Rietsuiker

Rietsuiker is suiker gemaakt uit suikerriet. In chemisch opzicht is (geraffineerde) rietsuiker dezelfde stof als de 'gewone' bietsuiker.

Gesneden suikerrietstengels

Het sap van het suikerriet wordt ingekookt, gekristalliseerd, vermalen tot oersuiker en gezeefd, in een proces vergelijkbaar met het productieproces voor bietsuiker, maar dan met meer stappen.

Behalve de gewone witte rietsuiker, is er ook licht-bruine (cassonade) en donkerbruine rietsuiker, afhankelijk van de hoeveelheid toegevoegde melasse. Ook is er minder geraffineerde rietsuiker in de handel, maar de gewone bruine rietsuiker in Nederland is witte kristallijne suiker, waaraan melasse is toegevoegd voor de bruine kleur. Rietsuiker wordt ook gebruikt als grondstof voor de fabricage van biobrandstof.

In de middeleeuwen werd rietsuiker tot de zeldzame en dure specerijen gerekend. Het gold als statussymbool voor de elite.[1] Rietsuiker werd vanaf de 16e eeuw in Europese koloniën in de Caraïben en Zuid-Amerika geproduceerd op suikerrietplantages, met behulp van slavenarbeid. Ook in koloniën in Azië werd rietsuiker geproduceerd. De ruwe suiker werd in de vorm van suikerbroden naar West-Europa vervoerd en daar in suikerbakkerijen en later suikerraffinaderijen gezuiverd. Toen in de 19e eeuw de slavernij werd afgeschaft werd rietsuiker op grote schaal vervangen door bietsuiker. Cuba bleef evenwel een belangrijke producent tot zelfs na de Tweede Wereldoorlog.[2] In Suriname werden na het afschaffen van de slavernij Javaanse contractarbeiders geworven en werd een centrale suikerfabriek gesticht op de plantage Mariënburg.

Zie de categorie Cane sugar van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.