hollandia, een producent van zuivel, 1919 CSM, suikerbietraffinage gestopt in 1928, verder gegaan met onderandere melkzuur, suikerderivaten en later polymelkzuur fabriek
  • Utrecht, Van den Broeke, Reiger & Co., 1871-1908
  • Groenendijk, Van Campenhout & Cie., 1871-1902, vanaf 1885 NV Suikerfabriek Groenendijk
  • Steenbergen, Van Loon, De Ram & Co., 1871-1980, vanaf 1919 CSM
  • Oud Gastel, Daverveldt, Binck & Co., 1871-1917
  • Oud Gastel, Hoendervangers & Co., 1871-1920, in 1873 voortgezet als NV Saint-Antoine, van 1908 onderdeel van ASMij, vanaf 1919 CSM [17]
  • Princenhage, Bredasche Beetwortelsuikerfabriek, fa. Van Aken, Segers & Co., 1871-2004, in 1874 verkocht aan Felix Wittouck, SA Sucreries de Breda et Berg-op-Zoom, vanaf 1905 NV Suikerfabrieken Breda en Bergen op Zoom, in 1908 NV Algemeene Suikermaatschappij (ASmij), vanaf 1919 CSM[18]
  • Naarden, NV Gooische Beetwortelsuikerfabriek, 1871-1902
  • Zevenbergen, NV Zevenbergsche Beetwortelsuikerfabriek, de Dankbaarheid, 1872-1918, in 1884 verkocht aan J.H. Lebret
  • Sas van Gent, Zeeuwsche Beetwortelsuikerfabriek "Sas van Gent", 1872-1986, vanaf 1942 CSM[19]
  • Werkendam, Hoffmann Tjaden, De Laat, Eydman, 1873-1912, in 1875 verkocht aan fa. Binsfeld, Meeus, Laane
  • Vierverlaten, NV Noord-Nederlandsche Beetwortelsuikerfabriek, stichter Jan Evert Scholten, 1896, verkocht in 1918 aan de Wester Suikerfabriek, vanaf 1918 CSM
  • Sas van Gent, Eerste Nederlandsche Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek, 1900-1989 vanaf 1970 onderdeel van de Suikerunie
  • Oud-Beijerland, NV Zuid-Hollandsche Beetwortelsuikerfabriek, 1901-1972, vanaf 1919 CSM[20]
  • Dinteloord, Coöperatieve Suikerfabriek Dinteloord, 1908 vanaf 1929 Vennootschap Dinteloord-Zevenbergen, vanaf 1947 VCS, vanaf 1966 Suikerunie
  • Puttershoek, Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek Puttershoek, 1912-2004, van 1966 Suikerunie
  • Groningen, Friesch-Groningsche Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek, 1913-2008, vanaf 1970 onderdeel van de Suikerunie
  • Zevenbergen, Coöperatie Zevenbergen, 1916-1987, vanaf 1929 Vennootschap Dinteloord-Zevenbergen ,in 1947 onderdeel van VCS, vanaf 1966 Suikerunie[21]
  • Franeker, NV Frisia 1921-1929 gezamelijke fabriek van Vereeniging Friesch-Groningsche Coöperatieve en CSM[22]

WetenswaardighedenBewerken

  • Poppodium De Melkweg is gevestigd in een voormalige zuivelfabriek die voordien suikerraffinaderij "De Granaatappel" huisvestte.
  • De Nederlandse televisieserie De Fabriek (1981-1982) ging over een suikerfabriek en werd opgenomen in Halfweg.